Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Milieu Interna Kind en Neonaat 131 - IC Neonatologie

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
13
Geüpload op
11-11-2021
Geschreven in
2021/2022

Deze samenvatting is gemaakt ter voorbereiding voor het 'Milieu Interna 131 - Kind en Neonaat' tentamen voor de opleiding Intensive Care Neonatologie (ook bruikbaar voor de opleiding High Care Neonatologie en Intensive Care Kinderen) in mei 2021 vanuit de Erasmus MC Academie. De theorie is afkomstig uit de volgende boeken: - Leerboek Intensive Care Verpleegkunde Neonatologie - Leerboek Intensive Care Verpleegkunde Kinderen - Presentaties door artsen

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Milieu Interna 131 – Kind en neonaat
Inhoudsopgave
1. Spijsverteringskanaal..................................................................................................................................2
1.1. Anatomie en fysiologie...........................................................................................................................2
1.1.1. Embryologie...........................................................................................................................................2
1.1.2. Lagen spijsverteringskanaal..................................................................................................................2
1.1.3. Anatomie spijsverteringskanaal.............................................................................................................3
1.1.4. Fysiologie spijsverteringskanaal............................................................................................................5
2. Pathologie en pathofysiologie.....................................................................................................................5
2.1. Dehydratie en diarree............................................................................................................................5
2.2. Hyperbilirubinemie.................................................................................................................................6
2.3. Galgangatresie of galganghypoplasie...................................................................................................7
2.4. Choledochuscyste..................................................................................................................................8
2.5. Oesofagusatresie...................................................................................................................................8
2.6. Gastro-oesofageale reflux.....................................................................................................................8
2.7. Neonatale ileus......................................................................................................................................9
2.8. Duodenumatresie...................................................................................................................................9
2.9. Dunne darm atresie...............................................................................................................................9
2.10. Colonatresie.........................................................................................................................................9
2.10.1. Eindstandige enkelloops stoma.........................................................................................................10
2.10.2. Dubbelloops stoma............................................................................................................................10
2.11. Anusatresie........................................................................................................................................10
2.12. Malrotatie en volvulus........................................................................................................................10
2.13. Meconium ileus..................................................................................................................................11
2.14. Ziekte van Hirschsprung....................................................................................................................11
2.15. Congenitale hernia diaphragmatica...................................................................................................11
2.16. Omfalocèle.........................................................................................................................................11
2.17. Gastroschisis.....................................................................................................................................12
2.18. Prune-belly syndrome........................................................................................................................12
2.19. Necrotiserende Entro Colitis (NEC)...................................................................................................12
3. Voeding en groei.......................................................................................................................................13
3.1. Macronutriënten...................................................................................................................................13
3.2. Micronutriënten....................................................................................................................................13
3.3. Elektrolyten..........................................................................................................................................13

, 1. Spijsverteringskanaal
Het spijsverteringskanaal kent 6 processen die de functie van het spijsverteringskanaal kenmerken:
1. Ingestie  vindt plaats wanneer voedsel via de mond het spijsverteringskanaal binnenkomt;
2. Mechanische verwerking  de fysieke bewerking van vast voedsel, eerst door de tong en de
gebitselementen en daarna door de knedende en mengende bewegingen van het
spijsverteringskanaal. Oppervlakte wordt vergroot en voedsel wordt afgebroken door enzymen;
3. Vertering  de chemische afbraak van voedsel waardoor het opgenomen kan worden;
4. Secretie  de afgifte van water, zuren, enzymen en buffers door het epitheel van het
spijsverteringskanaal en door de accessoire organen;
5. Opname  de verplaatsing van kleine organische moleculen, elektrolyten, vitaminen en water door
het dekweefsel van het verteringskanaal naar de interstitiële vloeistof rond het spijsverteringskanaal;
6. Uitscheiding  de verwijdering van afvalstoffen uit de lichaamsvloeistoffen (ontlasting).

