Samenvatting MV OP1.1
Vakgebied: MV
Onderwerpen:
- Inleiding – Algemeen, anatomie, klinisch redeneren
- Inleiding – Skelet
- Beenweefsel
- Inleiding – Extremiteiten
- Fracturen
- Inleiding – Oncologie
- Oncologische patient
Vragen: 24
Leeswijzer MV OP1.1
1.1zcMV1 – Inleiding medische vakken
1.1cMV1 – Inleiding medische vakken
1.1zwMV1 – Een stevige basis; botweefsel
1.1wMV1 – Een stevige basis; botweefsel
1.1zpMV1 – Bot en botje
1.1pMV1 – Bot en botje
1.1zcMV2 – Wat doet de dokter?
1.1cMV2 – Wat doet de dokter?
1.1zwMV2 – Klinisch redeneren
1.1wMV2 – Klinisch redeneren
1.1zpMV2 – Waar ligt mijn milt?
1.1pMV2 – Waar ligt mijn milt?
1.1zcMV3 – Inleiding oncologie
1.1cMV3 – Inleiding oncologie
1.1zwMV3 – De oncologische patiënt
1.1wMV3 – De oncologische patiënt
1.1zpMV3 – Extremiteiten skelet
1.1pMV3 – Extremiteiten skelet
1.1zcMV4 – Fractuur op de SEH
1.1cMV4 – Fractuur op de SEH
1.1zwMV4 – Botstofwisseling en fracturen
1.1wMV4 – Uurtje fractuurtje
1.1zpMV4 – Feedbackpracticum
1.1pMV4 – Feedbackpracticum
Cytologie = celleer
Fysiologie = functieleer
Histologie = weefselleer
Stofwisseling = alle chemische reacties in het lichaam
Homeostase = constant inwendig milieu
Hartspierweefsel = weefsel
Hart = orgaan
Warmteregeling = negatieve terugkoppeling
Vorming bloedstolsel = positieve terugkoppeling
Sereuze membranen = bekleden de ware lichaamsholten
Mediastinum = ruimte tussen 2 longholten
Peritoneum = buikvlies
, Groei = het proces waarbij de omvang en/of het aantal cellen van een organisme toeneemt
Negatieve terugkoppeling = wanneer een verandering buiten normale grenzen een reactie opwekt
waardoor de normale toestand wordt hersteld, corrigerend mechanisme
Het diafragma = een vlakke spierplaat, scheidt de bovengelegen borstholte en de daaronder gelegen
buik- en bekkenholte
Basale functie die bij alle levende organismen voorkomen:
- Reactievermogen
- Groei
- Voortplanting
- Beweging
- Stofwisseling
Chemische niveau (atomen) >> celniveau >> weefselniveau >> orgaanniveau >> orgaanstelselniveau
>> organismeniveau
Homeostatische regeling:
1. Receptor is gevoelig voor een bepaalde verandering in omgeving, prikkel/stimulus
2. Besturingscentrum/integratiecentrum ontvangt en verwerkt informatie van receptor
3. Effector/cel/orgaan reageert op signalen van besturingscentrum en werkt de prikkel tegen
(negatieve terugkoppeling) of versterkt hem (positieve terugkoppeling)
Negatieve terugkoppeling = werkt afwijkingen tegen
Positieve terugkoppeling = versterkt afwijkingen
Bloedvatenstelsel = alle holtes
Spijsverteringsstelsel = alle holtes
Urinaire stelsel = buikholte/abdomen + bekkenholte/pelvis
Hart + longen = borstholte/thorax
Maag + darmen = buikholte/abdomen
Midsagittale doorsnede voor gehele mediale oppervlak van linker en rechter hersenhelft
Volkmann = horizontaal
Havers = verticaal
Lange
Korte
Platte
Onregelmatige
Intramembraneuze verbening = bindweefsel verbening
Humerus = bovenarm = opperarmbeen
Femur = bovenbeen = dijbeen
Schedel = cranium
Hersenschedel = neurocranium
Aangezichtsschedel = viscerocranium
Foramen = gat
Vakgebied: MV
Onderwerpen:
- Inleiding – Algemeen, anatomie, klinisch redeneren
- Inleiding – Skelet
- Beenweefsel
- Inleiding – Extremiteiten
- Fracturen
- Inleiding – Oncologie
- Oncologische patient
Vragen: 24
Leeswijzer MV OP1.1
1.1zcMV1 – Inleiding medische vakken
1.1cMV1 – Inleiding medische vakken
1.1zwMV1 – Een stevige basis; botweefsel
1.1wMV1 – Een stevige basis; botweefsel
1.1zpMV1 – Bot en botje
1.1pMV1 – Bot en botje
1.1zcMV2 – Wat doet de dokter?
1.1cMV2 – Wat doet de dokter?
1.1zwMV2 – Klinisch redeneren
1.1wMV2 – Klinisch redeneren
1.1zpMV2 – Waar ligt mijn milt?
1.1pMV2 – Waar ligt mijn milt?
1.1zcMV3 – Inleiding oncologie
1.1cMV3 – Inleiding oncologie
1.1zwMV3 – De oncologische patiënt
1.1wMV3 – De oncologische patiënt
1.1zpMV3 – Extremiteiten skelet
1.1pMV3 – Extremiteiten skelet
1.1zcMV4 – Fractuur op de SEH
1.1cMV4 – Fractuur op de SEH
1.1zwMV4 – Botstofwisseling en fracturen
1.1wMV4 – Uurtje fractuurtje
1.1zpMV4 – Feedbackpracticum
1.1pMV4 – Feedbackpracticum
Cytologie = celleer
Fysiologie = functieleer
Histologie = weefselleer
Stofwisseling = alle chemische reacties in het lichaam
Homeostase = constant inwendig milieu
Hartspierweefsel = weefsel
Hart = orgaan
Warmteregeling = negatieve terugkoppeling
Vorming bloedstolsel = positieve terugkoppeling
Sereuze membranen = bekleden de ware lichaamsholten
Mediastinum = ruimte tussen 2 longholten
Peritoneum = buikvlies
, Groei = het proces waarbij de omvang en/of het aantal cellen van een organisme toeneemt
Negatieve terugkoppeling = wanneer een verandering buiten normale grenzen een reactie opwekt
waardoor de normale toestand wordt hersteld, corrigerend mechanisme
Het diafragma = een vlakke spierplaat, scheidt de bovengelegen borstholte en de daaronder gelegen
buik- en bekkenholte
Basale functie die bij alle levende organismen voorkomen:
- Reactievermogen
- Groei
- Voortplanting
- Beweging
- Stofwisseling
Chemische niveau (atomen) >> celniveau >> weefselniveau >> orgaanniveau >> orgaanstelselniveau
>> organismeniveau
Homeostatische regeling:
1. Receptor is gevoelig voor een bepaalde verandering in omgeving, prikkel/stimulus
2. Besturingscentrum/integratiecentrum ontvangt en verwerkt informatie van receptor
3. Effector/cel/orgaan reageert op signalen van besturingscentrum en werkt de prikkel tegen
(negatieve terugkoppeling) of versterkt hem (positieve terugkoppeling)
Negatieve terugkoppeling = werkt afwijkingen tegen
Positieve terugkoppeling = versterkt afwijkingen
Bloedvatenstelsel = alle holtes
Spijsverteringsstelsel = alle holtes
Urinaire stelsel = buikholte/abdomen + bekkenholte/pelvis
Hart + longen = borstholte/thorax
Maag + darmen = buikholte/abdomen
Midsagittale doorsnede voor gehele mediale oppervlak van linker en rechter hersenhelft
Volkmann = horizontaal
Havers = verticaal
Lange
Korte
Platte
Onregelmatige
Intramembraneuze verbening = bindweefsel verbening
Humerus = bovenarm = opperarmbeen
Femur = bovenbeen = dijbeen
Schedel = cranium
Hersenschedel = neurocranium
Aangezichtsschedel = viscerocranium
Foramen = gat