Leisure! Samenvatting: Hoofdstuk 4
Vrijetijdsgedrag: vraag, aanbod en beleid
4.1 Omgevingsfactoren
Omgevingsfactoren vallen buiten de maatschappelijke cultuur en de sociale
structuur zoals die gedefinieerd zijn. Het gaat om een aantal factoren die volledig
buiten menselijk invloeden vallen:
1) Geografische, fysiologische (omgevings)kenmerken en tijdsorde
Vaak besluiten we op basis van weeromstandigheden wat we gaan doen.
Bij geografische en fysiologische kenmerken gaat het om alle natuurlijke
omgevingskenmerken die ons vrijetijdsgedrag beïnvloeden. Het begrip
‘tijdsorde’ hangt samen met de voorgaande factoren. Het betreft hier de
ordening van onze tijd aan de hand van dag en nacht en de verschillende
seizoenen.
2) Tijdruimtelijke beperkingen en infrastructuur
Een tweede factor waarop de mens niet of nauwelijks invloed hoeft, zijn
tijdruimtelijke factoren. Hiermee wordt de verhouding tussen de benodigde
tijd en de afgelegde afstand bedoeld.
3) Toevalligheden
Toeval is moeilijk af te bakenen of te beschrijven, maar ook omdat het
nooit te voorspellen valt.
4.2 Model van voorkeuren, behoeften en middelen
We weten nu dat het gedrag van de mens bepaald wordt door de algemene
cultuur waartoe die persoon behoort, door de specifieke subculturen en de
sociale omgeving waar die persoon mee te maken heeft een door alle mogelijke
persoonlijke kenmerken.
Gedrag = kenmerken van de samenlevingscultuur + kenmerken van de
relevante subculturen + persoonskenmerken + omgevingsfactoren
Het is niet voldoende om gedrag alleen te zien als een optelsom van de drie
verschillende niveaus van de sociale omgeving en de overige omgevingsfactoren.
De vrijetijdswetenschapper Wim Knust beschreef in zijn ‘model van
vrijetijdsgedrag’ al de discrepantie tussen wat we graag zouden willen en wat we
gegeven de omstandigheden ook echt kunnen doen. In onze vrije tijd hebben we
vaak niet de keuzevrijheid die we denken te hebben. Ten eerste komt de
persoonlijke voorkeur niet alleen vanuit het individu maar ook vanuit de sociale
omgeving. De tweede reden is dat iedere persoon te maken heeft met middelen
en beperkingen. Bij ons vrijetijdsgedrag gaat het niet alleen om wat we willen,
maar ook om wat we kunnen. Deze middelen en beperkingen bestaan uit
omgevingsfactoren en het wel of niet bezitten van een aantal kapitalen.
Volgens Bordieu zijn er in onze sociale leefwereld drie soorten kapitalen:
Economisch kapitaal
Vrijetijdsgedrag: vraag, aanbod en beleid
4.1 Omgevingsfactoren
Omgevingsfactoren vallen buiten de maatschappelijke cultuur en de sociale
structuur zoals die gedefinieerd zijn. Het gaat om een aantal factoren die volledig
buiten menselijk invloeden vallen:
1) Geografische, fysiologische (omgevings)kenmerken en tijdsorde
Vaak besluiten we op basis van weeromstandigheden wat we gaan doen.
Bij geografische en fysiologische kenmerken gaat het om alle natuurlijke
omgevingskenmerken die ons vrijetijdsgedrag beïnvloeden. Het begrip
‘tijdsorde’ hangt samen met de voorgaande factoren. Het betreft hier de
ordening van onze tijd aan de hand van dag en nacht en de verschillende
seizoenen.
2) Tijdruimtelijke beperkingen en infrastructuur
Een tweede factor waarop de mens niet of nauwelijks invloed hoeft, zijn
tijdruimtelijke factoren. Hiermee wordt de verhouding tussen de benodigde
tijd en de afgelegde afstand bedoeld.
3) Toevalligheden
Toeval is moeilijk af te bakenen of te beschrijven, maar ook omdat het
nooit te voorspellen valt.
4.2 Model van voorkeuren, behoeften en middelen
We weten nu dat het gedrag van de mens bepaald wordt door de algemene
cultuur waartoe die persoon behoort, door de specifieke subculturen en de
sociale omgeving waar die persoon mee te maken heeft een door alle mogelijke
persoonlijke kenmerken.
Gedrag = kenmerken van de samenlevingscultuur + kenmerken van de
relevante subculturen + persoonskenmerken + omgevingsfactoren
Het is niet voldoende om gedrag alleen te zien als een optelsom van de drie
verschillende niveaus van de sociale omgeving en de overige omgevingsfactoren.
De vrijetijdswetenschapper Wim Knust beschreef in zijn ‘model van
vrijetijdsgedrag’ al de discrepantie tussen wat we graag zouden willen en wat we
gegeven de omstandigheden ook echt kunnen doen. In onze vrije tijd hebben we
vaak niet de keuzevrijheid die we denken te hebben. Ten eerste komt de
persoonlijke voorkeur niet alleen vanuit het individu maar ook vanuit de sociale
omgeving. De tweede reden is dat iedere persoon te maken heeft met middelen
en beperkingen. Bij ons vrijetijdsgedrag gaat het niet alleen om wat we willen,
maar ook om wat we kunnen. Deze middelen en beperkingen bestaan uit
omgevingsfactoren en het wel of niet bezitten van een aantal kapitalen.
Volgens Bordieu zijn er in onze sociale leefwereld drie soorten kapitalen:
Economisch kapitaal