1.1. Anatomie en fysiologie
1.1.1. Embryologie
Gedurende de vroege embryonale ontwikkeling bestaat het maag-darmkanaal uit een buis van mond tot
anus, die in 3 gedeelten verdeeld kan worden: voor-, miden- en achterdarm met ieder een eigen
bloedvoorziening. De voordarm wordt van bloed voorzien vanuit de truncus coeliacus. Uit de voordarm
ontstaat de uiteindelijke mond, farynx, oesofagus en maag en het proximale gedeelte van het duodenum.
De middendarm wordt van bloed voorzien door de arteria mesenterica superior en vanuit dit deel wordt
het distale deel van het duodenum, het jejunum, het ileum, het caecum, de appendix en het proximale
colon gevormd. De achterdarm wordt van bloed voorzien door de aerteria mesenterica inferior en vorm
het distale colon en rectum. Speekselklieren, lever, galblaas en pancreas komen voort uit de voor- en
middendarm.

Bij de geboorte kan de maag een inhoud verdragen van ongeveer 30 ml. De dunne darm heeft na de
geboorte een lengte van ongeveer 120 cm en groeit verder uit tot 2 à 3 meter. De dikke darm is ongeveer
40 cm lang bij de geboorte en groeit uit tot 2 meter.

Vanaf het 2e trimester van de embryonale ontwikkelingen zijn foetale slikbewegingen, intestinale motiliteit
en defecatie goed waarneembaar.

 Oesofagus en maag: bij 4 weken is deze ontwikkeling en uitgroei naar de maag zichtbaar. Bij 7 weken
vormt zich een lumen en ontstaat er een continuüm met de maag. Pas rond de 12 e week vindt de
ontwikkeling van de innervatie plaats. Rond de 3e maand kan de pylorus worden onderscheiden.
 Pancreas: in de 4e week zijn 3 uitstulpingen in de voordarm te onderscheiden. Bij 20 weken worden de
cellen gevormd die enzymen produceren voor de vertering van voeding. Korte tijd later worden de B-
cellen gevormd die verantwoordelijk zijn voor de productie van insuline.
 Lever en galwegen: in de 3e week ontstaat een ventrale uitgroei van de voordarm uit het gedeelte dat
later zal uitgroeien tot het duodenum, deze uitstulping groeit ook uit tot lever. Bij 10 weken zijn de
galwegen compleet en hebben ze een verbinding naar de darm.
 Dunne darm: vanaf de 4e week is het duodenum herkenbaar als een uitstulping die enerzijds een
verbinding heeft met de maag, pancreas en lever en anderzijds met het caecum.
 Dikke darm: het caecum wordt vanaf de 4e week herkend.
 Rectum en anus: rond de 5e week vormen urogenitale en achterdarmstructuren een
gemeenschappelijke grote ruimte, de cloaca. Het rectum komt voort uit het cloaca en vormt een
continuïteit met het colon rond de 8e week.

Ongeveer vanaf 33 weken komt de motiliteit van de tractus digestivus op gang, wat waarneembaar is als
migrerende motorische complexen. De zuig- en slikbewegingen ontstaan eveneens gedurende de foetale
periode. Een zuigreflex kan al waargenomen worden vanaf de 11 e à 12e week, slikbewegingen vanaf de
18e à 24e week. De rijping van dit hele proces is echter nog niet voltooid bij de geboorte. Pas rond de 34 e
à 35e week ontstaat een effectief zuig- en slikproces waarbij voedingsmiddelen opgenomen kunnen
worden. Pas tegen de tijd dat een kind aterme geboren wordt, worden zuigbewegingen opgevolgd door
slikken, peristaltiek van de oesofagus, relaxatie van de sfincter en relaxatie van de fundus van de maag.

1.1.2. Lagen spijsverteringskanaal
Het spijsverteringskanaal bestaat uit 4 grote lagen: mucosa, submucosa, muscularis externa en serosa.


2

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
11 november 2021
Aantal pagina's
13
Geschreven in
2021/2022
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$8.38
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
larissarv Avans Hogeschool
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
45
Lid sinds
9 jaar
Aantal volgers
27
Documenten
11
Laatst verkocht
4 maanden geleden

4.0

9 beoordelingen

5
3
4
5
3
0
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen