H1 Omgevingsfactoren
1.3 economische wetenschap: bestudeert hoe mensen keuzeproblemen
aanpakken. Ze analyseert het omgaan van mensen met schaarse, op veel
manieren bruikbare middelen, waarmee ze hun doelstelling willen bereiken.
(onderzoek hoe met beperkte middelen keuze uit oneindige behoeften)
- Welvaart: de mate waarin men in hun behoeftes kunnen voorzien.
- Alternatieve aanwending: het gebruik va een middel in de ene richting zorgt
ervoor dat er afgezien moet worden van de andere richting. kosten van het
opgeofferde alternatief = opportunity costs
1.4 Produceren, productiefactoren
- Economische goederen: schaarse goederen, er moeten productiefactoren voor
worden aangewend.
- Vrije goederen: niet-schaarse goederen, staan onbeperkt ter beschikking (lucht,
water).
- Niet-reproduceerbare goederen: goederen die in de behoeften voorzien, maar
die eenmalig uniek zijn. (kunstwerken, monumenten, stukken natuur)
- Kapitaalgoederen: goederen die op hun beurt weer worden gebruikt voor de
productie van andere goederen of diensten (machines, kantoren, fabrieken).
- Consumptiegoederen: pas als een goed is gekocht door de
eindafnemer/consument.
- Productiefactoren: natuur, kapitaalgoederen, arbeid.
- Organisatie: een geordende groep mensen die samenwerken om bepaalde
doelen te bereiken.
- Bedrijven: organisaties die economische goederen produceren.
- Ondernemingen: bedrijven die naar winst streven.
- Overheidsorganisaties: kosten van de organisaties komen uit
belastingopbrengsten (politie, school).
1.5 Participanten en omgevingsfactoren
in enge zin: relaties met participanten, concurrentieverhouding/eco.
Situatie/invloed overheid.
In ruime zin: niet door de economie verklaard. (demografische ontw/ontw.
Techniek/normen&waarden/politiek systeem/rechtsorde.
participanten: individuen en groepen mensen die bij de bedrijfsvoering zijn
betrokken.
- Media - Afnemers
- Werknemers - Overheid
- Vermogensverschaffers - Concurrentie
- Leveranciers - Belangenbehartigingsorganisatie
Omgevingsfactoren: