Hoofdstuk 5 - materialen
Paragraaf 1: Kunststoffen
Eigenschappen van kunststoffen:
- Verpakking is waterdicht
- Sterk
- Doorzichtig
- Geleiden slecht warmte
- Geleiden slecht elektriciteit
- Worden niet aangetast door stoffen in omgeving (rotten, roesten)
- Makkelijk om extra eigenschappen mee te geven
- Blijven ontwikkelen
Nadelen:
- Verweken bij redelijk lage temperatuur
- Brandbaar
- Breken niet af
- Moeilijk te recyclen
- Is te goedkoop
Composiet is een verzamelnaam voor diverse vezel-versterkte kunststoffen, denk hierbij
aan: polyester en carbon.
Kunststoffen bestaan uit heel grote moleculen, ook wel macromoleculen genoemd. Voor het
maken van kunststoffen wordt vooral de naftafractie gebruikt. Deze fractie is een mengsel
van koolwaterstoffen met molecuulformules variërend van C4H10 tot C12H26. Uit deze
moleculen kunnen macromoleculen worden gemaakt. Dit gebeurt in 2 stappen: Kraken en
Polymeriseren.
• Nafta kraken: Grote moleculen worden in stukjes gebroken. (hiervoor is
warmte/katalysator nodig)
• Polymeriseren: Het in een lange rij aan elkaar verbinden van moleculen.
Paragraaf 2: Metalen en legeringen
Eigenschappen metalen:
- Geleiden goed warmte
- Geleiden goed elektriciteit
- Hebben een glanzend oppervlak
- Buigzaam na verhitting, smeedbaar.
Edelmetalen worden niet aangetast door andere stoffen: Goud, Zilver, Platina.
Onedel metalen: Deze metalen reageren wel met andere stoffen, denk hierbij aan
roesten/corroderen. Natrium en kalium zijn zeer onedel.
Het roesten van ijzer is een verbinding aangaan met zuurstof in de aanwezigheid van water:
ijzer + zuurstof + water = roest
Verschil tussen roesten en corroderen:
Roesten is een proces dat niet stopt, metaal blijft in aanraking komen met zuurstof.
Bij corroderen wordt er een dicht en hecht corrosielaagje gevormd waardoor het metaal van
zuurstof wordt afgesloten.
IJzer kun je beschermen tegen roestvorming door er een laagje van een andere stof op aan
te brengen. Daardoor wordt het ijzer oppervlak niet meer blootgesteld aan de lucht. Zo’n
beschermlaag kan verf, tectyl, vet, kunststof (plastificeren), glas (emailleren) of een ander
metaal zijn.
Paragraaf 1: Kunststoffen
Eigenschappen van kunststoffen:
- Verpakking is waterdicht
- Sterk
- Doorzichtig
- Geleiden slecht warmte
- Geleiden slecht elektriciteit
- Worden niet aangetast door stoffen in omgeving (rotten, roesten)
- Makkelijk om extra eigenschappen mee te geven
- Blijven ontwikkelen
Nadelen:
- Verweken bij redelijk lage temperatuur
- Brandbaar
- Breken niet af
- Moeilijk te recyclen
- Is te goedkoop
Composiet is een verzamelnaam voor diverse vezel-versterkte kunststoffen, denk hierbij
aan: polyester en carbon.
Kunststoffen bestaan uit heel grote moleculen, ook wel macromoleculen genoemd. Voor het
maken van kunststoffen wordt vooral de naftafractie gebruikt. Deze fractie is een mengsel
van koolwaterstoffen met molecuulformules variërend van C4H10 tot C12H26. Uit deze
moleculen kunnen macromoleculen worden gemaakt. Dit gebeurt in 2 stappen: Kraken en
Polymeriseren.
• Nafta kraken: Grote moleculen worden in stukjes gebroken. (hiervoor is
warmte/katalysator nodig)
• Polymeriseren: Het in een lange rij aan elkaar verbinden van moleculen.
Paragraaf 2: Metalen en legeringen
Eigenschappen metalen:
- Geleiden goed warmte
- Geleiden goed elektriciteit
- Hebben een glanzend oppervlak
- Buigzaam na verhitting, smeedbaar.
Edelmetalen worden niet aangetast door andere stoffen: Goud, Zilver, Platina.
Onedel metalen: Deze metalen reageren wel met andere stoffen, denk hierbij aan
roesten/corroderen. Natrium en kalium zijn zeer onedel.
Het roesten van ijzer is een verbinding aangaan met zuurstof in de aanwezigheid van water:
ijzer + zuurstof + water = roest
Verschil tussen roesten en corroderen:
Roesten is een proces dat niet stopt, metaal blijft in aanraking komen met zuurstof.
Bij corroderen wordt er een dicht en hecht corrosielaagje gevormd waardoor het metaal van
zuurstof wordt afgesloten.
IJzer kun je beschermen tegen roestvorming door er een laagje van een andere stof op aan
te brengen. Daardoor wordt het ijzer oppervlak niet meer blootgesteld aan de lucht. Zo’n
beschermlaag kan verf, tectyl, vet, kunststof (plastificeren), glas (emailleren) of een ander
metaal zijn.