Kenmerkende
aspecten
Havo 4 Sophia de Leeuw. Mnr. Schaap
Inhoud
Periodes:.................................................................................................................................................3
Jaartellingen:..........................................................................................................................................3
Kenmerkende aspecten hoofdstuk 1:.....................................................................................................4
De levenswijze van jager-verzamelaars:.............................................................................................4
Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen:.................................................................4
Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen:..................................................................4
Kenmerkende aspecten hoofdstuk 2:.....................................................................................................5
De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de
Griekse stadstaat:...............................................................................................................................5
De groei van het Romeinse imperium waardoor de Griekse-Romeinse cultuur zich in Europa
verspreidde:........................................................................................................................................5
De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur:................................................................6
De confrontatie tussen de Griekse-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-
Europa:...............................................................................................................................................6
De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische
godsdiensten:.....................................................................................................................................7
Kenmerkende aspecten hoofdstuk 3:.....................................................................................................8
De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door de
zelfvoorzienende agrarische cultuur , georganiseerd via hofstelsel en horigheid:.............................8
Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur:........................................................................9
De verspreiding van het christendom in geheel Europa:....................................................................9
............................................................................................................................................................9
Het ontstaan en de verspreiding van de islam:.................................................................................10
Kenmerkende aspecten hoofdstuk 4:...................................................................................................11
De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane
samenleving:.....................................................................................................................................11
De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden:.................11
Het begin van staatsvorming en centralisatie:..................................................................................12
1
, Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht
het primaat behoorde te hebben:....................................................................................................12
De expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van kruistochten:
..........................................................................................................................................................13
Kenmerkende aspecten hoofdstuk 5:...................................................................................................13
Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe
wetenschappelijke belangstelling:........................................................................................................13
De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid:..................................................14
Het begin van de Europese overzeese expansie:..............................................................................14
Het veranderde mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe
wetenschappelijke belangstelling:....................................................................................................15
De protestantse reformatie die splitsing van de Christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had:..15
Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat:............16
Kenmerkende aspecten hoofdstuk 6:...................................................................................................16
De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de
Nederlandse Republiek :...................................................................................................................16
Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie:........17
Het streven van vorsten naar absolute macht:.................................................................................17
De wetenschappelijke revolutie:......................................................................................................18
Kenmerkende aspecten hoofdstuk 7:...................................................................................................18
Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de
samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen:..........................................18
Voortbestaan van het ancien regime met pogingen om het vorstelijke bestuur op eigentijdse
verlichte wijze vorm te geven ( verlicht absolutisme):.....................................................................18
Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van de plantagekoloniën en de
daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme:.........19
De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten,
grondrechten en staatsburgerschap:................................................................................................19
Kenmerkende aspecten hoofdstuk 8:...................................................................................................19
De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving:
..........................................................................................................................................................19
De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie:..............................20
De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme,
confessionalisme en feminisme:.......................................................................................................20
De opkomst van emancipatiebewegingen:.......................................................................................21
Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het
politieke proces:...............................................................................................................................21
Discussies over de sociale kwestie....................................................................................................21
Kenmerkende aspecten hoofdstuk 9:...................................................................................................21
2
, De crisis van het wereldkapitalisme:................................................................................................21
Het voeren van twee wereldoorlogen:.............................................................................................22
Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door de massavernietigingswapens en de
betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering:...............................................................22
De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie:...23
Het in de praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en
fascisme/nationaalsocialisme:..........................................................................................................23
Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden:...........................23
De Duitse bezetting van Nederland:.................................................................................................24
Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme:...........................................................24
10 tijdvakken:
- Tijd van jagers en boeren.
- Tijd van Grieken en Romeinen.
- Tijd van monniken en ridders.
- Tijd van steden en staten.
- Tijd van ontdekkers en hervormers.
- Tijd van regenten en vorsten.
- Tijd van pruiken en revoluties.
- Tijd van burgers en stoommachines.
- Tijd van wereldoorlogen.
- Tijd van televisie en computer.
Periodes:
- Prehistorie (300.000 v.Chr.- 3000 v.Chr.)
- Oudheid ( 3000 v.Chr.- 500)
- Middeleeuwen (500-1500)
- Vroegmoderne tijd (1500-1800)
- Moderne tijd (1800-heden)
Jaartellingen:
- Joodse jaartelling (3761 v.Chr.)
Dit jaar begon door de ‘’schepping van de aarde door God.’’
- Christelijke jaartelling (0)
Dit jaar begon door de geboorte van Jezus Christus.
- Islamitische jaartelling (622)
Mohammed startte de Islam in Medina.
