7:610 BW: loon, arbeid, in dienst van (= gezag), een zekere tijd.
Verder zijn van belang de partijbedoeling, wijze waarop feitelijk
uitvoering wordt gegeven aan de overeenkomst, gezagsverhouding
en maatschappelijke positie van partijen, een en ander in onderlinge
samenhang bezien (arrest Groen/Schoevers en Thuiszorg
Rotterdam/PGGM).
eisen van arbeidsovereenkomst
1. Arbeid art. 7:659 BW ; zelf, productief, arbeid verrichten
2. loon art. 7:616 e.v. en 7:627 BW; geld, natura, fooien,
onkostenvergoeding ect.
3. gezagsverhouding art. 7:660 BW
bevoegdheid tot het geven van instructies/ aanwijzingen
instructies m.b.t. inhoud en/of omstandigheden
(werkinstructies of werktijden/vakanties)
+
HR groen/schoevers >!
thuiszorg/pggm
uit de bovenstaande jurisprudentie volgt dit;
toetsing arbeidsovereenkomst: op twee fronten;
loon arbeid gezagsverhoudi
ng
partijbedoeling ja ja ja
feitelijke ja ja ja
situatie
rechtsvermoeden 7:610a BW (of je een arbeidsovereenkomst hebt)
indien een oproepkracht gedurende drie maand wekelijk of
gedurende ten minste twintig uur per maand arbeid verricht, dan
neemt de wet op voorhand aan dat er sprake is van een
arbeidsovereenkomst.
art. 7:610b BW: aantal uren van de arbeidsovereenkomst
sollicitatiefase;
werving
selectie
onderhandelen
aangaan arbeidsovereenkomst
regels sollicitatie-fase;
gedragsregels, bij sommige beroepen medische keuringen
algemeen vermogensrecht (boek 3 en 6 van toepassing),
precontractuele goede trouw
gelijke behandelingswetgeving (boek 7 echter nog NIET van
toepassing)
, vorm arbeidsovereenkomst; art. 7:655 BW
discriminatie verbod arbeidsovereenkomst;
art. 7:646 lid 1 BW mannen/vrouwen
art. 5 lid 1 sub a AWGB nationaliteit
art. 3 WGBL leeftijd
stage-overeenkomst arbeidsovereenkomst
art. 6:213 BW art. 7:610 BW + titel 10 boek 7
overeenkomst waarbij het overeenkomst waarbij de ene
leerproces van de stagiair partij, de werknemer, zich
centraal staat en niet de verbindt in dienst van de andere
productieve arbeid. partij, de werkgever, tegen loon
gedurende zekere tijd arbeid te
verrichten.
oproepovereenkomst MUP voorovereenkomst
art. 7:610 BW + 7:610b & 7:628a - intentieverklaring
werkgever is verplicht de oproepkracht maar de werkgever
oproepkracht op te roepen als er is niet verplicht om de
werk beschikbaar is. Werknemer werknemer op te roepen als er
is verplicht gehoor te geven aan werk is en de werknemer is niet
de oproep. er bestaat een verplicht om aan de oproep
arbeidsovereenkomst voordat de gehoor te geven.
werknemer is opgeroepen
overeenkomst van opdracht uitzendovereenkomst
art. 7:400 BW e.v. art. 7:690 BW
overeenkomst t.a.v. een werkgever is een uitzendbureau
opdracht. project ect. waarbij de werknemer werkt. dit
bureau schakelt een derde in
waarbij de werknemer werkt.;
sprake van een
driehoeksverhouding
(uitzendbureau (formele
werkgever, inlener (feitelijke
werkgever) en uitzendkracht
(werknemer)) waarbij het gezag
door een derde (de inlener)
wordt uitgeoefend en niet door
de formele werkgever
(uitzendbureau).
Een overeenkomst van opdracht ziet op het verlenen van diensten
en een overeenkomst tot aanneming van werk op het
totstandbrenging van een stoffelijk werk. Bij deze twee kan je,
ondanks dat wel enige instructies kunnen worden gegeven, niet