Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Ontwikkelingspsychologie en sociologie , ISBN: 9789043036955 (ontwikkelingspsychologie) en ISBN: 978-90-01-86512-2 (sociologie)

Rating
-
Sold
-
Pages
28
Uploaded on
10-11-2021
Written in
2021/2022

Uitgebreide samenvatting van de lesstof van Grondslagen 2

Institution
Course

Content preview

Samenvatting Grondslagen 2 aan de hand van de toets matrijs

Week 1:

Ontwikkelingspsychologie

Visies op ontwikkeling

Algemeen

Nature: erven van ouders, context van eigenschappen, vermogen en capaciteiten. Valt onder de
biologische psychologie.
Nurture: omgevingsinvloeden die ons gedrag bepalen.

Vroeger werden nature en nurture apart van elkaar gezien, tegenwoordig is bijna alles een
combinatie van nature en nurture.

Nature omvat elke factor die het resultaat is van het zich geleidelijk ontvouwen van voorbestemde
genetische informatie, dit proces heet maturatie.

Psychodynamische theorie van Freud en Erikson

- Benadering binnen de psychologie die ervan uitgaat dat gedrag gemotiveerd wordt door
innerlijke krachten, herinneringen en conflicten, waarvan een persoon zich nauwelijks
bewust is en waarover hij weinig controle heeft.
- Subjectieve ervaringen van een persoon zijn essentieel
- Ervaringen in 1e levensjaren bepalend voor het gedrag (nurture)
- Geen baas in eigen brein
- Bij geboorte twee driften: levensdrift (overleven) en doodsdrift (alles kapot maken)
- Leven wordt bepaald door onze levensgeschiedenis
- Elk mens heeft normaal en gestoord gedrag

Psychoanalytische theorie van Freud:

- Theorie die ervan uitgaat dat onbewuste krachten bepalend zijn voor iemands
persoonlijkheid en gedrag.

De psychische structuur bestaat volgens Freud uit:

- Id/ het Es: psychische structuur van baby bestaat volledig uit het Es, gericht op bevrediging
van behoeften.
- Ego: ontstaat in 1e levensjaar en functioneert rationeel. Realiteitsprincipe: probeert eisen van
het Id en de realiteit op elkaar af te stemmen.
- Superego: ontstaat rondom het 4e of 5e levensjaar. Bevat waarden en normen, het geweten
wordt geïnternaliseerd.

Freud ontwikkelde ook psychoseksuele fases:

- Orale fase (0-1 jaar): alles in de mond stoppen om de wereld te ontdekken. Taak van het kind
is om de verzorger te vertrouwen.
- Anale fase (1-3 jaar): in deze fase ontwikkeld het kind zijn ego. Ook wordt de eigen wil
ontdekt. Uiteindelijk ontstaat er een evenwicht tussen de eigen wil en het rekening houden
met de ander.
- Fallische fase/ oedipale fase (3-6 jaar): in deze fase ontstaat het verschil tussen jongens en
meisjes. Jongetjes raken gefixeerd op een vrouwelijke persoon in hun leven, dit heet ook wel

, het Oedipus complex. Jongetjes gaan dan hetzelfde gedrag overnemen van hetzelfde
geslacht. Dit gebeurt bij meisjes ook, dit heet dan het elektra complex.
- Latentiefase (6-11 jaar): in deze fase gebeurde volgens Freud heel weinig, nu weten we dat
dat niet zo is.
- Genitale fase (vanaf 11 jaar): start van de puberteit en adolescentie. Kinderen ontwikkelen
zich tot volwassenen. De driften en conflicten worden actiever door de hormonen.

De psychoseksuele ontwikkeling gaat bij de meeste kinderen volgens de bovenstaande fases, het
tempo is anders maar er zit een vaste volgorde in. De psychische en seksuele ontwikkeling volgt
de lichamelijke ontwikkeling. Bij een problematische ontwikkeling is er sprake van fixatie of
regressie.
Fixatie: gedrag blijft steken in een bepaalde fase.
Regressie: het kind valt terug in het gedrag van een vorig stadium.

Psychosociale theorie van Erikson

- De veranderingen in onze interacties met anderen en in hoe we aankijken tegen het gedrag
van anderen en tegen onszelf als leden van de maatschappij.

Erikson vond dat er in elke levensfase een crisis zat. Dit kon een goede of slechte uitkomst hebben
maar het is op te lossen.

