Hoofdstuk 1
De start van je onderzoek.
Voor een deel ken je, je persoonlijkheid, de patronen die jou maken tot wie je
bent. Er zijn daarnaast ook kenmerken van jouw persoonlijkheid die voor jou en
misschien ook voor anderen nog onzichtbaar zijn. Ervaringen in het dagelijks
leven kunnen deze kenmerken aan de oppervlakte brengen. Om je hier bewust
van te worden, is het onderzoeken van deze ervaringen noodzakelijk.
Welke vragen staan in een onderzoek naar jezelf centraal? Hierbij valt te denken
aan:
- Waar komt mijn extreme verantwoordelijkheidsgevoel vandaan/
- Waarom heb ik in conflictsituaties de neiging om me in een hoekje terug te
trekken?
- Waarom raakt een opmerking van een collega me zo?
Het doel van het onderzoek is je bewust te maken van de eigenschappen die bij
jou centraal staan, vanuit ervaringen uit het dagelijks leven, zodat je uiteindelijk
deze eigenschappen op een positieve manier kunt inzetten.
Door deze ervaringen te onderzoeken, ontdek je kwaliteiten en valkuilen waarvan
je je nog niet eerder bewust was. Je kunt dit zien als een leerproces, waarbij je
steeds meer van je eigen persoonlijkheid ontrafelt.
1.2 leren op verschillende niveaus
Het proces dat je in dit hoofdstuk gaat starten, is erop gericht om door middel
van onderzoek meer inzicht te krijgen in je eigen persoonlijkheid. Het ontrafelen
van je patronen zorgt voor bewustwording en de inzichten kun je vervolgens
bijvoorbeeld toepassen in je werk. Je komt dus tot ontwikkeling, je zet een
leerproces in gang.
Bateson (1973) introduceert vier leerniveaus om onderscheid te kunnen maken
tussen de verschillende vormen van leren;
- Niveau 1: leren door het herhalen en het stapelen van kennis. Zo heb je
eerst geleerd dat Duitsland een buurland van Nederland is en daarna pas
wat er in de tweede wereldoorlog gebeurd is.
- Niveau 2: leren dor procedures en spelregels te verinnerlijken. Je kunt
hierbij bijvoorbeeld denken aan hoe een voetballer het spel leert.
- Niveau 3: leren door het opvoeden van inzichten waardoor we de wereld
anders leren zien. Zoals een discussie met andere gezichtspunten.
- Niveau 4: generatief leren. Dit betekent dat we onszelf kunnen zien als
onderdeel van een groter geheel en dat we onszelf ook vanuit
verschillende perspectieven kunnen zien. Generatief leren is leren vanuit
het niveau van identiteit.
Wanneer je de niveaus met elkaar vergelijkt, kun je behalve het niveau van leren
ook andere verschillen herkennen:
De focus van leren verandert langs de vier niveaus, van opleiden naar
ontwikkelen. Op het eerste niveau wordt de kennis vooral aangereikt,
terwijl je op de hogere niveaus in toenemende mate zelf bezig bent met je
ontwikkeling. Het bereiken van leren op het hoogste niveau vergt een
grote mate van eigen verantwoordelijkheid.
, Er is een verschuiving zichtbaar van het aanleren van kennis en
vaardigheden naar het verhogen van het leervermogen om kennis te
genereren. Op de lagere niveaus wordt ‘bestaande’ kennis aangereikt, op
het niveau van generatief leren ontwikkel je nieuwe inzichten, waardoor je
leervermogen groeit.
Uiteindelijk streef je naar generatief leren. Dit leren herken je in ‘verandering van
gedrag’. In het handelen is te zien of iets aangeleerd is, dit wordt ook wel
bekwaamheid genoemd. Bekwaamheid wordt niet alleen bepaald door wat je
weet, maar ook door wat je kunt, durft, wilt en wie je bent.
1.3. Het Johari- venster
Met behulp van die onderzoek gerichte benadering ga je op zoek naar patronen
die nieuw zijn voor je, zodat je jouw persoonlijkheid verder in kaart kunt brengen.
Een hulpmiddel om onderscheid te maken tussen de bekende en onbekende
delen, is het Johari- venster.
Het Johari- venster is een model dat je kunt gebruiken om naar jezelf te kijken. In
dit venster wordt de persoonlijkheid schematisch onderverdeeld in vier gebieden:
de vrije ruimte, het verborgen gebied, de blinde vlek en de onbekende zelf.
Voor een groot deel heb je zelf de mogelijkheid om te bepalen wat verborgen
gebied is n wat vrije ruimte is. wat laat je van jouw kwaliteiten (of
kwetsbaarheden) aan anderen zien/ Wat vertel je wel en niet aan familie,
vrienden, kennissen, collega’s of tijdens een sollicitatiegesprek?
