Begripsbepaling:
De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie, iemand met Alzheimer krijgt
problemen met het geheugen. Bij Alzheimer worden de dagelijkse vaardigheden lastiger.
Epidemiologie:
Wereldwijd zijn er ong. 20 miljoen mensen met de ziekte Alzheimer. Bij mensen boven de 85 jaar
heeft 1 van de 2 mensen Alzheimer. In Nederland zijn er ong. 200.000 mensen met Alzheimer,
hiervan zijn er ongeveer 8.000 jonger dan 65 jaar.
Anatomie / Fysiologie en Etiologie:
In de hersenen van alzheimerpatiënten komen specifieke
afwijkingen voor: eiwitten klonteren samen in zogenaamde plaques
en tangles.
-Plaques ontstaan tussen de hersencellen, doordat het eiwit
amyloid samenklontert. Dit belemmert de communicatie tussen de
hersencellen.
-Tangles ontstaan in de hersencellen, doordat het eiwit lau
samenklontert. Hierdoor worden voedingstoffen niet goed door de
cel vervoert en sterft de cel uiteindelijk af.
Alzheimer is erfelijk en mensen met diabetes hebben een grotere
kans op het ontwikkelen van Alzheimer. Maar ook mensen met syndroom van down hebben een
grotere kans op Alzheimer.
Symptomen:
Vergeetachtigheid.
Problemen met dagelijkse handelingen.
Vergissingen in tijd en plaats.
Taalproblemen.
Kwijtraken van spullen.
Terugtrekken uit sociale activiteiten.
Veranderingen in gedrag en karakter.
Onrust.
Problemen met het zien.
Diagnose:
Eerste stap is altijd de huisarts, vermoedt de huisarts dan ook dementie verwijst hij de patiënt door
naar een specialist. De specialist stelt uiteindelijk dan vast of er sprake is van dementie en welke
ziekte de dementie veroorzaakt. De MMSE-test (mini-metal state examination) wordt dan gebruikt
bij de patiënt om te zien of er echt sprake is van dementie.
Therapie: