Geschiedenis - Historische Contexten 1
Duidelijke Samenvatting
Samenvattingen & Overzichten
door: LucyImme3
,Nederlandse Staatsinrichting Geschiedenis
Paragraaf 1.1: Vorming van de Nederlandse staatsinrichting
Tijdvak 3 (500 - 1000), tijdvak 4 (1000- 1500), tijdvak 5 (1500 – 1600), tijdvak 7 (1600 – 1700)
Bijhorende KA’s:
4b: de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden
4c: het begin van staatsvorming en centralisatie
5c: het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat (1500 – 1600)
5b: (bestaat niet echt) : het burgerlijke bestuur en de stedelijke cultuur in Ned.
6a: het streven van vorsten naar absolute macht (1600 – 1700)
VOORKENNIS: Vroegste begin: Tijdvak 3 en 4
In T.V. 3: Monniken en ridders (vroege M.E) was er het volgende aan de gang:
-Steden verdwenen: na de val van het Romeinse rijk, verdween de handel en zo ook de steden.
-Er was een hofstelsel: dorp bestond uit de heer, vrije burgers en horigen. Doel: autarkisch zijn,
omdat er geen handel/geld meer was, en dus was autarkisch het handigst!
-er was een Feodaal stelsel (leenstelsel. Doel: meerdere heren. Nadeel: koning minder macht)
-Drie Standenmaatschappij : geestelijken, adel(vorsten), burgers(boeren)
In T.V. 4 (1000 -1500), Steden en Staten (late M.E):, begint de staatsvorming en centralisatie
-Betere landbouwmethodes -> Handel -> Geld -> welvaart
-Steden komen weer op -> handelaren -> Groei burgerij (burgerij word rijk)
-Staatsvorming & centralisatie: koning wil meer eenheid in zijn rijk (>meer macht). Dit doet hij
via de rijker wordende burgers: Geeft ze stadrechten in ruil voor belasting: zo betaald hij n’ leger!
-Nieuwe verhouding tussen heer, adel en burgerij: heer krijgt meer macht via de burgers, en
slaat zo de adel een beetje over: de adel krijgt steeds minder macht: onvrede.
= daarom word de statengeneraal opgericht: drie de standen komen samen.
NEDERLAND (vorming van Nederlandse staat, Late M.E.) (TV.4 & 5: 1000 – 1600)
1. Een landelijke regering: (Bourgondiër): Filips de Goede (1396 – 1467) verenigde de Nederlandse
gewesten onder zijn naam (centralisatie). Hij gaat samenwerken met de Gewestelijke staten ,
hierin zaten afgevaardigden van de 3 standen. Voor het eerst was er een landelijke regering!
2. Door met centralisatie (de Habsburgers): Karel V en Filips II gaat na Filips de Goede door met
centralisatie. Maar zij zijn erg streng voor het volk, waardoor er opstand komt.
3. Verzet: Nederlandse opstand: (80-jarige oorlog)
Maar er komt verzet tegen Fillips II: de Nederlandse Opstand / 80-jarige oorlog, omdat:
-De gewesten wilden de privileges die ze eerst hadden behouden.
-godsdienst: mensen wilden godsdienstvrijheid, en Karel en Filips II lieten dat niet toe!
-Mensen wilden dat de bloederige kettervervolgingen van Alva moesten stoppen.
4. de Republiek ontstaat 1648:
1579: Unie van Utrecht: Noordelijke gewesten besluiten samen te gaan werken en Filips te
overtuigen van hun behoeftes, maar Fillips wilt niet mee werken, dus:
1581: daarom krijgt Fillips een ‘Acte van Verlatinge’, waarin staat dat hij weg moest
1588: na Filips werd de republiek der Verenigde Nederlanden opgericht!
, DE REPUBLIEK VAN NEDERLAND (opgericht in 1588):
Het land word via de Statengeneraal en de Gewestelijke Staten bestuurd:
Staten Generaal: -afgevaardigden van steden en adel (uit de gewesten)
-Gaat over gemeenschappelijke zaken: defensie en buitenlandse politiek
-voorgezet door landsadvocaat/ raadspensionaris (voorzitter vd S.G: was de
afgevaardigde van het gewest Holland
Gewestelijke staten:
-afgevaardigde van alle standen
-gaat over binnenlandse politiek per gewest
-ieder gewest kiest een stadhouder (die opperbevelhebber van het leger per
gewest zou zijn), maar meestal koos iedereen de stadhouder van Holland, dus
vaak waren er maar 1 of 2 stadhouders.
Het beleid in de republiek
• gewetensvrijheid: je mag geloven wat je wilt (maar dit niet publiek tonen, doe t’ dus stiekem)
• persvrijheid: je mag schrijven wat je wilt -> gevolg: veel schrijvers naar Nederland
• geen horigheid meer
• geen gewestelijke stand meer
REST VAN EUROPA:
In Europa zijn nog steeds veel absolute vorsten. Bv: Lodewijk de 16e in Frankrijk.