mondelinge
taalvaardigheid
Theorieën over taalverwerving
Behaviorisme (leren door imitatie)
Omgeving van het kind vormt voorbeeld
Creatieve constructietheorie (mentalisme)
Kinderen beschikken zelf over een aangeboren taalvermogen,
waarmee ze op een creatieve manier zinnen bouwen.
Interactionele benadering
Belang van het aangeboren taalleervermogen, het taalaanbod
van de omgeving en de interactie tussen kind en omgeving is
belangrijk.
Taalverwervingsperioden
Prelinguale periode (0-1 jaar): huilen, vocaliseren, vocaal
spel, brabbelen.
Vroeg linguale periode (1 - 2,5 jaar ongeveer):
een/tweewoordzinnen
Differentiatiefase (2,5 - 5 jaar): taal leren gebruiken
Voltooiingsfase (5 -9 jaar): alle processen worden verder
uitgebouwd.
Tweedetaalverwerving
Simultane tweetaligheid
= 2 moedertalen leren voor een kind 3 jaar is.
Successieve tweetaligheid
= kind leert 2 verschillende talen 1 voor 1.
Interferentie
= regels van de ene taal ook op de andere taal toepassen.
taalvaardigheid
Theorieën over taalverwerving
Behaviorisme (leren door imitatie)
Omgeving van het kind vormt voorbeeld
Creatieve constructietheorie (mentalisme)
Kinderen beschikken zelf over een aangeboren taalvermogen,
waarmee ze op een creatieve manier zinnen bouwen.
Interactionele benadering
Belang van het aangeboren taalleervermogen, het taalaanbod
van de omgeving en de interactie tussen kind en omgeving is
belangrijk.
Taalverwervingsperioden
Prelinguale periode (0-1 jaar): huilen, vocaliseren, vocaal
spel, brabbelen.
Vroeg linguale periode (1 - 2,5 jaar ongeveer):
een/tweewoordzinnen
Differentiatiefase (2,5 - 5 jaar): taal leren gebruiken
Voltooiingsfase (5 -9 jaar): alle processen worden verder
uitgebouwd.
Tweedetaalverwerving
Simultane tweetaligheid
= 2 moedertalen leren voor een kind 3 jaar is.
Successieve tweetaligheid
= kind leert 2 verschillende talen 1 voor 1.
Interferentie
= regels van de ene taal ook op de andere taal toepassen.