Internationale politiek I
Wat is internationale politiek?
Politiek: conflict & samenwerking
Global heeft twee betekenissen
o Wereldwijd (internationale organisaties en issues)
o Alomvattend (op alle niveaus: regionaal, nationaal etc.)
Vier overlappende dimensies
o Wereldwijd
o Internationaal
o Regionaal
o Subnationaal (= binnen de staat)
Belangrijkste veranderingen in de wereldpolitiek
Opkomst nieuwe actoren
o TNC’s; NGO’s; terroristische groeperingen
Toenemende interdependentie
o Biljart-model (gebaseerd op macht van staten) web-model (staten
en niet-statelijke actoren met elkaar verbonden)
Verwatering onderscheid binnenland/buitenland
Opkomst global governance
o Anarchie; door opkomst IO’s toch een systeem van global
governance ontstaan
Vier niveaus van analyse (Waltz/realisme)
o First image: individu
o Second image: staat
o Third image: statensysteem (machtsbalans)
, Historische context
Belang en gevaar van geschiedenis
o Verleden geeft context voor het heden
o Gebeurtenissen uit het heden lijken op die uit het verleden
o MAAR deze opvattingen zijn discutabel: Geschiedenis is een continu
debat/buitenlands beleid niet zomaar op geschiedenis baseren
Appeasement politiek = concessies maken in de hoop oorlog te vermijden
Waarom is Europa gaan industrialiseren/kolonialiseren?
o Geografisch (rivieren; kolen; geen tropische ziektes)
o Economisch (efficiënte markt; koloniën; eigendomsrecht)
o Wetenschappelijk (Verlichting)/cultureel (protestants)/politiek
(verdeeldheid in Europa; geen dominerende machthebber)
Vrede van Münster/Westfalen (1648) Europees statensysteem
o Macht centraliseren dmv. belastingen en creëren leger
o Soevereiniteit (territoriale integriteit) = absolute macht
Externe soevereiniteit=onafhankelijk van andere
staten/hogere autoriteit
Interne soevereiniteit = absolute autoriteit binnen staat;
beslissingen zijn bindend voor iedereen binnen de
staatsgrenzen
Kenmerken staat
Montevideo Convention
o Territorium
o Bevolking
o Effectief gezag
o Capaciteit om betrekkingen aan te gaan
o (Erkenning?)
Weber
o Bureaucratische juridische orde
o Bindend gezag
o Legitiem geweldsmonopolie
Tilly
o Anders dan andere organisaties die in hetzelfde territorium opereren
o Autonoom
o Verschillende afdelingen formeel gecoördineerd
Failed states:
o Geen stateness (effectief binnenlands gezag)
o Zwakke/geen instituties
Begrippen
Staat = staat boven alle organisaties binnen territorium
Nationale staat = overkoepelt regio’s en steden door autonome
structuren
Natiestaat = volk deelt taal, religie en identiteit
Natie = culturele, politieke en psychologische overeenkomsten
o Civic nationalism = open en vrijwillig; ‘paspoort onderdeel natie’
o Ethnic nationalism = gevoel van culturele verbondenheid; gesloten
karakter
Wat is internationale politiek?
Politiek: conflict & samenwerking
Global heeft twee betekenissen
o Wereldwijd (internationale organisaties en issues)
o Alomvattend (op alle niveaus: regionaal, nationaal etc.)
Vier overlappende dimensies
o Wereldwijd
o Internationaal
o Regionaal
o Subnationaal (= binnen de staat)
Belangrijkste veranderingen in de wereldpolitiek
Opkomst nieuwe actoren
o TNC’s; NGO’s; terroristische groeperingen
Toenemende interdependentie
o Biljart-model (gebaseerd op macht van staten) web-model (staten
en niet-statelijke actoren met elkaar verbonden)
Verwatering onderscheid binnenland/buitenland
Opkomst global governance
o Anarchie; door opkomst IO’s toch een systeem van global
governance ontstaan
Vier niveaus van analyse (Waltz/realisme)
o First image: individu
o Second image: staat
o Third image: statensysteem (machtsbalans)
, Historische context
Belang en gevaar van geschiedenis
o Verleden geeft context voor het heden
o Gebeurtenissen uit het heden lijken op die uit het verleden
o MAAR deze opvattingen zijn discutabel: Geschiedenis is een continu
debat/buitenlands beleid niet zomaar op geschiedenis baseren
Appeasement politiek = concessies maken in de hoop oorlog te vermijden
Waarom is Europa gaan industrialiseren/kolonialiseren?
o Geografisch (rivieren; kolen; geen tropische ziektes)
o Economisch (efficiënte markt; koloniën; eigendomsrecht)
o Wetenschappelijk (Verlichting)/cultureel (protestants)/politiek
(verdeeldheid in Europa; geen dominerende machthebber)
Vrede van Münster/Westfalen (1648) Europees statensysteem
o Macht centraliseren dmv. belastingen en creëren leger
o Soevereiniteit (territoriale integriteit) = absolute macht
Externe soevereiniteit=onafhankelijk van andere
staten/hogere autoriteit
Interne soevereiniteit = absolute autoriteit binnen staat;
beslissingen zijn bindend voor iedereen binnen de
staatsgrenzen
Kenmerken staat
Montevideo Convention
o Territorium
o Bevolking
o Effectief gezag
o Capaciteit om betrekkingen aan te gaan
o (Erkenning?)
Weber
o Bureaucratische juridische orde
o Bindend gezag
o Legitiem geweldsmonopolie
Tilly
o Anders dan andere organisaties die in hetzelfde territorium opereren
o Autonoom
o Verschillende afdelingen formeel gecoördineerd
Failed states:
o Geen stateness (effectief binnenlands gezag)
o Zwakke/geen instituties
Begrippen
Staat = staat boven alle organisaties binnen territorium
Nationale staat = overkoepelt regio’s en steden door autonome
structuren
Natiestaat = volk deelt taal, religie en identiteit
Natie = culturele, politieke en psychologische overeenkomsten
o Civic nationalism = open en vrijwillig; ‘paspoort onderdeel natie’
o Ethnic nationalism = gevoel van culturele verbondenheid; gesloten
karakter