1
, Het Probleem
Ik loop door het verblijf, ik zie een meisje naar buiten kijken. Ze kijkt door het raam naar de
spelende kinderen op het plein voor het verblijf. Ze kijkt naar mij en vraagt of zij ook buiten
mag spelen. Ik vertel haar dat het niet veilig is voor haar en haar moeder en dat zij wellicht
later in de week mag buiten spelen. Ik zie de tranen in haar ogen springen en ik weet dat ik
op dat moment de boeman ben. Ik ben niet de eerste boeman in haar leven. Het meisje in
het Blijf-van-mijn-lijfhuis is zes jaar en heeft nu al meer teleurstelling meegemaakt dan ik in
mijn 20-jarige bestaan. Terwijl ik mij dit bedenk, denk ik na over hoe dit meisje van zes jaar
terecht gaat komen en hoe zij met deze teleurstelling en dit verdriet om zal gaan, wat voor
begeleiding krijgt dit meisje, is zij niet vergeten en hoe kan zo’n meisje van zes weer
vertrouwen in de samenleving krijgen? Helaas is dit meisje niet het enige kind wat
opgevangen is samen met haar moeder in een Blijf-van-mijn-lijfhuis. Op mijn werk zie ik
regelmatig de kinderen komen en gaan. Soms met tassen vol spullen, soms met helemaal
niks. De moeders hebben samen met hun kinderen alles achtergelaten voor een betere
toekomst. Om de eigen krachten van het kind weer terug te krijgen, zal het sociaal werk in
moeten spelen op de empowerment bij kinderen. De vraag luidt als volgt; Welke waarde
en/of bijdragen kan het sociaal werk leveren om de empowerment bij kinderen in een blijf
van mijn lijf huis te vergroten?
Kwetsbaarheid
De betreffende situatie kan een aantasting zijn op de basisvoorwaarden van het opgroeien
van een kind; veiligheid, zelfvertrouwen, contacten met leeftijdgenoten en vertrouwen in
anderen komen in het gedrang (Zimbardo et al., 2017). Daarbij hebben ze als kinderen in het
verblijf zitten, hun ‘vertrouwde’ omgeving moeten verlaten wat ook een impact kan hebben.
Binnen het sociaal werkveld zijn er verschillende perspectieven die de veerkracht en
kwetsbaarheid van mensen in beeld brengt. Zo zijn er drie dimensies die meer uitleg geven
over de bio-psychologische lens, sociaal-agogische lens en de sociologische-politieke lens
die een kijk geven op de kwetsbaarheid van mensen (Spierts et al., 2017).
Vanuit de bio-psychologische lens weten wij dat vanuit de levenslooppsychologie kinderen
bij de geboorte en bij hun eerste levensfasen volkomen afhankelijk zijn van anderen. Eén
van de belangrijkste elementen is de hechting. De hechting is de langdurige sociaal-
emotionele relatie tussen het kind en een ouder. Deze relatie is belangrijk omdat dit de basis
legt voor alle andere hechte relaties in iemands leven (Zimbardo et al., 2017).
Opvolgend is de sociaal-agogische lens. Met de sociaal-agogische lens kunnen we richten
op de draaglast en de draagkracht van kinderen, bijvoorbeeld het sociaal kapitaal, wat een
belangrijke rol speelt binnen het sociale werk. Het sociaal kapitaal kan een hulpmiddel zijn
om de gezins- en sociale organisaties vorm te geven. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van
gemeenschappelijke activiteiten, sociale steun en participatie. Bij kinderen zou dit
bijvoorbeeld kunnen in verschillende spelvormen, om te leren over kwetsbaarheid, nee
durven zeggen en samen met ouder en kind te leren over hechting en aviditeit.
