Om een natuur les te geven is het makkelijk om het 5-stappenplan te gebruiken.
1. Er komt iets binnen (introductie)
het prikkelen van de nieuwsgierigheid. Dit kan spontaan(regenboog, arm in
gips) of bedoeld.
2. Vrije exploratie of ‘aanrommelen’ (spontane verkenning)
de kinderen raken vertrouwd met de spullen. De ontdekken zelf het
product.
3. Vraag het de…. Zelf maar (onderzoek en vastleggen van resultaten
De kinderen beantwoorden vragen waarbij ze zelf moeten onderzoeken. Je
kan ook met de klas vragen uit de klas bespreken en beantwoorden.
4. Vertel het tegen elkaar (rapportage/ communicatie over ontdekkingen)
Bespreken van de verschillende antwoorden van kinderen.
5. Toepassing en de juf/meester vertelt- misschien- ook nog wat (verbreding
of verdieping)
de leerkracht vertelt meer over het onderwerp.
Met het 5-stappenplan kun je activiteiten structureren waarbij kinderen de
concrete werkelijkheid onderzoeken. Vaak is de leerkracht nodig om een
onderzoek op te zetten. Naarmate je het vaker gedaan hebt, kunnen kinderen dit
zelf. De onderzoeksaanpak wordt gekenmerkt door de vaste volgorde van fasen
in een onderzoek: confrontatie, vraag, onderzoek, antwoord. Dit schema van
ontdekkend leren overlapt een deel van het 5-stappenplan. Naast het 5-
stappenplan kun je ook ontdekkend leren.
Een onderzoek begint vaak met vragen op een alledaags verschijnsel. Eerst
worden de vragen beantwoord door te gissen. Daarna worden de vragen
onderzoekbaar gemaakt en volgt een hypothese(voorspelling wat het antwoord
is). Hierna volgt het onderzoek en de resultaten.
Levende organismen onderzoeken is gecompliceerder dan levenloos materiaal.
Met organismen moet je respectvoller omgaan. Daarnaast heb je bij levende
dingen verschillen in bijvoorbeeld groei, toeval en het tempo van veranderingen.
Naast deze twee didactische modellen (5-stappenplan, ontdekkend leren) zijn er
nog twee modellen.
Didactische model van Margadant: dit model bestaat uit vier fasen:
introductiefase, activiteitenfase, ordeningfase, afrondingsfase. In dit model
hebben de kinderen veel inbreng. Je stimuleert betekenisvol leren, integratie van
de stof en herkenning in het dagelijks leven.
Doe-denk-doe model: dit is een model waarbij je methodelessen aan kan vullen.
De kinderen hebben minderen inbreng. Er is veel aandacht voor een actieve
verwerking van kennis.