Begripsbepaling:
Artrose is een vorm van reuma waarbij het hele gewricht betrokken is. (gewrichtsslijtage) Het
kraakbeen gaat hierbij in het gewricht achteruit. Het wordt dan ook dunner, zachter en brokkelig.
Kraakbeen bevat gelukkig geen zenuwen en kan daardoor ook geen pijn doen. Als je pijn ervaart bij
artrose komt dit dus waarschijnlijk door andere veranderingen binnen en buiten het gewricht. Naast
de schade aan het kraakbeen ontstaan er ook veranderingen in het bot direct onder het kraakbeen,
er vormen zich aan de rand van het gewricht zichtbare en voelbare knobbels ook wel osteofyten
genoemd. Ook vormt er zich vaak een lichte ontsteking van de slijmvlieslaag in het gewricht. Ook
kunnen de zenuwen veranderen in het gewricht dit kan ook pijn veroorzaken. Daarnaast kan het ook
regelmatig voor komen dat de spieren rondom het gewricht verzwakken en doen pezen om het
gewricht pijn. Artrose kan in alle gewrichten voorkomen maar dit hoeft natuurlijk niet, wel komt
artrose vaker voor bij de knieën, de heupen, de gewrichten in de nek en onderrug, de duim, de
vingers en de grote teen. De internationale naam van artrose is osteoartritis.
Epidemiologie:
Artrose is de meest voorkomende reumatische aandoening aan het bewegingsapparaat. Meer dan 1
miljoen mensen in Nederland hebben artrose. Vrouwen hebben vaker artrose dan mannen. De ziekte
komt ook vaker voor naarmate men ouder wordt.
Anatomie en Fysiologie:
In een gewricht komen twee botten bij elkaar. Om te zorgen dat deze botten soepel langs elkaar
heen glijden, zitten er op het uiteinde van de botten schok dempende laagjes kraakbeen. Het
gewricht wordt bij elkaar gehouden door banden en een gewrichtskapsel. Aan de binnenkant van het
kapsel zit een slijmvlieslaag, ook wel synovium genoemd. Deze slijmvlieslaag produceert vocht
(synoviaal vocht) dat werkt als smeermiddel.
Op het plaatje kun je de verschillen zien van een
normale gewricht en een gewricht met artrose.
De linker is een gezond gewricht en de rechter is de
gewricht met artrose. Bij artrose worden de lagen
kraakbeen dus dunner, zachter en brokkeliger. Als
het kraakbeen hierbij volledig verdwijnt, schuiven
de botten direct over elkaar. Het bot wordt dan
ook dikker en breder, aan de randen van het
gewricht vormen zich dan ook benige uitgroeisels
osteofyten. Deze osteofyten beperken dan ook soms de bewegelijkheid van je gewricht. Vaak is er in
een gewricht met artrose ook een lichte ontsteking aanwezig dit is in de slijmvlieslaag in het
gewricht. Dit kan dan ook leiden tot pijn en een lichte zwelling of warmte van het gewricht. De ernst
van de ontsteking kan wisselen.