Economie
examenstof
Sophia de Leeuw
Domein Markten:
Individuele vraag: verband tussen het aantal producten dat je voor een bepaalde
prijs wilt kopen en de prijs van het product zelf.
Als de prijs daalt, stijgt de gevraagde hoeveelheid.
Betalingsbereidheid: maximale prijs die een consument voor een product wilt
betalen.
Alle individuele vragen bij elkaar opgeteld is de collectieve vraag. Het is dus ook
mogelijk om naast een individuele vraaglijn, ook een collectieve vraaglijn op te
stellen.
Als er meer vraag komt bij iedere prijs, verschuift de lijn naar rechts en bij minder
vraag naar links.
De individuele vraag verschilt per persoon en wordt naast de prijs door 5 factoren
beïnvloed:
1. Individuele voorkeuren, een verzamelaar is bereid om meer te betalen dan
een niet-verzamelaar.
2. Beschikbaar budget
3. Aanwezigheid en prijs van substitueerbare producten, substitueerbare
producten zijn producten die je kan vervangen.
4. Aanwezigheid en prijs van complementaire producten, complementaire
producten zijn producten die elkaar in gebruik aanvullen. Hoge prijs voor
spellen leidt tot een lage vraag voor de spelcomputer.
5. Exogene factoren, omstandigheden waar je geen invloed op hebt. In de zomer
ga je eerder een ijsje kopen dan in de winter.
, Prijselasticiteit van de vraag: de mate waarin de vraag reageert op
prijsverandering.
Formule:
Procentuele verandering van de vraag Harry (hoeveelheid)
Procentuele verandering van de prijs Potter ( prijs)
Uitkomsten:
-Tussen de -1 en 1 Inelastisch
-Kleiner dan -1 of groter dan 1 Elastisch
- Bij 0 Volkomen inelastisch
Let op! Bij een elastische vraag reageert de vraag gelijkmatig ( proportioneel) op
prijsverandering.
Elastisch: procentuele verandering van de vraag meer dan de procentuele
verandering van de prijs.
Inelastisch: procentuele verandering van de vraag minder dan de procentuele
verandering van de prijs.
Inkomenselasticiteit: meet de mate waarin de gevraagde hoeveelheid naar een
product verandert op basis van een verandering van het inkomen.
Formule:
% van de gevraagde hoeveelheid van goed A
% van het inkomen
Uitkomsten:
1. Bij een negatief getal Inferieur goed
Bij een hoog inkomen, willen minder mensen het product (goedkoop vlees)
2. Tussen 0 en 1 Noodzakelijke goederen ( primaire goederen)
Bij stijging van inkomen, weinig invloed op de vraag (water en brood)
3. Groter dan 1 Luxegoederen
Producten die worden gekocht vanaf een bepaald inkomen, voor het rijke volk dus
(sportauto’s)
Afzet: aantal verkochte eenheden van een product
Omzet: totale opbrengst van verkopen.
Gemiddelde opbrengst (GO): opbrengst per product. Totale opbrengst: afzet.
examenstof
Sophia de Leeuw
Domein Markten:
Individuele vraag: verband tussen het aantal producten dat je voor een bepaalde
prijs wilt kopen en de prijs van het product zelf.
Als de prijs daalt, stijgt de gevraagde hoeveelheid.
Betalingsbereidheid: maximale prijs die een consument voor een product wilt
betalen.
Alle individuele vragen bij elkaar opgeteld is de collectieve vraag. Het is dus ook
mogelijk om naast een individuele vraaglijn, ook een collectieve vraaglijn op te
stellen.
Als er meer vraag komt bij iedere prijs, verschuift de lijn naar rechts en bij minder
vraag naar links.
De individuele vraag verschilt per persoon en wordt naast de prijs door 5 factoren
beïnvloed:
1. Individuele voorkeuren, een verzamelaar is bereid om meer te betalen dan
een niet-verzamelaar.
2. Beschikbaar budget
3. Aanwezigheid en prijs van substitueerbare producten, substitueerbare
producten zijn producten die je kan vervangen.
4. Aanwezigheid en prijs van complementaire producten, complementaire
producten zijn producten die elkaar in gebruik aanvullen. Hoge prijs voor
spellen leidt tot een lage vraag voor de spelcomputer.
5. Exogene factoren, omstandigheden waar je geen invloed op hebt. In de zomer
ga je eerder een ijsje kopen dan in de winter.
, Prijselasticiteit van de vraag: de mate waarin de vraag reageert op
prijsverandering.
Formule:
Procentuele verandering van de vraag Harry (hoeveelheid)
Procentuele verandering van de prijs Potter ( prijs)
Uitkomsten:
-Tussen de -1 en 1 Inelastisch
-Kleiner dan -1 of groter dan 1 Elastisch
- Bij 0 Volkomen inelastisch
Let op! Bij een elastische vraag reageert de vraag gelijkmatig ( proportioneel) op
prijsverandering.
Elastisch: procentuele verandering van de vraag meer dan de procentuele
verandering van de prijs.
Inelastisch: procentuele verandering van de vraag minder dan de procentuele
verandering van de prijs.
Inkomenselasticiteit: meet de mate waarin de gevraagde hoeveelheid naar een
product verandert op basis van een verandering van het inkomen.
Formule:
% van de gevraagde hoeveelheid van goed A
% van het inkomen
Uitkomsten:
1. Bij een negatief getal Inferieur goed
Bij een hoog inkomen, willen minder mensen het product (goedkoop vlees)
2. Tussen 0 en 1 Noodzakelijke goederen ( primaire goederen)
Bij stijging van inkomen, weinig invloed op de vraag (water en brood)
3. Groter dan 1 Luxegoederen
Producten die worden gekocht vanaf een bepaald inkomen, voor het rijke volk dus
(sportauto’s)
Afzet: aantal verkochte eenheden van een product
Omzet: totale opbrengst van verkopen.
Gemiddelde opbrengst (GO): opbrengst per product. Totale opbrengst: afzet.