Case based learning 1: bedmobiliteit
Testen:
- Spiertonus
o Benen:
▪ Benen buigen en strekken bij patient (patient op rugliggen)
o Romp:
▪ (Patient op ruglig) benen buigen, benen heen en weer bewegen.
In dossier spiertonus aangeven:
Met plussen en minnen aangeven. (Volgens HU, ergens anders kan het anders zijn)
- Verlaagd (--)
- Licht verlaagd (-)
- Normaal (0)
- Licht verhoogd (+)
- verhoogd (++)
,Behandeling:
1. Oefening voor stijfheid en pijn in romp (voorbereiding uit bed komen)
2. Gebruik maken van startsignaal beweging (cue)
3. Cognitieve strategie (neo vs paleo niveau)
o Wat is de beste manier om in en uit bed te komen?
o Hoe kan je omdraaien in bed met deken?
o Leer meneer deze strategie in bewuste, kleine stappen.
4. Wat doe je om ervoor te zorgen dat meneer dit leert?
Basale kernproblematiek:
- Vaak is het paleo niveau aangedaan (automatisme: lopen)
- Kan niet als automatisme in bed komen.
Cognitieve strategie:
o Kleine stapjes oefenen
o Cueing (startsein, bijvoorbeeld klappen in je handen/ aftellen/ ook visueel: lijnen
op de grond) Hierdoor heeft hij een startsein om een beweging uit te voeren(
benen op bed krijgen).
In en uit bed komen in stappen uitleggen met cueing:
- Lopen naar het bed
- Deken aan de kant doen
- Omdraaien, met rug naar bed
- Gaan zitten
- Bovenlichaam naar het bed bewegen, onderbenen met vaart op bed meenemen (Lukt dit
niet, therapeut tijdens de beweging ondersteuning bij de benen geven).
- Verplaatsen, benen buigen, bil optillen (als een bruggetje) en zijwaarts naar links of rechts.
- Op zij komen liggen, met benen gebogen
-
Verplaatsen in bed:
- Benen buigen, bil optillen (als een bruggetje) en zijwaarts verplaatsen.
- Als je naar rechts wel draaien, moet je met je lichaam eerst naar links.
Voorbeeld:
1,2,3 voor het bed gaan staan,
gaan zitten,
1,2,3 benen en bovenlichaam met vaart op het bed leggen,
1,2,3 goed gaan liggen.
Voorbeeld cueing visueel:
,- Lopen→ lijnen op de grond, voet over lijn zetten
Lasers op de grond, op de stip gaan staan iedere keer.
Spiertonus in bijv. rug verlagen:
romprotatie is nodig bij het uit bed komen.
- Patiënt op ruglig, benen buigen, benen van links naar rechts bewegen.
(Tijdelijk effect, als voorbereiding om uit bed te komen).
, Case based learning 2
COPD= chronic obstructive (longfunctie, zit iets in de weg) pulmonary disease
C → chronisch= voor altijd
O → obstructief= longfunctie, zit iets in de weg (luhctstroombeperking)
P → pulmonal= longen
D→ disease= ziekte/ andoening
Symptomen:
- Kortademigheid (ademfreq is meestal boven de 20 x per min, hoeft niet benauwd te
zijn)
- Benauwdheid
- Hoesten/ sputum (slijm)
- Vermoeidheid
- Inspanningsprobleem
Restrictie= inhoud van longen is kleiner dan normaal, bijvoorbeeld als gevolg van een
aandoening van de structuren/ weefsels van de longen?
Testen en de afkortingen weten:
Testen:
- Spiertonus
o Benen:
▪ Benen buigen en strekken bij patient (patient op rugliggen)
o Romp:
▪ (Patient op ruglig) benen buigen, benen heen en weer bewegen.
In dossier spiertonus aangeven:
Met plussen en minnen aangeven. (Volgens HU, ergens anders kan het anders zijn)
- Verlaagd (--)
- Licht verlaagd (-)
- Normaal (0)
- Licht verhoogd (+)
- verhoogd (++)
,Behandeling:
1. Oefening voor stijfheid en pijn in romp (voorbereiding uit bed komen)
2. Gebruik maken van startsignaal beweging (cue)
3. Cognitieve strategie (neo vs paleo niveau)
o Wat is de beste manier om in en uit bed te komen?
o Hoe kan je omdraaien in bed met deken?
o Leer meneer deze strategie in bewuste, kleine stappen.
4. Wat doe je om ervoor te zorgen dat meneer dit leert?
Basale kernproblematiek:
- Vaak is het paleo niveau aangedaan (automatisme: lopen)
- Kan niet als automatisme in bed komen.
Cognitieve strategie:
o Kleine stapjes oefenen
o Cueing (startsein, bijvoorbeeld klappen in je handen/ aftellen/ ook visueel: lijnen
op de grond) Hierdoor heeft hij een startsein om een beweging uit te voeren(
benen op bed krijgen).
In en uit bed komen in stappen uitleggen met cueing:
- Lopen naar het bed
- Deken aan de kant doen
- Omdraaien, met rug naar bed
- Gaan zitten
- Bovenlichaam naar het bed bewegen, onderbenen met vaart op bed meenemen (Lukt dit
niet, therapeut tijdens de beweging ondersteuning bij de benen geven).
- Verplaatsen, benen buigen, bil optillen (als een bruggetje) en zijwaarts naar links of rechts.
- Op zij komen liggen, met benen gebogen
-
Verplaatsen in bed:
- Benen buigen, bil optillen (als een bruggetje) en zijwaarts verplaatsen.
- Als je naar rechts wel draaien, moet je met je lichaam eerst naar links.
Voorbeeld:
1,2,3 voor het bed gaan staan,
gaan zitten,
1,2,3 benen en bovenlichaam met vaart op het bed leggen,
1,2,3 goed gaan liggen.
Voorbeeld cueing visueel:
,- Lopen→ lijnen op de grond, voet over lijn zetten
Lasers op de grond, op de stip gaan staan iedere keer.
Spiertonus in bijv. rug verlagen:
romprotatie is nodig bij het uit bed komen.
- Patiënt op ruglig, benen buigen, benen van links naar rechts bewegen.
(Tijdelijk effect, als voorbereiding om uit bed te komen).
, Case based learning 2
COPD= chronic obstructive (longfunctie, zit iets in de weg) pulmonary disease
C → chronisch= voor altijd
O → obstructief= longfunctie, zit iets in de weg (luhctstroombeperking)
P → pulmonal= longen
D→ disease= ziekte/ andoening
Symptomen:
- Kortademigheid (ademfreq is meestal boven de 20 x per min, hoeft niet benauwd te
zijn)
- Benauwdheid
- Hoesten/ sputum (slijm)
- Vermoeidheid
- Inspanningsprobleem
Restrictie= inhoud van longen is kleiner dan normaal, bijvoorbeeld als gevolg van een
aandoening van de structuren/ weefsels van de longen?
Testen en de afkortingen weten: