Hoofdstuk 1: Inleiding in de hotellerie.
1.1 Indeling van hotels
Je kunt hotels op de volgende manieren indelen:
Naar service niveau: Dit betekend dat je een hotelorganisatie in een
bepaalde categorie plaatst die samenhangt met het service niveau en de
faciliteiten van een hotelorganisatie.
Naar doelgroep: Zakelijk, leisure groepen of een combinatie.
Naar grootte: Op basis van het aantal kamers kun je bepalen of het een
klein, middelgroot of groot hotel is, (kan ook verschillen per land).
Naar geboden product en services: Op basis van de aanwezige faciliteiten.
Naar locatie: De ligging van het hotel.
Naar hotelketen en zelfstandige/onafhankelijke hotels:
Onafhankelijke/zelfstandige hotels; meer persoonlijke benadering, meer
flexibel in de bedrijfsuitvoering. Hotelketens; gestandaardiseerde
uitstraling en service niveau.
1.2 Hotel soorten en hotelstijlen
1.2.1 Hotelsoorten
Congreshotel: Vooral gericht op de zakelijke doelgroep. Een congreshotel
heeft faciliteiten om groepen te ontvangen en meetings, incentives,
congressen en evenementen te organiseren vooral gericht op de zakelijke
doelgroep.
Businesshotel: Gericht op de zakelijke reiziger; faciliteiten, diensten,
inrichting van de kamer hierop aangepast. (groot bureau, business centre).
Verblijven gemiddeld 1/2 nachten.
Resorthotel: Gericht op leisure gasten; ontspanningsdoel. Gasten
verblijven min. 5 nachten. Faciliteiten en diensten zijn gericht op
ontspanning (zwembad, tennisbaan, sportveld, bars etc.).
Airporthotel: Gericht op reizigers die op doorreis zijn. Ligt in de buurt van
een luchthaven. Ook vaak bij een business park en biedt vaak transport
tussen luchthaven en hotel aan.
Budgethotel: Gericht op gasten met een beperkt budget. Eenvoudige
accommodatie en maaltijdvoorzieningen.
Motel: Gericht op reizigers die op doorreis zijn(per auto en geen tijd willen
verliezen).
1.2.1: Verschillende hotelstijlen
Back to nature: Reizigers één laten voelen met de natuur.
Hotelorganisaties spelen in met locaties met tropisch klimaat, materialen
die gebruikt worden bij de inrichting.
Klassiek: Gericht op traditionele en klassieke manier.
Vintage: Mix van retro, vintage en design van de jaren 60 en 70.
Sport: Licht, open energiek, frisse kleuren.
1
, Boutique: Hotel met een luxe, eigenzinnige, intieme sfeer. Eigen
persoonlijke stijl en accommodatie.
Lifestyle: Hotels over het algemeen klein, modern van vormgeving en
gespecialiseerd. Wil gasten speciaal, persoonlijke manier het verblijf laten
beleven.
Thema: Hotel ingericht in een bepaald thema, diensten en faciliteiten ook
erop afgestemd.
1.3 Samenwerkingsvormen
1. Franchisecontract
Een franchisegever verkoopt een bedrijfsformule tegen bepaalde voorwaarden
aan een franchisenemer. 2 Meest gebuikte franchise overeenkomsten:
Concept franchising: de franchisenemer betaalt een vergoeding voor het
recht een bedrijfsformule te gebruiken.
Trade name franchising: de hoteleigenaar maakt alleen gebruik van de
naam en het reserveringssysteem van de franchisegever. De
franchisegever heeft geen zeggenschap over de bedrijfsuitvoering,
inrichting en uitstraling van het hotel.
Voordeel voor franchisegever: op een voordelige en eenvoudige manier kan het
bedrijf op wereldwijd niveau groeien.
Voordeel franchisenemer: kan profiteren van naamsbekendheid, inkoopvoordeel,
ondersteuning bij opening en sales & marketing activiteiten.
Franchisenemer blijft financieel eindverantwoordelijk.
2. Managementcontract
Hotel is eigendom van een investeerder en wordt gemanaged door een
hotelmaatschappij. De hotelmaatschappij krijgt een vaste fee en percentage van
de nettowinst. Hotel legt financieel verantwoording af aan de eigenaar.
Voordeel voor de eigenaar: maak gebruikt van expertise van de
hotelmaatschappij.
Voordeel hotelmaatschappij: de eigenaar is financieel eindverantwoordelijke.
3. Marketing consortium
Samenwerking op basis van marketingactiviteiten. Hier zitten bepaalde
voorwaarden en eisen aan en je betaalt een jaarlijkse fee om deel te nemen aan
de marketing activiteiten.
Voordeel voor hotel: een breder marketing bereik en profiteren van de
naamsbekendheid.
1.4 Missie, visie en strategisch plan.
Elk hotel heeft een strategisch plan (beleidsplan). Hierin staan de plannen voor
de toekomst.
Voor een goede strategie heb je de volgende input nodig:
Missie: ook wel mission statement. Een omschrijving van het hogere doel
van een organisatie. Een missie definieert het bestaansrecht en de
identiteit; wie hij is, wat hij doet en wil bereiken. Missie van een organisatie
is onder te verderen in 4 onderdelen:
2
,1. Werkterrein
2. Bestaansrecht
3. Betekenis voor belanghebbenden
4. Normen, waarden en overtuigingen
• Beknopte, korte omschrijving van de bedrijfsfilosofie
• Het geeft een (lange termijn) doelstelling weer
• Gericht op de buitenwereld
Vissie: geeft een visionaire en ambitieus beeld van wat de organisatie wil.
Je kunt je de volgende vragen stellen:
1. Welke ontwikkelingen zijn van belang voor de organisatie?
2. Hoe ziet de toekomst eruit en die van mijn concurrenten?
3. Welke ambities zijn er op langere termijn?
4. Welke kern competenties moeten er voor de toekomst ontwikkeld worden?
Doelstelling
1.5 Organogram
Dit is een schematische weergave van de hiërarchische verhoudingen tussen de
verschillende afdelingen. Geeft duidelijkheid over:
Communicatie
Verantwoordelijkheid
Duidelijke organisatie structuur
1.5.1 Operationele en non-operationele afdelingen.
Operationele afdelingen: Front of the House.
Front Office. Bestaat uit een afdelingsmanager, shiftleaders, receptionistes
en telefoniste. Subafdeling FO: conciërge; aparte desk voor bagage &
vragen over de omgeving.
Restaurant
Bar
Roomservice. Er is ook: bodyclock roomservice: de gast kan op ieder
gewenst tijdstip gebruik maken van een maaltijd aangepast aan het
dagritme dat hij op dat moment ervaart.
Banqueting: verantwoordelijk voor de vergaderzalen van een hotel.
Housekeeping: verantwoordelijk voor de schoonmaak van de hotelkamers
en de openbare ruimtes van het hotel. Ook zorgen voor het hotellinnen en
de bedrijfsuniformen.
3
, Guest relations: verantwoordelijk voor speciale gaten in het hotel, als VIP
of vaste gasten. Ook zorgen voor klachtenbehandeling.
Security: Verantwoordelijk voor de veiligheid van de gasten en het
personeel.
Non-operationele afdelingen: Back of the House.
Non-operationele afdelingen: Back of House
Technische dienst: Verantwoordelijk voor het onderhoud en
reparaties in en om het hotel.
Sales: Houdt zich bezig met de verkoop van de kamers en
faciliteiten, diensten in het hotel.
Reserveringen: Verantwoordelijk voor het aannemen en
verwerken van hotelreserveringen.
Personeelszaken: (Human Resource Management):
Verantwoordelijk voor de uitvoer en impleentatie van het
personeelsbeleid.
Accounting: (Financiele Administratie): Verantwoordelijk voor de
inkomende en uitgaande geldstromen, het hotel budget,
bewaken van de verlies en winstrekening.
Inkoop: Verantwoordelijk voor het bestellen en controleren van
goederen en artikelen.
Keuken: Verzorgt alle maaltijden.
2 Hoofdafdelingen in een hotelorganisatie
1. Rooms Division: Hebben alles te maken met de hotelkamers.
• Housekeeping
• Front Office
• Technische Dienst
2. Food & Beverage afdeling: Hebben alles te maken met de eet- en
drinkfaciliteiten.
• Restaurant
• Bar
• Keuken
• roomservice
1.5.2 Revenue en support centers
Revenu centers: waar direct een product of dienst wordt verkocht aan de gast.
• Front Office
• Hotelwinkel
• Restaurant
• Bar
• Roomservice
• Banqueting
• Reserveringen
4