3
aspecten
Havo 4 Sophia de Leeuw. Mnr. Schaap
Inhoud
Periodes:.................................................................................................................................................3
Jaartellingen:..........................................................................................................................................3
Kenmerkende aspecten hoofdstuk 1:.....................................................................................................4
De levenswijze van jager-verzamelaars:.............................................................................................4
Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen:.................................................................4
Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen:..................................................................4
Kenmerkende aspecten hoofdstuk 2:.....................................................................................................5
De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de
Griekse stadstaat:...............................................................................................................................5
De groei van het Romeinse imperium waardoor de Griekse-Romeinse cultuur zich in Europa
verspreidde:........................................................................................................................................5
De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur:................................................................6
De confrontatie tussen de Griekse-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-
Europa:...............................................................................................................................................6
De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische
godsdiensten:.....................................................................................................................................7
Kenmerkende aspecten hoofdstuk 3:.....................................................................................................8
De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door de
zelfvoorzienende agrarische cultuur , georganiseerd via hofstelsel en horigheid:.............................8
Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur:........................................................................9
De verspreiding van het christendom in geheel Europa:....................................................................9
............................................................................................................................................................9
Het ontstaan en de verspreiding van de islam:.................................................................................10
Kenmerkende aspecten hoofdstuk 4:...................................................................................................11
De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane
samenleving:.....................................................................................................................................11
De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden:.................11
Het begin van staatsvorming en centralisatie:..................................................................................12
1
, Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht
het primaat behoorde te hebben:....................................................................................................12
De expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van kruistochten:
..........................................................................................................................................................13
Kenmerkende aspecten hoofdstuk 5:...................................................................................................13
Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe
wetenschappelijke belangstelling:........................................................................................................13
De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid:..................................................14
Het begin van de Europese overzeese expansie:..............................................................................14
Het veranderde mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe
wetenschappelijke belangstelling:....................................................................................................15
De protestantse reformatie die splitsing van de Christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had:..15
Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat:............16
Kenmerkende aspecten hoofdstuk 6:...................................................................................................16
De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de
Nederlandse Republiek :...................................................................................................................16
Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie:........17
Het streven van vorsten naar absolute macht:.................................................................................17
De wetenschappelijke revolutie:......................................................................................................18
Kenmerkende aspecten hoofdstuk 7:...................................................................................................18
Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de
samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen:..........................................18
Voortbestaan van het ancien regime met pogingen om het vorstelijke bestuur op eigentijdse
verlichte wijze vorm te geven ( verlicht absolutisme):.....................................................................18
Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van de plantagekoloniën en de
daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme:.........19
De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten,
grondrechten en staatsburgerschap:................................................................................................19
Kenmerkende aspecten hoofdstuk 8:...................................................................................................19
De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving:
..........................................................................................................................................................19
De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie:..............................20
De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme,
confessionalisme en feminisme:.......................................................................................................20
De opkomst van emancipatiebewegingen:.......................................................................................21
Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het
politieke proces:...............................................................................................................................21
Discussies over de sociale kwestie....................................................................................................21
Kenmerkende aspecten hoofdstuk 9:...................................................................................................21
2
, De crisis van het wereldkapitalisme:................................................................................................21
Het voeren van twee wereldoorlogen:.............................................................................................22
Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door de massavernietigingswapens en de
betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering:...............................................................22
De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie:...23
Het in de praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en
fascisme/nationaalsocialisme:..........................................................................................................23
Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden:...........................23
De Duitse bezetting van Nederland:.................................................................................................24
Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme:...........................................................24
10 tijdvakken:
- Tijd van jagers en boeren.
- Tijd van Grieken en Romeinen.
- Tijd van monniken en ridders.
- Tijd van steden en staten.
- Tijd van ontdekkers en hervormers.
- Tijd van regenten en vorsten.
- Tijd van pruiken en revoluties.
- Tijd van burgers en stoommachines.
- Tijd van wereldoorlogen.
- Tijd van televisie en computer.
Periodes:
- Prehistorie (300.000 v.Chr.- 3000 v.Chr.)
- Oudheid ( 3000 v.Chr.- 500)
- Middeleeuwen (500-1500)
- Vroegmoderne tijd (1500-1800)
- Moderne tijd (1800-heden)
Jaartellingen:
- Joodse jaartelling (3761 v.Chr.)
Dit jaar begon door de ‘’schepping van de aarde door God.’’
- Christelijke jaartelling (0)
Dit jaar begon door de geboorte van Jezus Christus.
- Islamitische jaartelling (622)
Mohammed startte de Islam in Medina.
3