Micro organisme en infectie leer:
Infectie is een reactie op een schadelijke prikkel:
doordat een micro-organisme: virus, parasiet, in een levend wezen
binnendringt en zich daar vermenigvuldigd heeft. (dit hoeft niet schadelijk
te zijn).
Is er wel schade, dan heb je een ziekte
Een infectie heeft vaak een ontsteking tot gevolg.
Micro organismen zijn onmisbaar!
In ons darmstelsel leven wel 70 soorten micro organismen die helpen bij
de vertering van voedingsstoffen.
E coli (Escherichia Coli): leeft in de darm van voedselresten en vormt
vitamine K, die belangrijk zijn bij de vorming van stollingseiwitten door de
lever gemaakt.
Micro-organisme bacterien Bacteriën; 1 cellig en hebben een celwand
en celvocht=cytoplasma (met DNA) en ze prikkelen het afweersysteem
tot het vormen van antilichamen. Ze hebben haarvormige uitsteeksels en
kunnen zich hierdoor verplaatsen. Ze hebben zuurstof nodig.
Belangrijk is de vorm van de bacterie, rond (kok) staafvormig (bacil),
spiraalvormig (spiril en spirocheet)kommavormig (vibrio)
Ligging ten opzichte van elkaar, trosje, (stafylokokken) twee tallen;
(diplokokken), ketens (streptokokken)
Ziekmakend vermogen =pathogeniteit.
Aanvalskracht=virulentie
Virussen zijn kleiner dan bacteriën, betekent letterlijk “gif”.
Virussen hebben geen stofwisseling, gebruiken geen voedsel en kunnen
zich niet voortplanten.
Herpesvirussen blijven aanwezig in je lichaam, na de eerste
infectie=latent aanwezig. Je kan weinig doen tegen een virus, wel
klachten verminderen. Noro virus, RS virus, Corona virus
Schimmels, een schimmelziekte wordt ook Mycose genoemd.
Infecties beperken zich tot de huid, nagels en haren.
Schimmels groeien bij een temp van 24-30 graden.
Protozoa zijn 1-cellig, zijn parasieten, zijn afhankelijk van hun gastheer.
Plasmodium; veroorzaker van malaria. Toxoplasma.
Epidemie: wanneer een stad, bepaald gebied, of een heel land plotseling
veel mensen tegelijk een bepaalde ziekte oplopen. (griep epidemie)
Pandemie; wanneer de ziekte wereldwijd verspreidt; Mexicaanse griep in
2009 corona pandemie 2019-2020
Endemie: wanneer een bepaalde ziekte in een gebied of land vaker
voorkomt. Malaria in grote gebieden van Zuid Afrika
Factoren met betrekking tot infectie:
Aard van de micro organisme.
, Hoeveelheid micro organisme
Virulentie van het micro organisme
Weerstand van de zorgvrager
Besmetting: directe besmetting via lichamelijk contact. Indirecte
besmetting via voedsel, water en lucht. Porte d’entree; via een bepaalde
manier. Het influeza virus geeft aanleiding tot griep als het is ingeademd
(aerogeen). Wordt het virus opgegeten (enteraal) of op de huid
aangebracht (cutaan) ontstaat er geen ziekte.
Besmetting (contaminatie) houdt in dat het lichaam contact maakt met
het micro organismen.
Zien deze micro organismen de kans om te vermeerderen en verspreiden
spreek je van een infectie
Besmettingswegen via de lucht (aërogeen):
- Influenza
- Varicella
- Meningitis
- Parotitis epidemica
Besmettingswegen via het spijsverteringskanaal (enteraal):
- Hepatitis A
- Gastro-enteritis
- Poliomyelitis
Besmettingswegen via de huid of slijmvliezen (cutaan):
- H.I.V.
- Herpes I en II
- Ziekte van Pfeiffer
Besmettingswegen via het bloed (hematogeen):
- Hepatitis B en C
- H.I.V.
Alledaagse ziekteverwekkers:
Streptokokken:
rhinitis purulenta (etterige neusverkoudheid bij kinderen)
Otitis media (midden oor ontsteking)
Sinusitis (neusbijholteontsteking)
Acute pharyngitis (acute keelontsteking)
Tonsillitis (keelamandelen)
Erysipelas (wondroos)
Ziekteverwekkers:
Stafylokokken:
Furunkels (steenpuisten)
Mastitis (borstklierontsteking)
Panaritium (etterige ontsteking rondom vingers en tenen)
Infectie is een reactie op een schadelijke prikkel:
doordat een micro-organisme: virus, parasiet, in een levend wezen
binnendringt en zich daar vermenigvuldigd heeft. (dit hoeft niet schadelijk
te zijn).
