Essay opdracht 4
Kwetsbare participanten in het rechtssysteem
Aantal woorden: 1000
Door: Violette Steijvers van Orselen
Student nr: 2685863
Vak: Forensische linguïstiek
Datum: 21 oktober 2020
, Inleiding
Er kan gesteld worden dat het Nederlandse rechtssysteem1 een eigen jargon heeft (van Dam,
2018) (Juridische begrippen, z.d.). Het is niet voor niks dat men vaak juridische bijstand aan
een jurist vraagt. Iedereen kan -(on)gewenst- in contact komen met het rechtssysteem.
Allereerst moet benadrukt worden dat de context waarbij iemand in aanraking komt met het
rechtssysteem al verschillend kan zijn. Iemand kan zelf een juridische procedure starten, maar
hij kan ook gedagvaard of gearresteerd worden. De persoon die zelf een juridische procedure
start, bijvoorbeeld een bezwaar- en/of beroepsprocedure in het bestuursrecht, weet vaak
ongeveer wel waar hij aan begint. In tegenstelling tot de persoon die plotseling bericht
ontvangt (of van zijn bed gelicht wordt).
Naast deze ‘standaard’ verschillen in positie zijn er ook nog bevolkingsgroepen die in een
zwakkere positie verkeren door bijvoorbeeld hun leeftijd, achtergrond, afkomst of
handicap/beperking. Voor deze groepen is het extra moeilijk om mee te komen in het jargon
van het rechtssysteem.
In deze essay zal uiteengezet worden waarom het voor deze groepen lastig is en daarnaast zal
de verdere aandacht op een groep in het specifiek gericht worden.
De (ongelimiteerde) subgroepen die weer verder onder te verdelen zijn in (ongelimiteerde)
geclassificeerde groepen:
Leeftijd - kinderen (Artikel 1 Verdrag inzake de rechten van het kind, z.d.)
(Coulthard et al., 2016)
Kinderen komen minder snel in aanraking met het rechtssysteem dan volwassenen.
Wanneer dit wel het geval is zijn zij vaak slachtoffer, denk hierbij aan
conflictscheidingen (Visiedocument Rechtspraak over echtscheidingen, z.d.) of
getuigen in een strafrechtelijk onderzoek -uiteraard kunnen zij ook verdachte zijn.
Deze positie maakt hen extra kwetsbaar. Naast het feit dat kinderen snel
beïnvloedbaar/suggestibel zijn, kennen zij de taal van het recht minder goed (Gibbons,
2003).
Achtergrond - sociale klasse
- opleidingsniveau (analfabeet, laag geletterde)
Bij deze groep speelt de mate van de benadeelde achtergrond mee. Immers een
analfabeet zal in een zwakkere positie verkeren dan iemand die een laag
opleidingsniveau genoten heeft. De zwakkere positie uit zich vooral in het niet goed
kunnen begrijpen van het gesprokenen/geschrevenen (Gibbons, 2003).
Afkomst - geografische achtergrond (personen met een migratieachtergrond/
dialectsprekers/autochtone minderheden)
Bij de afkomst speelt meestal de beheersing van de gebruikelijke taal in het
rechtssysteem de grootste rol. Indien Nederlands -of Fries- (Wet gebruik Friese taal,
2013) (Welke erkende talen heeft Nederland?, z.d.) niet de moedertaal is kan dit voor
verwarring/onbegrip zorgen. Ook kunnen bepaalde culture aspecten voor een
verkeerde interpretatie zorgen (Van Rossum, 2007) (Gibbons, 2003).
Beperking - (licht) verstandelijke beperking
- beperking (afasie, dyslexie)
- auditieve beperking (dove/slechthorende)
- visuele beperking (blinde/slechtziende)
1
Dit betreft ‘civil law’ in tegenstelling tot ‘common law’ waar de literatuur naar verwijst
2
Kwetsbare participanten in het rechtssysteem
Aantal woorden: 1000
Door: Violette Steijvers van Orselen
Student nr: 2685863
Vak: Forensische linguïstiek
Datum: 21 oktober 2020
, Inleiding
Er kan gesteld worden dat het Nederlandse rechtssysteem1 een eigen jargon heeft (van Dam,
2018) (Juridische begrippen, z.d.). Het is niet voor niks dat men vaak juridische bijstand aan
een jurist vraagt. Iedereen kan -(on)gewenst- in contact komen met het rechtssysteem.
Allereerst moet benadrukt worden dat de context waarbij iemand in aanraking komt met het
rechtssysteem al verschillend kan zijn. Iemand kan zelf een juridische procedure starten, maar
hij kan ook gedagvaard of gearresteerd worden. De persoon die zelf een juridische procedure
start, bijvoorbeeld een bezwaar- en/of beroepsprocedure in het bestuursrecht, weet vaak
ongeveer wel waar hij aan begint. In tegenstelling tot de persoon die plotseling bericht
ontvangt (of van zijn bed gelicht wordt).
Naast deze ‘standaard’ verschillen in positie zijn er ook nog bevolkingsgroepen die in een
zwakkere positie verkeren door bijvoorbeeld hun leeftijd, achtergrond, afkomst of
handicap/beperking. Voor deze groepen is het extra moeilijk om mee te komen in het jargon
van het rechtssysteem.
In deze essay zal uiteengezet worden waarom het voor deze groepen lastig is en daarnaast zal
de verdere aandacht op een groep in het specifiek gericht worden.
De (ongelimiteerde) subgroepen die weer verder onder te verdelen zijn in (ongelimiteerde)
geclassificeerde groepen:
Leeftijd - kinderen (Artikel 1 Verdrag inzake de rechten van het kind, z.d.)
(Coulthard et al., 2016)
Kinderen komen minder snel in aanraking met het rechtssysteem dan volwassenen.
Wanneer dit wel het geval is zijn zij vaak slachtoffer, denk hierbij aan
conflictscheidingen (Visiedocument Rechtspraak over echtscheidingen, z.d.) of
getuigen in een strafrechtelijk onderzoek -uiteraard kunnen zij ook verdachte zijn.
Deze positie maakt hen extra kwetsbaar. Naast het feit dat kinderen snel
beïnvloedbaar/suggestibel zijn, kennen zij de taal van het recht minder goed (Gibbons,
2003).
Achtergrond - sociale klasse
- opleidingsniveau (analfabeet, laag geletterde)
Bij deze groep speelt de mate van de benadeelde achtergrond mee. Immers een
analfabeet zal in een zwakkere positie verkeren dan iemand die een laag
opleidingsniveau genoten heeft. De zwakkere positie uit zich vooral in het niet goed
kunnen begrijpen van het gesprokenen/geschrevenen (Gibbons, 2003).
Afkomst - geografische achtergrond (personen met een migratieachtergrond/
dialectsprekers/autochtone minderheden)
Bij de afkomst speelt meestal de beheersing van de gebruikelijke taal in het
rechtssysteem de grootste rol. Indien Nederlands -of Fries- (Wet gebruik Friese taal,
2013) (Welke erkende talen heeft Nederland?, z.d.) niet de moedertaal is kan dit voor
verwarring/onbegrip zorgen. Ook kunnen bepaalde culture aspecten voor een
verkeerde interpretatie zorgen (Van Rossum, 2007) (Gibbons, 2003).
Beperking - (licht) verstandelijke beperking
- beperking (afasie, dyslexie)
- auditieve beperking (dove/slechthorende)
- visuele beperking (blinde/slechtziende)
1
Dit betreft ‘civil law’ in tegenstelling tot ‘common law’ waar de literatuur naar verwijst
2