5V Biologie leerdoelen H9 Bloedsomloop
9.1
1. Je kan de hartcyclus uitleggen (BINAS 84D).
2. Je kan de relatie uitleggen tussen de anatomie van het hart en de dubbele bloedsomloop
(BINAS 84 A en C1).
3. Je kan de anatomie van de verschillende typen bloedvaten koppelen aan de functie van deze
bloedvaten (BINAS tabel 84C2), zie ook 9.5.
4. Je begrijpt hoe een enkelvoudige en een open bloedsomloop werken.
5. Je kan uitleggen wat het nut is van het foramen ovale en de ductus Botalli (BINAS 84B).
9.2
6. Je kan uitleggen hoe het lichaam reageert op het dalen van de bloeddruk in het hoofd en in
het hart + je snapt de logica van deze reactie.
7. Je kan elke stijging en daling van de verschillende lijnen in bron 8 verklaren (zie ook BINAS 84
D1, D3 en D4).
8. Je kan uitleggen op welke manier artherosclerose gevaarlijk is (wat is het gevolg van
vernauwde bloedvaten?; wat is het gevolg van verstijving van de bloedvaten?)
9. Je kan de verschillen in bloeddruk op verschillende plekken in het lichaam verklaren aan de
hand van de invloed van de zwaartekracht, de afstand van het hart en BINAS 84E.
9.3
10. Je kan uitleggen hoe de elektrische impulsgeleding binnen het hart is geregeld (van
sinusknoop tot Purkinjevezels).
11. Je kan het ECG verklaren aan de hand van de elektrische impulsgeleiding binnen het hart
(BINAS 84 D2 en D3).
12. Je kan rekenen met het hartminuutvolume en het slagvolume.
13. Je kan verschillende factoren noemen die invloed hebben op het hartminuut- en/of
slagvolume, je kan verklaren waarom deze factoren invloed hebben.
14. Je kan uitleggen hoe de verdeling van het bloed in het lichaam wordt geregeld.
9.4
15. Je kent de functies van de verschillende bestanddelen van het bloed en weet hoe deze
bestanddelen in het bloed terecht komen. (BINAS 84H).
16. Je kan uitleggen hoe het zuurstoftransport in je lichaam is geregeld (BINAS 83D).
17. Je kan uitleggen hoe het koolstofdioxidetransport in je lichaam is geregeld (BINAS 83E).
18. Je kan uitleggen hoe het lichaam de pH van het bloed constant houdt.
9.5
19. Zie leerdoel 3.
20. Je kan de stroomsnelheid van het bloed in de verschillende bloedvaten verklaren met BINAS
84E.
21. Je kan uitleggen hoe de reparatie van bloedvaten in zijn werk gaat (BINAS 84O).
9.1
1. Je kan de hartcyclus uitleggen (BINAS 84D).
2. Je kan de relatie uitleggen tussen de anatomie van het hart en de dubbele bloedsomloop
(BINAS 84 A en C1).
3. Je kan de anatomie van de verschillende typen bloedvaten koppelen aan de functie van deze
bloedvaten (BINAS tabel 84C2), zie ook 9.5.
4. Je begrijpt hoe een enkelvoudige en een open bloedsomloop werken.
5. Je kan uitleggen wat het nut is van het foramen ovale en de ductus Botalli (BINAS 84B).
9.2
6. Je kan uitleggen hoe het lichaam reageert op het dalen van de bloeddruk in het hoofd en in
het hart + je snapt de logica van deze reactie.
7. Je kan elke stijging en daling van de verschillende lijnen in bron 8 verklaren (zie ook BINAS 84
D1, D3 en D4).
8. Je kan uitleggen op welke manier artherosclerose gevaarlijk is (wat is het gevolg van
vernauwde bloedvaten?; wat is het gevolg van verstijving van de bloedvaten?)
9. Je kan de verschillen in bloeddruk op verschillende plekken in het lichaam verklaren aan de
hand van de invloed van de zwaartekracht, de afstand van het hart en BINAS 84E.
9.3
10. Je kan uitleggen hoe de elektrische impulsgeleding binnen het hart is geregeld (van
sinusknoop tot Purkinjevezels).
11. Je kan het ECG verklaren aan de hand van de elektrische impulsgeleiding binnen het hart
(BINAS 84 D2 en D3).
12. Je kan rekenen met het hartminuutvolume en het slagvolume.
13. Je kan verschillende factoren noemen die invloed hebben op het hartminuut- en/of
slagvolume, je kan verklaren waarom deze factoren invloed hebben.
14. Je kan uitleggen hoe de verdeling van het bloed in het lichaam wordt geregeld.
9.4
15. Je kent de functies van de verschillende bestanddelen van het bloed en weet hoe deze
bestanddelen in het bloed terecht komen. (BINAS 84H).
16. Je kan uitleggen hoe het zuurstoftransport in je lichaam is geregeld (BINAS 83D).
17. Je kan uitleggen hoe het koolstofdioxidetransport in je lichaam is geregeld (BINAS 83E).
18. Je kan uitleggen hoe het lichaam de pH van het bloed constant houdt.
9.5
19. Zie leerdoel 3.
20. Je kan de stroomsnelheid van het bloed in de verschillende bloedvaten verklaren met BINAS
84E.
21. Je kan uitleggen hoe de reparatie van bloedvaten in zijn werk gaat (BINAS 84O).