6 De inkomenselasticiteit en de prijselasticiteit van de vraag
Er worden in dit hoofdstuk 3 verschillende soorten elasticiteiten besproken:
1. Inkomenselasticiteit;
à Verband tussen het inkomen en de
hoeveelheid.
2. Prijselasticiteit;
à Verband tussen prijs A en hoeveelheid
van A.
3. Kruislingse prijselasticiteit.
à Verband tussen prijs van A en
hoeveelheid van B.
6.1 De inkomenselasticiteit van de vraag naar goederen
De formule die gebruikt wordt van inkomensveranderingen om de effecten op de vraag naar
goederen te beschouwen en te begrijpen:
à Ey = % verandering van de vraag: % verandering van het inkomen
% verandering = (nieuw-oud) : oud * 100%
- Ey < 0 à Inferieur goed.
• Inferieur goed = Bij een stijging van het inkomen gaat men hier minder van kopen.
à Bijvoorbeeld: het kopen van duurder vlees.
- 0< Ey < 1 à Noodzakelijk (=primair) goed.
• Noodzakelijk (=primair) goed = Een goed dat voorziet in de eerste levensbehoefte
van de consument.
à Bijvoorbeeld: Water, voedsel en lucht.
- Ey > 1 à Luxe goed.
• Luxe goed = Goederen die men zich pas kan veroorloven wanneer het inkomen
een bepaalde drempel heeft overschreden.
à Bijvoorbeeld: Parfum.
Ey > 0 à Normale goederen.
à Dit zijn de noodzakelijke en
luxegoederen.
Ey < 0 à Inferieure goederen.