Kwetsbaarheid en veerkracht kan ook door een sociologische-politieke lens worden
bekeken. Hier wordt er gekeken naar de steunbronnen die geactiveerd kunnen worden om
de mobiliteit te verbeteren. Het gaat in dit perspectief ook om de vraag wie er recht heeft op
sociale voorzieningen. Hierbij zijn kinderen erg kwetsbaar omdat ze vaak niet in beeld zijn, of
er schaamte ligt bij de ouder van het kind door de opvoeding die is ‘verslechterd’. (Spierts et
al., 2017)
2
, Het Probleem
Ik loop door het verblijf, ik zie een meisje naar buiten kijken. Ze kijkt door het raam naar de
spelende kinderen op het plein voor het verblijf. Ze kijkt naar mij en vraagt of zij ook buiten
mag spelen. Ik vertel haar dat het niet veilig is voor haar en haar moeder en dat zij wellicht
later in de week mag buiten spelen. Ik zie de tranen in haar ogen springen en ik weet dat ik
op dat moment de boeman ben. Ik ben niet de eerste boeman in haar leven. Het meisje in
het Blijf-van-mijn-lijfhuis is zes jaar en heeft nu al meer teleurstelling meegemaakt dan ik in
mijn 20-jarige bestaan. Terwijl ik mij dit bedenk, denk ik na over hoe dit meisje van zes jaar
terecht gaat komen en hoe zij met deze teleurstelling en dit verdriet om zal gaan, wat voor
begeleiding krijgt dit meisje, is zij niet vergeten en hoe kan zo’n meisje van zes weer
vertrouwen in de samenleving krijgen? Helaas is dit meisje niet het enige kind wat
opgevangen is samen met haar moeder in een Blijf-van-mijn-lijfhuis. Op mijn werk zie ik
regelmatig de kinderen komen en gaan. Soms met tassen vol spullen, soms met helemaal
niks. De moeders hebben samen met hun kinderen alles achtergelaten voor een betere
toekomst. Om de eigen krachten van het kind weer terug te krijgen, zal het sociaal werk in
moeten spelen op de empowerment bij kinderen. De vraag luidt als volgt; Welke waarde
en/of bijdragen kan het sociaal werk leveren om de empowerment bij kinderen in een blijf
van mijn lijf huis te vergroten?
Kwetsbaarheid
De betreffende situatie kan een aantasting zijn op de basisvoorwaarden van het opgroeien
van een kind; veiligheid, zelfvertrouwen, contacten met leeftijdgenoten en vertrouwen in
anderen komen in het gedrang (Zimbardo et al., 2017). Daarbij hebben ze als kinderen in het
verblijf zitten, hun ‘vertrouwde’ omgeving moeten verlaten wat ook een impact kan hebben.
Binnen het sociaal werkveld zijn er verschillende perspectieven die de veerkracht en
kwetsbaarheid van mensen in beeld brengt. Zo zijn er drie dimensies die meer uitleg geven
over de bio-psychologische lens, sociaal-agogische lens en de sociologische-politieke lens
die een kijk geven op de kwetsbaarheid van mensen (Spierts et al., 2017).
Vanuit de bio-psychologische lens weten wij dat vanuit de levenslooppsychologie kinderen
bij de geboorte en bij hun eerste levensfasen volkomen afhankelijk zijn van anderen. Eén
van de belangrijkste elementen is de hechting. De hechting is de langdurige sociaal-
emotionele relatie tussen het kind en een ouder. Deze relatie is belangrijk omdat dit de basis
legt voor alle andere hechte relaties in iemands leven (Zimbardo et al., 2017).
Opvolgend is de sociaal-agogische lens. Met de sociaal-agogische lens kunnen we richten
op de draaglast en de draagkracht van kinderen, bijvoorbeeld het sociaal kapitaal, wat een
belangrijke rol speelt binnen het sociale werk. Het sociaal kapitaal kan een hulpmiddel zijn
om de gezins- en sociale organisaties vorm te geven. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van
gemeenschappelijke activiteiten, sociale steun en participatie. Bij kinderen zou dit
bijvoorbeeld kunnen in verschillende spelvormen, om te leren over kwetsbaarheid, nee
durven zeggen en samen met ouder en kind te leren over hechting en aviditeit.
Kwetsbaarheid en veerkracht kan ook door een sociologische-politieke lens worden
bekeken. Hier wordt er gekeken naar de steunbronnen die geactiveerd kunnen worden om
de mobiliteit te verbeteren. Het gaat in dit perspectief ook om de vraag wie er recht heeft op
sociale voorzieningen. Hierbij zijn kinderen erg kwetsbaar omdat ze vaak niet in beeld zijn, of
er schaamte ligt bij de ouder van het kind door de opvoeding die is ‘verslechterd’. (Spierts et
al., 2017)
2