Geschiedenis de Feniks tijdvak 8 (vwo)
Industriële Revolutie
- begon door uitvindingen in de textielnijverheid
- 1ste Industriële Revolutie: 1775-1850: steenkool en ijzer zijn het belangrijkst
- 2de Industriële Revolutie: 1850-1900: elektriciteit, olie en staal zijn het
belangrijkst
Gevolg: Er ontstond bevolkingsgroei en urbanisatie Er ontstonden ook nieuwe
vervoersmogelijkheden en daarbij ook inkomensverschillen.
Franse Revolutie
- Macht van de koning werd beperkt
- 1815
- Standen werden geschrapt
In de 19de eeuw kwamen er verschillende maatschappelijke stromingen op:
● Liberalisme: vrijheid van het individu
-> streven naar grondwet, particulier bezit, vrijhandel en tolerantie
-> voorbeeld van liberalist: Adam Smith
● Socialisme: gelijkheid en gelijkwaardigheid, met name voor de
arbeidersklasse
-> streven naar sociaaldemocratie
-> vergelijkbaar met het communisme; hetzelfde doel, alleen dan radicaler
-> voorbeeld van socialist: Karl Marx
● Nationalisme: voorliefde voor eigen volk
-> streven naar eigen taal, eigen cultuur en natiestaat
-> gevoelens zijn belangrijker dan gedachte
-> voorbeeld nationalist: Otto von Bismarck; eenwording van Duitsland in
1871
● Feminisme: gelijkheid voor vrouwen
-> streven naar vrouwenstemrecht
-> voorbeeld van feminist: Mary Wollstonecraft
● Confessionalisme: religieuze normen en waarden aanhouden
● Conservatisme: tradities en gewoontes vasthouden
1815: Congres van Wenen; Nederland moest een koninkrijk worden samen met
Belgie en Luxemburg onder leiding van Willem 1. Dit was een constitutionele
monarchie waarbij de bevolking weinig inspraak had.
1848: Revolutiejaar - grondwetswijziging van Thorbecke (liberaal). Hierdoor werd het
volk vrijer. Het censuskiesrecht werd steeds uitgebreider. In 1919 kwam er zelfs
algemeen vrouwenkiesrecht.
Industriële Revolutie
- begon door uitvindingen in de textielnijverheid
- 1ste Industriële Revolutie: 1775-1850: steenkool en ijzer zijn het belangrijkst
- 2de Industriële Revolutie: 1850-1900: elektriciteit, olie en staal zijn het
belangrijkst
Gevolg: Er ontstond bevolkingsgroei en urbanisatie Er ontstonden ook nieuwe
vervoersmogelijkheden en daarbij ook inkomensverschillen.
Franse Revolutie
- Macht van de koning werd beperkt
- 1815
- Standen werden geschrapt
In de 19de eeuw kwamen er verschillende maatschappelijke stromingen op:
● Liberalisme: vrijheid van het individu
-> streven naar grondwet, particulier bezit, vrijhandel en tolerantie
-> voorbeeld van liberalist: Adam Smith
● Socialisme: gelijkheid en gelijkwaardigheid, met name voor de
arbeidersklasse
-> streven naar sociaaldemocratie
-> vergelijkbaar met het communisme; hetzelfde doel, alleen dan radicaler
-> voorbeeld van socialist: Karl Marx
● Nationalisme: voorliefde voor eigen volk
-> streven naar eigen taal, eigen cultuur en natiestaat
-> gevoelens zijn belangrijker dan gedachte
-> voorbeeld nationalist: Otto von Bismarck; eenwording van Duitsland in
1871
● Feminisme: gelijkheid voor vrouwen
-> streven naar vrouwenstemrecht
-> voorbeeld van feminist: Mary Wollstonecraft
● Confessionalisme: religieuze normen en waarden aanhouden
● Conservatisme: tradities en gewoontes vasthouden
1815: Congres van Wenen; Nederland moest een koninkrijk worden samen met
Belgie en Luxemburg onder leiding van Willem 1. Dit was een constitutionele
monarchie waarbij de bevolking weinig inspraak had.
1848: Revolutiejaar - grondwetswijziging van Thorbecke (liberaal). Hierdoor werd het
volk vrijer. Het censuskiesrecht werd steeds uitgebreider. In 1919 kwam er zelfs
algemeen vrouwenkiesrecht.