Hoofdstuk 5 Algemene Economie (AEC) 2021/2022
5.1 Omzetbelasting theorieën en voorbeelden
5.1 omzetbelasting
Met de term omzetbelasting krijgt vrijwel elke onderneming en eindconsument te maken.
Omzetbelasting of btw (Belasting over de Toegevoegde Waarde) = Een indirecte belasting
die een overheid heft op de verkoop van producten of diensten.
De eindafnemer (consument) betaalt uiteindelijk de omzetbelasting.
à Het treft consumptieve uitgaven = Uitgaven voor goederen en diensten die worden
gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften van
leden van de gemeenschap.
à Als de eindafnemer (consument) goederen koopt heeft hij/zij geen recht op
terugvordering.
Een bedrijf is een tussenschakel, geen eindgebruiker.
Voor een tussenschakel geldt:
- Betaalde btw aan leveranciers = te vorderen btw van de Belastingdienst;
• Vorderen = Het terugeisen van iets waar je recht op hebt.
à In dit geval de btw.
- Ontvangen btw van de afnemers = te betalen btw aan de Belastingdienst
à Bij een bedrijf geeft de omzetbelasting geen kosten en geen opbrengsten.
à Winstneutraal.
Af te dragen btw = Te betalen btw – Te vorderen btw
Het algemeen btw-tarief bedraagt 21%.
Het laag btw-tarief bedraagt 9%.
à Dit betreft onder andere
voedingsmiddelen en fietsreparaties.
Er is ook een nultarief.
à Als je zaken met het buitenland doet bedraagt het btw-tarief 0%.
à Ook zijn er sommige dingen vrijgesteld van omzetbelasting, zoals medische diensten en
diensten van banken/verzekeringen.
Bedrijfskolom
Bamboekleding is in opmars.
à Duurzaam, ademend en sterke stof.
à Het merk B-Max speelt goed op deze trend in.
- Oerproducent
5.1 Omzetbelasting theorieën en voorbeelden
5.1 omzetbelasting
Met de term omzetbelasting krijgt vrijwel elke onderneming en eindconsument te maken.
Omzetbelasting of btw (Belasting over de Toegevoegde Waarde) = Een indirecte belasting
die een overheid heft op de verkoop van producten of diensten.
De eindafnemer (consument) betaalt uiteindelijk de omzetbelasting.
à Het treft consumptieve uitgaven = Uitgaven voor goederen en diensten die worden
gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften van
leden van de gemeenschap.
à Als de eindafnemer (consument) goederen koopt heeft hij/zij geen recht op
terugvordering.
Een bedrijf is een tussenschakel, geen eindgebruiker.
Voor een tussenschakel geldt:
- Betaalde btw aan leveranciers = te vorderen btw van de Belastingdienst;
• Vorderen = Het terugeisen van iets waar je recht op hebt.
à In dit geval de btw.
- Ontvangen btw van de afnemers = te betalen btw aan de Belastingdienst
à Bij een bedrijf geeft de omzetbelasting geen kosten en geen opbrengsten.
à Winstneutraal.
Af te dragen btw = Te betalen btw – Te vorderen btw
Het algemeen btw-tarief bedraagt 21%.
Het laag btw-tarief bedraagt 9%.
à Dit betreft onder andere
voedingsmiddelen en fietsreparaties.
Er is ook een nultarief.
à Als je zaken met het buitenland doet bedraagt het btw-tarief 0%.
à Ook zijn er sommige dingen vrijgesteld van omzetbelasting, zoals medische diensten en
diensten van banken/verzekeringen.
Bedrijfskolom
Bamboekleding is in opmars.
à Duurzaam, ademend en sterke stof.
à Het merk B-Max speelt goed op deze trend in.
- Oerproducent