Is er wel schade, dan heb je een ziekte
Een infectie heeft vaak een ontsteking tot gevolg.
Micro organismen zijn onmisbaar!
In ons darmstelsel leven wel 70 soorten micro organismen die helpen bij
de vertering van voedingsstoffen.
E coli (Escherichia Coli): leeft in de darm van voedselresten en vormt
vitamine K, die belangrijk zijn bij de vorming van stollingseiwitten door de
lever gemaakt.
Micro-organisme bacterien Bacteriën; 1 cellig en hebben een celwand
en celvocht=cytoplasma (met DNA) en ze prikkelen het afweersysteem
tot het vormen van antilichamen. Ze hebben haarvormige uitsteeksels en
kunnen zich hierdoor verplaatsen. Ze hebben zuurstof nodig.
Belangrijk is de vorm van de bacterie, rond (kok) staafvormig (bacil),
spiraalvormig (spiril en spirocheet)kommavormig (vibrio)
Ligging ten opzichte van elkaar, trosje, (stafylokokken) twee tallen;
(diplokokken), ketens (streptokokken)
Ziekmakend vermogen =pathogeniteit.
Aanvalskracht=virulentie
Virussen zijn kleiner dan bacteriën, betekent letterlijk “gif”.
Virussen hebben geen stofwisseling, gebruiken geen voedsel en kunnen
zich niet voortplanten.
Herpesvirussen blijven aanwezig in je lichaam, na de eerste
infectie=latent aanwezig. Je kan weinig doen tegen een virus, wel
klachten verminderen. Noro virus, RS virus, Corona virus
Schimmels, een schimmelziekte wordt ook Mycose genoemd.
Infecties beperken zich tot de huid, nagels en haren.
Schimmels groeien bij een temp van 24-30 graden.
Protozoa zijn 1-cellig, zijn parasieten, zijn afhankelijk van hun gastheer.
Plasmodium; veroorzaker van malaria. Toxoplasma.
Epidemie: wanneer een stad, bepaald gebied, of een heel land plotseling
veel mensen tegelijk een bepaalde ziekte oplopen. (griep epidemie)
Pandemie; wanneer de ziekte wereldwijd verspreidt; Mexicaanse griep in
2009 corona pandemie 2019-2020
Endemie: wanneer een bepaalde ziekte in een gebied of land vaker
voorkomt. Malaria in grote gebieden van Zuid Afrika
Factoren met betrekking tot infectie:
Aard van de micro organisme.
, Hoeveelheid micro organisme
Virulentie van het micro organisme
Weerstand van de zorgvrager
Besmetting: directe besmetting via lichamelijk contact. Indirecte
besmetting via voedsel, water en lucht. Porte d’entree; via een bepaalde
manier. Het influeza virus geeft aanleiding tot griep als het is ingeademd
(aerogeen). Wordt het virus opgegeten (enteraal) of op de huid
aangebracht (cutaan) ontstaat er geen ziekte.
Besmetting (contaminatie) houdt in dat het lichaam contact maakt met
het micro organismen.
Zien deze micro organismen de kans om te vermeerderen en verspreiden
spreek je van een infectie
Besmettingswegen via de lucht (aërogeen):
- Influenza
- Varicella
- Meningitis
- Parotitis epidemica
Besmettingswegen via het spijsverteringskanaal (enteraal):
- Hepatitis A
- Gastro-enteritis
- Poliomyelitis
Besmettingswegen via de huid of slijmvliezen (cutaan):
- H.I.V.
- Herpes I en II
- Ziekte van Pfeiffer
Besmettingswegen via het bloed (hematogeen):
- Hepatitis B en C
- H.I.V.
Alledaagse ziekteverwekkers:
Streptokokken:
rhinitis purulenta (etterige neusverkoudheid bij kinderen)
Otitis media (midden oor ontsteking)
Sinusitis (neusbijholteontsteking)
Acute pharyngitis (acute keelontsteking)
Tonsillitis (keelamandelen)
Erysipelas (wondroos)
Ziekteverwekkers:
Stafylokokken:
Furunkels (steenpuisten)
Mastitis (borstklierontsteking)
Panaritium (etterige ontsteking rondom vingers en tenen)