Als je iets verbogen probeert te houden, kan het zijn dat de ander het toch merkt,
doordat je je verraadt door mimiek en lichaamstaal. De afweging die we moeten
maken kan soms lastig zijn, maar we doen dit regelmatig. Een deel van deze
afwegingen maken we onbewust.
Wanneer je ‘generatief leren’ uitdrukt in termen van het Johari- venster, kun je
stellen dat het doel van het leerproces is dat je meer zicht krijgt op je
persoonlijkheid, door het vergroten van het voor jou bekende gebied zodat je
deze kennis uiteindelijk kunt inzetten om je op professioneel gebied te profileren.
1.4 op zoek naar een onderzoeksonderwerp
Een onderzoek naar jouw eigen patronen start vanuit een ervaring die voor jou
betekenisvol geweest is. dit kan een gebeurtenis zijn die je is bijgebleven,
bijvoorbeeld omdat het bepaalde gevoelens bij je opriep.
Je zult eerst moeten bepalen wat het doel is van je onderwerp en wat de aanpak
zou moeten zijn. Dit zoeken zonder duidelijke doel en duidelijke aanpak vooraf
noemen we de emergente strategie. Het onderwerp dat je gaat onderzoeken
moet eerst nog zichtbaar gemaakt worden. Om tot je onderwerp te komen,
beschrijf je eerst de gebeurtenis die centraal staat als een afgerond geheel.
Pas als je jouw ervaring hebt beschreven en besproken, krijg je inzicht in je
gevoel en ben je in staat om die ervaring verder te onderzoeken.
Een fenomeen is vaak voor jou nog verborgen en komt tot uiting in bepaalde
gebeurtenissen. Het type onderzoek dat zich hierop richt is, fenomenologisch
, onderzoek. In fenomenologisch onderzoek zoek je naar betekenisvolle
ervaringen, werk je deze ervaringen uit en zoek je naar het fenomeen dat
centraal staat.
Vervolgens analyseer e het fenomeen, waarbij je gebruikmaakt van verschillende
analysemethoden door het fenomeen te onderzoeken, krijg je meer inzicht in je
gevoel en kun je het verklaren.
1.5.1 De herkomst van fenomenologisch onderzoek
Fenomenologisch onderzoek houdt zich bezig met het verhelderen van verhalen;
uitingen in hun context die niet onmiddellijk te begrijpen zijn.
Het woord fenomenologie is afgeleid van het Griekse woord ‘phenomenon’ dat
‘zichzelf tonen’ betekent.
Je gebruikt je fenomenologisch onderzoek om jouw eigen verhaal een plek te
geven, net zoals de mensen dat in de oudheid deden met de verhalen van de
goden.
Fenomenologie is een stroming in de filosofie die ontstond aan het begin van de
twintigste eeuw. Ook nu nog, inmiddels ruim honderd jaar later, wordt deze
stroming gezien als een van de belangrijkste filosofische bewegingen van deze
eeuw. Fenomenologie gaat uit van directe en intuïtieve ervaringen.
Er zijn twee hoofdlijnen binnen het fenomenologisch onderzoek: de
transcendentale en de hermeneutische fenomenologie
De transcendentale fenomenologie bekijkt ervaringen vooral vanuit sociaal en
cultureel oogpunt, terwijl de hermeneutische fenomenologie ervaringen meer
vanuit het gevoel van het individu benadert.
1.5.2 De hermeneutische benadering.
In de hermeneutische benadering focust de fenomenologie op de leefwereld de
dagelijkse wereld waarin we bestaan en die gevuld is met complexe betekenissen
die de achtergrond, de basis van onze dagelijkse acties en interacties vormen. De
manier waarop we deze leefwereld ervaren, is sterk gestuurd door onze eigen
interpretatie.
Wat werkelijk is, hoeft niet waar te zijn, het gaat om de betekenis die mensen
eraan hechten, het gaat erom in hoeverre de werkelijkheid consequenties heeft
voor jouw handelen. Om dit te kunnen begrijpen en beschrijven is
intersubjectiviteit nodig.
De cultuurhistorische context speelt een grote rol bij het onderzoeken van een
fenomeen. Jouw opvoeding en culturele achtergrond spelen een rol bij jouw
ervaring en het onderzoek hiernaar.
Als laatste is het belangrijk dat je in fenomenologisch onderzoek niet alleen je
eigen verhaal gebruikt, maar ook gebruik kunt maken van andere verhalen. Dit
wordt narratieve verdieping genoemd.
Je bent je eigen onderzoeksobject en zoekt naar je eigen opvattingen; de manier
waarop jij de dingen ziet in de werkelijkheid. Fenomenologisch onderzoek is dan
ook subjectief: jouw kijk op de werkelijkheid wordt immers beïnvloed door jouw