Samenvatting Rechtspersonenrecht week 1 - 4
Week 1
De meest eenvoudige vorm van beroep en bedrijf is de eenmanszaak. Daarvan
spreekt men wanneer een natuurlijk persoon voor eigen rekening en risico een
bedrijf of een beroep uitoefent. Beroepsbeoefenaren en degenen die een bedrijf
uitoefenen worden beschouwd als ondernemer. Er wordt onderscheid gemaakt
tussen ondernemingsvermogen enerzijds en privévermogen anderszijds. Een BV
is een rechtspersoon. De BV loopt dan het ondernemersrisico en bij een
eenmanszaak de ondernemer zelf. Ondernemer bij BV is dan aandeelhouder en is
niet persoonlijk aansprakelijk. In een eenmanszaakis niet noodzakelijk slechts een
persoon werkzaam. De BV is in boek 2 BW geregeld.
Naar Nederlands recht worden drie contractuele samenwerkingsvormen
onderscheiden: de maatschap, de vennootschap onder firma en de
commanditaire vennootschap. De maatschap komt veel voor in uitoefening
van een beroep, 7A:1655. Een maatschap is openbaar wanneer zij naar buiten
optreedt onder gemeenschappelijke naam. Tegenovergestelde is de stille
maatschap. Art. 16 K een maatschap tot uitoefening van een bedrijf onder een
gemeenschappelijke naam vennootschap onder firma. Is dus een
gekwalificeerde maatschap net als de commanditaire vennootschap. Deze is ook
onder gemeenschappelijke naam aangegaan. Bij commanditaire
vennootschappen worden de partners onderscheiden in beherende vennoten en
stille vennoten. Art. 19 K hoofdelijk verbonden vennoten en andere personen
als geldschieters. De maatschap is geregeld in de negende titel van boek 7A. Op
grond van art 1 K is het BW en dus ook art. 7A:1655 en verder van toepassing op
de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap.
Maatschap, art. 7A:1655 is een overeenkomst waarbij twee of meer personen
zich verbinden om iets in gemeenschap te brengen, met het oogmerk om het
daaruit ontstaande voordeel met elkander te delen. Volgende elementen:
Overeenkomst. Obligatoire overeenkomst, art. 6:213 lid 1 BW. Ook is de
maatschap een duurovereenkomst. Zij roept voortdurende verbintenissen
in het leven. (HR Dierenartsen). Belangrijk dat deze overeenkomsten
dwingendrechtelijk geregeld zijn. Affectio societas de wil om als
compagnon samen te werken. Arbeidsovereenkomst en maatschap sluiten
elkaar uit. De maatschap kan ook voor een bepaalde tijd of voor een
bepaald werk worden afgesloten. Kan niet worden opgezegd, art. 7A:1686
lid 2. Deze maatschappen worden van rechtswege ontbonden.
Samenwerking. Maatschappen zijn persoonsgebonden. De maatschap
wordt intuitu personae aangegaan, dat wil zeggen: met het oog op de
persoon van de andere contractspartijen. Dat betekent dat de gevolgen die
voor betrokkenen uit de maatschapsovereenkomst voortvloeien niet ook
mede gelden voor hun rechtverkrijgenden onder algemene titel, art. 6:249
BW. Maatschap eindigt door de dood of de curatele van een van de
vennoten of bij faillissement of schuldsanering.
Inbreng. Zonder inbreng geen maatschap. Rust op alle vennoten. Inbreng
in geld, in goederen, in genot en arbeid. Inbreng kan ook bestaan uit
immateriële activa, clièntele of know how. Al hetgeen naar economische
maatstaven kan worden gewaardeerd is vatbaar voor inbreng. Wie arbeid
inbrengt is gehouden zijn werkzaamheden naar behoren te verrichten, art.
7:611.
o Inbreng eigendom. Zaak wordt overgedragen aan de compagnons
die daardoor samen eigenaar worden, art. 3:84. Gemeenschap.
