t/m 9.3 Blok 3
(Niet: 2.4.4/2.4.7/2.4.10/2.8.4/3.5.1 t/m
3.5.3/3.5.5/4.4.5/4.4.7/4.18/4.21.5/4.21.6)
Hoofdstuk 1 – Algemene inleiding
1.1 Doel van belastingheffing
Door belasting te betalen, levert iedere burger een bijdrage aan de financiering van de overheid.
(hierbij wordt niet alleen de centrale overheid bedoelt, maar ook de provincie/gemeente)
Daarnaast ook stimuleren/ontmoedigen van gedrag door middel van:
- Stimuleren van startende ondernemers (willekeurige afschrijvingen) Zelf bepalen hoe &
- Stimuleren van nieuwe investeringen (investeringsregelingen) wanneer bedrijfsmiddel
- Bescherming van de gezondheid (accijns) afschrijven
- Bescherming van het milieu (milieuheffingen)
De overheid heeft de mogelijkheden om haar uitgaven te financieren met:
1. Belastingen: verplichte bijdrage van burgers, zonder dat daar een specifieke tegenprestatie
tegenover staat. Wordt gebruikt om wegen aan te leggen, openbare orde te bewaken etc.
2. Retributies: vergoeding die een burger moet betalen omdat hij een bepaalde dienst van de overheid
afneemt. Dus wel met tegenprestatie, zoals afgeven rijbewijs, paspoort, bouwvergunning etc.
3. Sociale premies:
- Premies volksverzekeringen: geheven om uitkeringen te kunnen betalen, zoals AOW, Anw, AWBZ.
Door belastingdienst via één gecombineerde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
- Premies werknemersverzekeringen: WIA, ZW, Zvw, WW. Komen ten laste van de werkgever en
worden door de belastingdienst geïnd via de aangifte loonheffingen.
4. Overige inkomsten: zoals de inkomsten uit de verkoop van gas.
1.2 Plaats van het belastingrecht
- Publiekrecht: de verhouding tussen overheid en burger. (staatsrecht, bestuursrecht, strafrecht)
Belastingrecht is onderdeel van publiekrecht
- Privaatrecht: verhouding tussen burgers onderling. (ondernemingsrecht, overeenkomstenrecht)
- Materieel recht: gaat om wijze waarop moet worden bepaald hoeveel belasting er verschuldigd is
- Formeel recht: gaat om de wijze waarop de belasting moet worden geïnd, en wel zodanig dat
iedereen aan zijn fiscale verplichten voldoet het materiële recht handhaven.
1.3 Soorten belastingen
Inkomstenbelasting en omzetbelasting worden door centrale overheid opgelegd
Bijv. onroerendezaakbelasting wordt opgelegd door gemeente
- Directe belastingen: belasting wordt geheven bij degene die de belasting in zijn portemonnee moet
voelen. (bijv. loonbelasting op salaris van werknemer, inkomstenbelasting ondernemer)
- Indirecte belastingen: degene bij wie de belasting wordt geheven belast zijn betalingen door aan een
ander. (bijv. omzetbelasting)
- Tijdvakbelastingen: belasting die niet van dag tot dag wordt geheven, maar over een langere periode
(bijv. vennootschapsbelasting)
- Tijdstipbelastingen: belastingen die betrekking hebben op een gebeurtenis op één specifiek tijdstip
(bijv. overdrachtsbelasting; betaald op het moment dat eigendom van woning wordt overgedragen)
- Aanslagbelastingen: de belastingplichtige dient zijn aangifte in bij de belastingdienst, die de aangifte
verwerkt en een belastingaanslag oplegt. Pas nadat de aanslag is ontvangen bij belastingplichtige,
moet hij de verschuldigde belasting betalen. (bijv. inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting)
- Aangiftebelastingen: ook hierbij doet belastingplichtige aangifte, maar hier moet hij de verschuldigde
belasting al afdragen op het moment dat hij de aangifte indient. (loonbelasting, omzetbelasting)