Start in de juridische wereld 2. Vereisten
Vereisten voor dwaling op grond van art. 6:228 BW:
1. Onjuiste voorstelling van zaken
2. Causaal verband
3. Aanwezigheid van 1 van de drie dwalingsgevallen:
- Wederpartij gaf inlichting
- Wederpartij schond mededelingsplicht
- Wederzijdse dwaling
4. Kenbaarheid
5. Geen uitsluitend toekomstige omstandigheid
6. Niet voor rekening van de dwalende:
- Aard van de overeenkomst
- Verkeersopvattingen
- Omstandigheden van het geval
De vereisten uitgebreider uitgelegd:
1. Onjuiste voorstelling van zaken
De dwalende heeft een onjuiste veronderstelling over hetgeen hij wil kopen.
2. Causaal verband art. 6:98 BW
Er moet een causaal verband bestaan tussen de onjuiste voorstelling van zaken en het tot stand
komen van de overeenkomst.
Voorbeeld: Wisman kocht de kraan omdat de verkoper aangaf dat er voor de kraan een
kentekenbewijs zal worden afgegeven. Wisman zou de kraan niet hebben gekocht als hij wist dat er
geen kentekenbewijs zou worden afgegeven.
3. Aanwezigheid van 1 van de drie dwalingsgevallen art. 6:228 lid 1 sub a,b,c
- Wederpartij gaf inlichting: wanneer de dwaling te wijten is aan de inlichting van de wederpartij.
- Wederpartij schond mededelingsplicht: wanneer de wederpartij hetgeen omtrent de dwaling wist
of behoorde te weten en daarbij de dwalende had behoren in te lichten.
- Wederzijdse dwaling: wanneer beide partijen ten tijde van het sluiten van de ovk van dezelfde
onjuiste veronderstelling zijn uitgegaan.
4. Kenbaarheidsvereiste art. 6:228 lid 1 BW.
Het moet de wederpartij duidelijk zijn geweest dat de dwalende de ovk zonder die inlichting niet zou
hebben gesloten.
5. Niet uitsluitend toekomstig
Het beroep op dwaling slaagt niet indien het gaat om een uitsluitend toekomstige gebeurtenis.
Voorbeeld: Wisman koopt een kraan waar een kentekenbewijs voor mag worden afgegeven en een
paar dagen later is er wettelijk vastgesteld dat er voor die kraan geen kentekenbewijs meer mag
worden afgegeven.
6. Niet voor rekening van de dwalende 6:228 lid 2 BW.
- Aard van de overeenkomst: wanneer er in de desbetreffende overeenkomst staat dat het voor
rekening komt van de dwalende.
- Verkeersopvattingen: wanneer een dwalende zelf onvoldoende onderzoek heeft verricht.
Vereisten voor dwaling op grond van art. 6:228 BW:
1. Onjuiste voorstelling van zaken
2. Causaal verband
3. Aanwezigheid van 1 van de drie dwalingsgevallen:
- Wederpartij gaf inlichting
- Wederpartij schond mededelingsplicht
- Wederzijdse dwaling
4. Kenbaarheid
5. Geen uitsluitend toekomstige omstandigheid
6. Niet voor rekening van de dwalende:
- Aard van de overeenkomst
- Verkeersopvattingen
- Omstandigheden van het geval
De vereisten uitgebreider uitgelegd:
1. Onjuiste voorstelling van zaken
De dwalende heeft een onjuiste veronderstelling over hetgeen hij wil kopen.
2. Causaal verband art. 6:98 BW
Er moet een causaal verband bestaan tussen de onjuiste voorstelling van zaken en het tot stand
komen van de overeenkomst.
Voorbeeld: Wisman kocht de kraan omdat de verkoper aangaf dat er voor de kraan een
kentekenbewijs zal worden afgegeven. Wisman zou de kraan niet hebben gekocht als hij wist dat er
geen kentekenbewijs zou worden afgegeven.
3. Aanwezigheid van 1 van de drie dwalingsgevallen art. 6:228 lid 1 sub a,b,c
- Wederpartij gaf inlichting: wanneer de dwaling te wijten is aan de inlichting van de wederpartij.
- Wederpartij schond mededelingsplicht: wanneer de wederpartij hetgeen omtrent de dwaling wist
of behoorde te weten en daarbij de dwalende had behoren in te lichten.
- Wederzijdse dwaling: wanneer beide partijen ten tijde van het sluiten van de ovk van dezelfde
onjuiste veronderstelling zijn uitgegaan.
4. Kenbaarheidsvereiste art. 6:228 lid 1 BW.
Het moet de wederpartij duidelijk zijn geweest dat de dwalende de ovk zonder die inlichting niet zou
hebben gesloten.
5. Niet uitsluitend toekomstig
Het beroep op dwaling slaagt niet indien het gaat om een uitsluitend toekomstige gebeurtenis.
Voorbeeld: Wisman koopt een kraan waar een kentekenbewijs voor mag worden afgegeven en een
paar dagen later is er wettelijk vastgesteld dat er voor die kraan geen kentekenbewijs meer mag
worden afgegeven.
6. Niet voor rekening van de dwalende 6:228 lid 2 BW.
- Aard van de overeenkomst: wanneer er in de desbetreffende overeenkomst staat dat het voor
rekening komt van de dwalende.
- Verkeersopvattingen: wanneer een dwalende zelf onvoldoende onderzoek heeft verricht.