, o Inbreng genot. Wordt geen gezamenlijk eigendom. Ontstaat wel
een gemeenschap in de zin van 3:166 BW. Bij inbreng van genot zijn
waardestijgingen en waardedalingen van die zaken voor rekening en
risico van degene die zaken heeft ingebracht.
o Inbreng economische eigendom. Er vindt geen overdracht
plaats. Bedrijfseconomisch komt de in economische eigendom
ingebrachte zaak evenwel voor rekening en risico van de
maatschap.
o Inbreng arbeid. Geen gemeenschap ontstaan. Wel enig
gezamenlijk vermogen gevormd.
Bij gemeenschap moet men denken aan mede-eigendom. De gezamenlijke
gerechtigheid kan zich ook uitstrekken tot vermogensrechten. Geregeld in
titel 7 van boek 3. Boek 3 BW stelt geen regels voor de gemeenschap
gedurende het bestaan van de maatschap maar wel na ontbinding van de
maatschap. Onderscheid vrije en gebonden gemeenschap. Beslissend
hierbij is of de deelgenoten bevoegd zijn over hun aandeel in de
gemeenschap te beschikken en of zij scheiding of deling van de
gemeenschap kunnen verlangen, dit hangt af van de aard van de
gemeenschap. In ons geval de overeenkomst van de maatschap, art.
7A:1655. De door inbreng gevormde gemeenschap is een hun aandeel in
een gemeenschapsgoed noch over hun aandeel in de gemeenschap
beschikken. Zij behoeven daartoe de medewerking van de andere
vennoten. Partijen hebben zich jegens elkaar verplicht tot blijvende
inbreng ten dienste van het doel van de vennootschap. Niet kunnen
scheiding en deling zonder medewerking van de compagnons is niet
mogelijk.
Verdeling van voordeel. Het moet gaan om economisch voordeel.
De aansprakelijkheid van de vennoten van een vennootschap onder firma en van
de beherende vennoten van een commanditaire vennootschap reikt in beginsel
aanmerkelijk verder dan de aansprakelijkheid van de maten van een maatschap.
De kwalificatie van het samenwerkingsverband is van belang. En dus ook of het
gaat om de uitoefening van een beroep of de uitoefening van een bedrijf. Twee
elementen beroep:
De beroepsbeoefenaar zou het niet om het geld te doen zijn
honorarium.
Zou om zijn persoonlijke bekwaamheid, integriteit of anderszins door
cliënten woden benaderd.
In art. 16 K rechtsgevolgen aan onderscheid.
Maatschap is een consencuele overeenkomst. De wet lijkt voor de vof een
constitutief vereiste te stellen. Art. 22 K authentieke akte. Geen ontstaans- of
bestaansvoorwaarde, is bedoeld als bewijs. Beperkte strekking. Op het ontbreken
van een akte kan slechts een beroep worden gedaan door: een vennoot
tegenover een medevennoot of een derde tegenover de vennootschap of
tegenover vennoten. Er gelden dus niet echt vormvoorschriften.
Vele onderwerpen worden geregeld in de overeenkomsten duur van het
contract, doel van de maatschp, vastlegging afspraken inbreng, verdeling taken
en bevoegdheden, financiële verantwoording, verdeling winst en verliezen enz.
Vooral betrekking op de uitvoering van het vennootschapscontrat. Een andere
kwestie is of de overeenkomst zelf kan worden gewijzigd. Daarvoor is in beginsel
toestemming van alle partijen, dus alle vennoten vereist. Volgens de hoofdregel
worden beslissingen tenzij anders overeengekomen, met eenparigheid van
stemmen genomen. Vennoten hebben dus een vetorecht. Kan worden afgeleid
, uit art. 7A:1676 sub 1 BW. Ziet op de besluitvormingsfase. Art. 1673 t/m 1676
boek 7A over beheer het stellen van handelingen die, gelet op het doel van
de maatschap tot haar gebruikelijke, regelmatig voorkomende werkzaamheden
behoren. Handelingen die niet binnen deze omschrijving vallen, vallen onder
beschikken. Het belang van onderscheid dat naar regelend recht, art. 7A:1676
sub 1 BW, in beginsel elk vennoot in de verhouding tot zijn compagnons bevoegd
is om beheersdaden te verrichten. Art. 7A:1674 BW. Dat betekent dat hij dagelijks
voorkomende gebruikelijke rechtshandelingen voor rekening van de maatschap
mag verrichten. Beschikken behoeft in beginsel gezamenlijke goedkeuring van de
maten.
Handelen voor rekening van de maatschap moet niet worden verward met
handelen in naam van de maatschap. Hier gaat het namelijk om
vertegenwoordiging. Op de maatschap zijn in beginsel de gewone regels oer
vertegenwoordiging krachtens volmacht van toepassing. Volmacht is de
bevoegdheid die een volmachtgever verleent aan een ander, de gevolmachtigde,
om in zijn naam rechtshandelingen te verrichten, art. 3:60. Slecht bevoegd een
vennoot om in naam te handelen als hem volmacht is verleend, art. 7A:1679 BW.
De volmacht kan uitdrukkelijk of stilzwijgend worden verleend, art. 3:61. Bij
onbevoegdheid van een handelende vennoot zijn de medevennoten niet
gebonden. Dit is anders indien zij de toerekenbare schijn van volmacht hebben
gewekt, art. 3:61 lid 2. Daarna kunnen zij het wel bekrachtigen, art. 3:69. Twee
uitzonderingen regels volmacht bij maatschap:
Baattrekking. Art. 7A:1681. Wanneer de transactie voordelig blijkt te zijn
geweest. Dieselgarage II.
Art. 7A:1681 BW, volgens art. 3:70 moet een gevolmachtigde instaan voor
het bestaan en de omvang van zijn volmacht. Zo niet, dan is hij jegens de
wederpartij aansprakelijk voor de schade die deze lijdt door het ontbreken
van de volmacht. De vertegenwoordigingsonbevoegde is echter niet zelf
als partij gebonden, dat laatste is hij juist wel volgens art. 7A:1681.
Persoonlijk gebonden. Indien een vennot de maatschap rechtsgeldig heeft
verbonden rijst de vraag wat daar de rechtsgevolgen van zijn art.
7A:1680, vennoten zijn ieder voor een gelijk deel verbonden.
Onrechtmatige daad Schade veroorzaakt door een vennoot voor rekening
van de maatschap: hangt af van vennootschapscontract. De gedragingen van
een rechtspersoon kunnen worden toegerekend als onrechtmatige daad van de
rechtspersoon, wanneer zij in het maatschapelijk verkeer als gedragingen van de
rechtspersoon hebben te gelden, dus rechtspersonen kunnen onrechtmatig
handelen. Hier betreft het echter samenwerkingsvormen die geen
rechtspersoonlijkheid hebben. Niettemin moet het kunnen. Kleuterschool
Babbel. Ook kan er kwalitatieve aansprakelijkheid zijn, als voldaan is aan de
voorwaarden van art. 6:170. De maten zijn dan voor gelijke delen aansprakelijk
als het kan worden toegerekend.
Wordt in de openbare maatschap een bedrijf uitgevoerd, art. 17 K elke vennot
is die daarvan niet is uitgesloten, bevoegdten name van de vennootschap te
handelen, geld uit te geven en te ontvangen en de vennootschap aan derden en
derden aan de vennootschap te binden. Bij een vof strekt bevoegdheid van
vennoten zich in beginsel tot alle handelingen die onder het doel van de
vennootschap vallen uit. Handelen namens de vennootschap onder firma
impliceert handelen voor rekening van de vennootschap onder firma. De
beperking van de vertegenwoordigingsbevoegdheid moet in het handelsregister
zijn ingeschreven. Elke vennoot is bevoegd namens de vof te handelen, tenzij:
Hij van vertegenwoordigingsbevoegdheid is uitgesloten, art. 17 lid 1 K.
Onvoorwaardelijke uitsluiting.
Week 1
De meest eenvoudige vorm van beroep en bedrijf is de eenmanszaak. Daarvan
spreekt men wanneer een natuurlijk persoon voor eigen rekening en risico een
bedrijf of een beroep uitoefent. Beroepsbeoefenaren en degenen die een bedrijf
uitoefenen worden beschouwd als ondernemer. Er wordt onderscheid gemaakt
tussen ondernemingsvermogen enerzijds en privévermogen anderszijds. Een BV
is een rechtspersoon. De BV loopt dan het ondernemersrisico en bij een
eenmanszaak de ondernemer zelf. Ondernemer bij BV is dan aandeelhouder en is
niet persoonlijk aansprakelijk. In een eenmanszaakis niet noodzakelijk slechts een
persoon werkzaam. De BV is in boek 2 BW geregeld.
Naar Nederlands recht worden drie contractuele samenwerkingsvormen
onderscheiden: de maatschap, de vennootschap onder firma en de
commanditaire vennootschap. De maatschap komt veel voor in uitoefening
van een beroep, 7A:1655. Een maatschap is openbaar wanneer zij naar buiten
optreedt onder gemeenschappelijke naam. Tegenovergestelde is de stille
maatschap. Art. 16 K een maatschap tot uitoefening van een bedrijf onder een
gemeenschappelijke naam vennootschap onder firma. Is dus een
gekwalificeerde maatschap net als de commanditaire vennootschap. Deze is ook
onder gemeenschappelijke naam aangegaan. Bij commanditaire
vennootschappen worden de partners onderscheiden in beherende vennoten en
stille vennoten. Art. 19 K hoofdelijk verbonden vennoten en andere personen
als geldschieters. De maatschap is geregeld in de negende titel van boek 7A. Op
grond van art 1 K is het BW en dus ook art. 7A:1655 en verder van toepassing op
de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap.
Maatschap, art. 7A:1655 is een overeenkomst waarbij twee of meer personen
zich verbinden om iets in gemeenschap te brengen, met het oogmerk om het
daaruit ontstaande voordeel met elkander te delen. Volgende elementen:
Overeenkomst. Obligatoire overeenkomst, art. 6:213 lid 1 BW. Ook is de
maatschap een duurovereenkomst. Zij roept voortdurende verbintenissen
in het leven. (HR Dierenartsen). Belangrijk dat deze overeenkomsten
dwingendrechtelijk geregeld zijn. Affectio societas de wil om als
compagnon samen te werken. Arbeidsovereenkomst en maatschap sluiten
elkaar uit. De maatschap kan ook voor een bepaalde tijd of voor een
bepaald werk worden afgesloten. Kan niet worden opgezegd, art. 7A:1686
lid 2. Deze maatschappen worden van rechtswege ontbonden.
Samenwerking. Maatschappen zijn persoonsgebonden. De maatschap
wordt intuitu personae aangegaan, dat wil zeggen: met het oog op de
persoon van de andere contractspartijen. Dat betekent dat de gevolgen die
voor betrokkenen uit de maatschapsovereenkomst voortvloeien niet ook
mede gelden voor hun rechtverkrijgenden onder algemene titel, art. 6:249
BW. Maatschap eindigt door de dood of de curatele van een van de
vennoten of bij faillissement of schuldsanering.
Inbreng. Zonder inbreng geen maatschap. Rust op alle vennoten. Inbreng
in geld, in goederen, in genot en arbeid. Inbreng kan ook bestaan uit
immateriële activa, clièntele of know how. Al hetgeen naar economische
maatstaven kan worden gewaardeerd is vatbaar voor inbreng. Wie arbeid
inbrengt is gehouden zijn werkzaamheden naar behoren te verrichten, art.
7:611.
o Inbreng eigendom. Zaak wordt overgedragen aan de compagnons
die daardoor samen eigenaar worden, art. 3:84. Gemeenschap.
, o Inbreng genot. Wordt geen gezamenlijk eigendom. Ontstaat wel
een gemeenschap in de zin van 3:166 BW. Bij inbreng van genot zijn
waardestijgingen en waardedalingen van die zaken voor rekening en
risico van degene die zaken heeft ingebracht.
o Inbreng economische eigendom. Er vindt geen overdracht
plaats. Bedrijfseconomisch komt de in economische eigendom
ingebrachte zaak evenwel voor rekening en risico van de
maatschap.
o Inbreng arbeid. Geen gemeenschap ontstaan. Wel enig
gezamenlijk vermogen gevormd.
Bij gemeenschap moet men denken aan mede-eigendom. De gezamenlijke
gerechtigheid kan zich ook uitstrekken tot vermogensrechten. Geregeld in
titel 7 van boek 3. Boek 3 BW stelt geen regels voor de gemeenschap
gedurende het bestaan van de maatschap maar wel na ontbinding van de
maatschap. Onderscheid vrije en gebonden gemeenschap. Beslissend
hierbij is of de deelgenoten bevoegd zijn over hun aandeel in de
gemeenschap te beschikken en of zij scheiding of deling van de
gemeenschap kunnen verlangen, dit hangt af van de aard van de
gemeenschap. In ons geval de overeenkomst van de maatschap, art.
7A:1655. De door inbreng gevormde gemeenschap is een hun aandeel in
een gemeenschapsgoed noch over hun aandeel in de gemeenschap
beschikken. Zij behoeven daartoe de medewerking van de andere
vennoten. Partijen hebben zich jegens elkaar verplicht tot blijvende
inbreng ten dienste van het doel van de vennootschap. Niet kunnen
scheiding en deling zonder medewerking van de compagnons is niet
mogelijk.
Verdeling van voordeel. Het moet gaan om economisch voordeel.
De aansprakelijkheid van de vennoten van een vennootschap onder firma en van
de beherende vennoten van een commanditaire vennootschap reikt in beginsel
aanmerkelijk verder dan de aansprakelijkheid van de maten van een maatschap.
De kwalificatie van het samenwerkingsverband is van belang. En dus ook of het
gaat om de uitoefening van een beroep of de uitoefening van een bedrijf. Twee
elementen beroep:
De beroepsbeoefenaar zou het niet om het geld te doen zijn
honorarium.
Zou om zijn persoonlijke bekwaamheid, integriteit of anderszins door
cliënten woden benaderd.
In art. 16 K rechtsgevolgen aan onderscheid.
Maatschap is een consencuele overeenkomst. De wet lijkt voor de vof een
constitutief vereiste te stellen. Art. 22 K authentieke akte. Geen ontstaans- of
bestaansvoorwaarde, is bedoeld als bewijs. Beperkte strekking. Op het ontbreken
van een akte kan slechts een beroep worden gedaan door: een vennoot
tegenover een medevennoot of een derde tegenover de vennootschap of
tegenover vennoten. Er gelden dus niet echt vormvoorschriften.
Vele onderwerpen worden geregeld in de overeenkomsten duur van het
contract, doel van de maatschp, vastlegging afspraken inbreng, verdeling taken
en bevoegdheden, financiële verantwoording, verdeling winst en verliezen enz.
Vooral betrekking op de uitvoering van het vennootschapscontrat. Een andere
kwestie is of de overeenkomst zelf kan worden gewijzigd. Daarvoor is in beginsel
toestemming van alle partijen, dus alle vennoten vereist. Volgens de hoofdregel
worden beslissingen tenzij anders overeengekomen, met eenparigheid van
stemmen genomen. Vennoten hebben dus een vetorecht. Kan worden afgeleid
, uit art. 7A:1676 sub 1 BW. Ziet op de besluitvormingsfase. Art. 1673 t/m 1676
boek 7A over beheer het stellen van handelingen die, gelet op het doel van
de maatschap tot haar gebruikelijke, regelmatig voorkomende werkzaamheden
behoren. Handelingen die niet binnen deze omschrijving vallen, vallen onder
beschikken. Het belang van onderscheid dat naar regelend recht, art. 7A:1676
sub 1 BW, in beginsel elk vennoot in de verhouding tot zijn compagnons bevoegd
is om beheersdaden te verrichten. Art. 7A:1674 BW. Dat betekent dat hij dagelijks
voorkomende gebruikelijke rechtshandelingen voor rekening van de maatschap
mag verrichten. Beschikken behoeft in beginsel gezamenlijke goedkeuring van de
maten.
Handelen voor rekening van de maatschap moet niet worden verward met
handelen in naam van de maatschap. Hier gaat het namelijk om
vertegenwoordiging. Op de maatschap zijn in beginsel de gewone regels oer
vertegenwoordiging krachtens volmacht van toepassing. Volmacht is de
bevoegdheid die een volmachtgever verleent aan een ander, de gevolmachtigde,
om in zijn naam rechtshandelingen te verrichten, art. 3:60. Slecht bevoegd een
vennoot om in naam te handelen als hem volmacht is verleend, art. 7A:1679 BW.
De volmacht kan uitdrukkelijk of stilzwijgend worden verleend, art. 3:61. Bij
onbevoegdheid van een handelende vennoot zijn de medevennoten niet
gebonden. Dit is anders indien zij de toerekenbare schijn van volmacht hebben
gewekt, art. 3:61 lid 2. Daarna kunnen zij het wel bekrachtigen, art. 3:69. Twee
uitzonderingen regels volmacht bij maatschap:
Baattrekking. Art. 7A:1681. Wanneer de transactie voordelig blijkt te zijn
geweest. Dieselgarage II.
Art. 7A:1681 BW, volgens art. 3:70 moet een gevolmachtigde instaan voor
het bestaan en de omvang van zijn volmacht. Zo niet, dan is hij jegens de
wederpartij aansprakelijk voor de schade die deze lijdt door het ontbreken
van de volmacht. De vertegenwoordigingsonbevoegde is echter niet zelf
als partij gebonden, dat laatste is hij juist wel volgens art. 7A:1681.
Persoonlijk gebonden. Indien een vennot de maatschap rechtsgeldig heeft
verbonden rijst de vraag wat daar de rechtsgevolgen van zijn art.
7A:1680, vennoten zijn ieder voor een gelijk deel verbonden.
Onrechtmatige daad Schade veroorzaakt door een vennoot voor rekening
van de maatschap: hangt af van vennootschapscontract. De gedragingen van
een rechtspersoon kunnen worden toegerekend als onrechtmatige daad van de
rechtspersoon, wanneer zij in het maatschapelijk verkeer als gedragingen van de
rechtspersoon hebben te gelden, dus rechtspersonen kunnen onrechtmatig
handelen. Hier betreft het echter samenwerkingsvormen die geen
rechtspersoonlijkheid hebben. Niettemin moet het kunnen. Kleuterschool
Babbel. Ook kan er kwalitatieve aansprakelijkheid zijn, als voldaan is aan de
voorwaarden van art. 6:170. De maten zijn dan voor gelijke delen aansprakelijk
als het kan worden toegerekend.
Wordt in de openbare maatschap een bedrijf uitgevoerd, art. 17 K elke vennot
is die daarvan niet is uitgesloten, bevoegdten name van de vennootschap te
handelen, geld uit te geven en te ontvangen en de vennootschap aan derden en
derden aan de vennootschap te binden. Bij een vof strekt bevoegdheid van
vennoten zich in beginsel tot alle handelingen die onder het doel van de
vennootschap vallen uit. Handelen namens de vennootschap onder firma
impliceert handelen voor rekening van de vennootschap onder firma. De
beperking van de vertegenwoordigingsbevoegdheid moet in het handelsregister
zijn ingeschreven. Elke vennoot is bevoegd namens de vof te handelen, tenzij:
Hij van vertegenwoordigingsbevoegdheid is uitgesloten, art. 17 lid 1 K.
Onvoorwaardelijke uitsluiting.