Tot 12-18 maanden: vertrouwen versus wantrouwen. Vertrouwen ontstaat door steun van anderen,
wantrouwen door angst van en voor anderen.
12-18 maanden tot 3 jaar: autonomie versus schaamte en twijfel. Onafhankelijkheid ontstaat
wanneer experimenten worden gestimuleerd. Er ontstaan ook twijfels over zichzelf, gebrek aan
onafhankelijkheid ontstaat wanneer er geen ruimte is voor experimenteren.
3 tot 5-6 jaar: initiatief versus schuld. Ontdekken van manieren om handelingen in gang te zetten.
Schuldgevoel over daden en gedachten.
5-6 jaar tot adolescentie: ijver versus minderwaardigheid. Groeiend besef van competentie, maar
ook gevoelens van minderwaardigheid en geen vertrouwen in eigen kunnen.
Adolescentie: identiteit versus identiteitsverwarring. Bewustzijn van de eigen uniekheid, weten
welke rol te vervullen. Onvermogen om passende rollen in het leven te herkennen.
Eerste volwassenheid: intimiteit versus isolement. Ontwikkeling van liefdevolle seksuele relaties en
hechte vriendschappen, maar ook angst voor relaties met anderen.
Volwassenheid: generativiteit versus stagnatie. Gevoel bij te dragen aan de continuïteit van het
leven, maar ook bagatelliseren va eigen activiteiten.
Rijpheid: ego-integriteit versus wanhoop. Gevoel van eenheid in wat men in het leven bereikt heeft,
maar ook spijt van gemiste kansen.

Behaviorisme en sociale leertheorie (Pavlov, Skinner, Watson, Bandura)

Behaviorisme:

- 100% nurture
- Gedragspsychologie
- Leerprocessen verklaren gedrag
- Geen principieel onderscheid tussen mensen en dieren
- Tabula rasa- kind komt onbeschreven ter wereld, beïnvloedbaar.
- Complex gedrag op te knippen in kleine stukjes, mensen versimpelen.
- Spreken over stimulus-respons leren, gaat via operante en klassieke conditionering.

, - Klassieke conditionering: een vorm van leren waarbij een organisme op een bepaalde manier
leert reageren op een neutrale stimulus die dat type respons normaal gesproken niet uitlokt.
- Operante conditionering: een vorm van leren waarbij een vrijwillige respons versterkt of
verzwakt wordt, afhankelijk van de associatie met positieve of negatieve consequenties.
Positieve bekrachtiging: het toedienen van een prettige stimulus.
Negatieve bekrachtiging: het wegnemen van een onprettige stimulus.
Positieve straf: introductie van een onplezierige of pijnlijke stimulus.
Negatieve straf: wegnemen van een prettige stimulus.
Hierdoor ontstaat er gedragsmodificatie, een techniek om de frequentie van gewenst gedrag
te verhogen en ongewenst verdrag te verlagen.
- Reflexen: niet aangeleerde, gestructureerde, onvrijwillige respons die automatisch optreedt
in de aanwezigheid van een bepaalde stimuli.

Systeemtheorie van Vygotsky

Systemisch perspectief: kijkt naar de relatie tussen het individu en de omgeving, in elke omgeving ben
je anders.
Sociaal culturele theorie van Vygotsky: het kind kan zich alleen maar ontwikkelen door interactie met
anderen.
Zone van naaste ontwikkeling: het niveau waarop een kind een taak bijna, maar nog niet helemaal
zelfstandig kan uitvoeren of begrijpen. Om te ontwikkelen moeten ouders en verzorgers dus nieuwe
informatie geven aan het kind.
Scaffolding: ondersteuning bij leren en probleemoplossing die net boven het huidige niveau van het
kind ligt en geleidelijk wordt afgebouwd, zodat dit zelfstandigheid en groei bevordert.

Cognitieve theorie van Piaget

- De mens is een actief, cognitief wezen dat kennis niet krijgt maar construeert. De cognitieve
ontwikkeling omvat 4 stadia die in vaste volgorde gaat maar in verschillend tempo.

De 4 stadia zijn:

1. Sensomotorisch stadium (0-2 jaar)- ontwikkeling zintuigen motoriek, geheugen en
objectpermanentie, weinig tot geen vermogen om dingen symbolisch weer te geven.
2. Preoprationeel stadium (2-7 jaar)- ontwikkeling taal, fijne motoriek en symbolisch denken;
egocentrisch denken.
3. Concreet operationeel stadium (7-12 jaar)- ontwikkeling conservatiebegrip (kwantiteit niet
gerelateerd aan fysieke verschijning), reversibiliteit (proces in gedachte om kunnen draaien)
en logica (relatie begrijpen tussen tijd, afstand en snelheid).
4. Formeel operationeel stadium (12 jaar- volwassenheid) – ontwikkeling logisch redeneren en
abstract denken.

Adaptatietheorie: leren door afwisselend assimilatie en accommodatie.
Assimilatie: het proces waarbij mensen een nieuwe ervaring interpreteren aan de hand van hun
huidige cognitieve ontwikkelingsstadium en denkwijze. Iets wat je inpast in een bestaand
denkschema.
Accommodatie: het proces waarbij bestaande manieren van denken of doen veranderen in reactie op
nieuwe stimuli of gebeurtenissen. Schema’s aanpassen omdat de stimuli nieuw is.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
November 10, 2021
Number of pages
28
Written in
2021/2022
Type
SUMMARY

Subjects

$7.19
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
leavandenhouten

Get to know the seller

Seller avatar
leavandenhouten Hogeschool Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
4 year
Number of followers
0
Documents
2
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions