, Hoofdstuk 8: Gedrag in groepen
8.1 groepen definiëren en classificeren
Een groep:
Twee of meer individuen die met elkaar in contact staan en wederzijds afhankelijk
zijn, die samenkomen om bepaalde doelstellingen te verwezenlijken.
Groepen kunnen formeel of informeel zijn.
Formele groepen zijn ingebed in de organisatiestructuur en krijgen opdrachten
of taken toegewezen. Informele groepen zijn groeperingen die losstaan van de
organisatiestructuur. Deze ontstaan spontaan omdat men behoefte heeft aan
sociaal contact.
We kunnen groepen nog verder onderverdelen in bevel-, taak-, belangen- en
vriendengroepen.
Formeel:
Een bevelgroep:
Bestaat uit de werknemers die onder een bepaalde manager vallen. (het hoofd
van de basisschool met zijn leerkrachten)
Een taakgroep:
Bestaan uit mensen die samen een opdracht uitvoeren. De groepsleden kunnen
uit allerlei gezagsrelatie afkomstig zijn.
Informeel:
Een belangengroep:
Mensen die al dan niet in dezelfde werk- of taakgroepen zitten, sluiten zich
aaneen om een bepaald doel te realiseren, dat hen allemaal aangaat. (een groep
werknemers die een ander vakantierooster wil)
Een vriendengroep:
Een groep ontstaan omdat de leden een of meer kenmerken gemeen hebben.
Mogelijke motieven ontstaan groep:
Veiligheid onzekerheid beperken van het alleen zijn.
Status een groep biedt erkenning en status.
Eigenwaarde omdat het voor buitenstaanders status symboliseert,
verhoogt een groep het
gevoel van eigenwaarde.
Affiliatie groepen vervullen sociale behoefte, dit bevredigt de behoefte
aan affiliatie.
Macht Wat niet individueel haalbaar is, wordt mogelijk via
groepsacties.
Doelen bereiken soms heb je meer dan een persoon nodig om een bepaalde
taak te
volbrengen.
Fasen van groepsontwikkeling
Het vijf-fasenmodel