SAMENVATTING MVO
LESWEEK1
MVO= winst maken op een verantwoord maatschappelijke manier met aandacht voor milieu
en sociaalethiek.
NGO’s= niet overheidsinstanties die een maatschappelijk doel hebben en geen winst
nastreven
Kwamen op in de jaren 70. Bedrijven vonden NGO’s eerder lastig en waren niet bereid om de
standpunten van deze organisaties over te nemen
Redenen opkomst NGO’s in de jaren 70:
- Economische groei in de westerse samenleving waarbij steeds meer kwesties naar boven
kwamen
- Grote mate van culturele mobiliteit
Limits to growth- club van Rome= particuliere stichting opgericht door Europese
wetenschappers om hun bezorgdheid over de toekomst van de wereld kenbaar te maken
Conclusie club van Rome: er is een limiet voor een economische groei
Rapport limits to growth: legt het verband tussen economische groei en de gevolgen hiervan voor
het milieu
5 kritische factoren van limits to growth:
1. Bevolkingsgroei
2. Industrialisatie
3. Voedselproductie
4. Uitputting natuurlijke hulpbronnen
5. Vervuiling
o 5 kritische factoren moeten volgens club van Rome allemaal aangepakt worden en hangen
allemaal nauw samen
Bevolkingsgroei zorgt voor meer productie en is er ook meer voedsel nodig waardoor
natuurlijke hulpbronnen uitgeput worden (gas). De productie zorgt voor een berg met
vervuiling
Model meadows: ruimte-tijdgrafiek -> hoeveel mensen vooruitkijken naar eigen toekomst
,1980:
- Tijdperk van economische groei
- Reductie armoede ontwikkelingslanden
- Hulpbronnen veiligstellen
Westerse landen hebben grootste schuld aan armoede en vervuilde ontwikkelingslanden,
want zij laten producten produceren in ontwikkelingslanden. Als de dat niet doen is er
minder vieze uitstoot in de oosterse landen
1987 rapport Brundtland: er is een relatie tussen milieuproblemen en economie
Conclusie: welvaart helpen en daarna pas de milieuproblemen aanpassen
Duurzame ontwikkeling= een ontwikkeling die tegemoet aan de noden van het heden,
zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien in het
gedrang te brengen
Jaren 90 elkington: Tripple botom line
o Hij vond dat mensen na moesten denken over people, planet en profit waarbij eerst
nagedacht moet worden over de mens, dan de planeet en dan profit.
- People: sociaal beleid
- Planet: ecologisch beleid
- Profit: economisch beleid
Tripple bottom line= balans creëren tussen people, planet en profit. Als je balans gecreëerd
hebt, ben je maatschappelijk verantwoord bezig.
Jaren 00 ketenperspectief: je kijkt niet alleen naar je eigen bedrijf, maar ook naar de meso omgeving
(publieksgroepen:leveranciers)
LESWEEK 2
Waarden= opvattingen over wat belangrijk en nastrevenswaardig is (trouw, geluk)
Intrinsieke waarde:
- Zijn doel in zichzelf
- Verwijzen niet naar een andere, hogere waarde
Instrumentele waarde:
- Geen doel in zichzelf
- Staan in dienst van andere, hogere waarde
, Waardenconflict= twee of meer waarden die nagestreefd worden, maar niet tegelijkertijd
gerealiseerd kunnen worden
Vb: vrijheid en trouw. Wat kies je?
Normen= verwachtingen van het gedrag van mensen (niet stelen en niet liegen)
3 soorten normen:
1. Relationeel (directe omgang met mensen, persoonlijke relatie)
2. Professioneel (uitoefening beroep)
3. Publiek (gedrag t.o.v. de samenleving)
Moraal= je sterk houden aan je normen en waarden
je mag niet stelen, ook al heb je honger, blijf je je nog steeds aan je normen en waarden
houden
Ethiek= nadenken over goed handelen waarbij de vraag naar wat goed is om te doen in
concrete situaties centraal
Optiek= manier waarop je naar de werkelijkheid kijkt
Voorbeelden optieken:
- Economische optiek
- Juridische optiek
- Management optiek
Verantwoordelijkheid nemen:
- Een bepaalde plicht/ taak om voor iets of iemand te zorgen
- Soms wel, soms niet geformaliseerd.
- Vooral gericht op handelen nu en in de toekomst.
Verantwoordelijkheid toekennen:
- Persoonlijk (bijvoorbeeld bij een auto-ongeluk)
- Groepsverantwoordelijkheid (bijvoorbeeld een groep supporters)
- Combinatie, beroeps- en bedrijfsverantwoordelijkheid
Voorwaarden voor verantwoordelijkheid:
- Vrijheid van handelen: er zijn gedragsalternatieven en je hebt iets te kiezen.
- Kennis hebben van een bepaalde zaak.
- Over vermogens en vaardigheden beschikken om invloed uit te kunnen oefenen.
Drogredenen= ongeldige argumenten waarbij je je verantwoordelijkheid ontloopt
Verantwoordelijkheid ontlopen: ‘drogredeneringen’
- Beroep doen op de ‘feiten’.
- Beroep doen op het subjectieve karakter van waarden en normen.
- Wijzen op culturele verschillen.
- Wijzen op de legaliteit (wetten) van de daad.
- Wijzen op economische of strategische voordelen.
- Wijzen op de hiërarchische kaders waarbinnen de daad plaats vond.
- Wijzen op de onwetendheid van de betrokkene (klanten?).
LESWEEK 3
LESWEEK1
MVO= winst maken op een verantwoord maatschappelijke manier met aandacht voor milieu
en sociaalethiek.
NGO’s= niet overheidsinstanties die een maatschappelijk doel hebben en geen winst
nastreven
Kwamen op in de jaren 70. Bedrijven vonden NGO’s eerder lastig en waren niet bereid om de
standpunten van deze organisaties over te nemen
Redenen opkomst NGO’s in de jaren 70:
- Economische groei in de westerse samenleving waarbij steeds meer kwesties naar boven
kwamen
- Grote mate van culturele mobiliteit
Limits to growth- club van Rome= particuliere stichting opgericht door Europese
wetenschappers om hun bezorgdheid over de toekomst van de wereld kenbaar te maken
Conclusie club van Rome: er is een limiet voor een economische groei
Rapport limits to growth: legt het verband tussen economische groei en de gevolgen hiervan voor
het milieu
5 kritische factoren van limits to growth:
1. Bevolkingsgroei
2. Industrialisatie
3. Voedselproductie
4. Uitputting natuurlijke hulpbronnen
5. Vervuiling
o 5 kritische factoren moeten volgens club van Rome allemaal aangepakt worden en hangen
allemaal nauw samen
Bevolkingsgroei zorgt voor meer productie en is er ook meer voedsel nodig waardoor
natuurlijke hulpbronnen uitgeput worden (gas). De productie zorgt voor een berg met
vervuiling
Model meadows: ruimte-tijdgrafiek -> hoeveel mensen vooruitkijken naar eigen toekomst
,1980:
- Tijdperk van economische groei
- Reductie armoede ontwikkelingslanden
- Hulpbronnen veiligstellen
Westerse landen hebben grootste schuld aan armoede en vervuilde ontwikkelingslanden,
want zij laten producten produceren in ontwikkelingslanden. Als de dat niet doen is er
minder vieze uitstoot in de oosterse landen
1987 rapport Brundtland: er is een relatie tussen milieuproblemen en economie
Conclusie: welvaart helpen en daarna pas de milieuproblemen aanpassen
Duurzame ontwikkeling= een ontwikkeling die tegemoet aan de noden van het heden,
zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien in het
gedrang te brengen
Jaren 90 elkington: Tripple botom line
o Hij vond dat mensen na moesten denken over people, planet en profit waarbij eerst
nagedacht moet worden over de mens, dan de planeet en dan profit.
- People: sociaal beleid
- Planet: ecologisch beleid
- Profit: economisch beleid
Tripple bottom line= balans creëren tussen people, planet en profit. Als je balans gecreëerd
hebt, ben je maatschappelijk verantwoord bezig.
Jaren 00 ketenperspectief: je kijkt niet alleen naar je eigen bedrijf, maar ook naar de meso omgeving
(publieksgroepen:leveranciers)
LESWEEK 2
Waarden= opvattingen over wat belangrijk en nastrevenswaardig is (trouw, geluk)
Intrinsieke waarde:
- Zijn doel in zichzelf
- Verwijzen niet naar een andere, hogere waarde
Instrumentele waarde:
- Geen doel in zichzelf
- Staan in dienst van andere, hogere waarde
, Waardenconflict= twee of meer waarden die nagestreefd worden, maar niet tegelijkertijd
gerealiseerd kunnen worden
Vb: vrijheid en trouw. Wat kies je?
Normen= verwachtingen van het gedrag van mensen (niet stelen en niet liegen)
3 soorten normen:
1. Relationeel (directe omgang met mensen, persoonlijke relatie)
2. Professioneel (uitoefening beroep)
3. Publiek (gedrag t.o.v. de samenleving)
Moraal= je sterk houden aan je normen en waarden
je mag niet stelen, ook al heb je honger, blijf je je nog steeds aan je normen en waarden
houden
Ethiek= nadenken over goed handelen waarbij de vraag naar wat goed is om te doen in
concrete situaties centraal
Optiek= manier waarop je naar de werkelijkheid kijkt
Voorbeelden optieken:
- Economische optiek
- Juridische optiek
- Management optiek
Verantwoordelijkheid nemen:
- Een bepaalde plicht/ taak om voor iets of iemand te zorgen
- Soms wel, soms niet geformaliseerd.
- Vooral gericht op handelen nu en in de toekomst.
Verantwoordelijkheid toekennen:
- Persoonlijk (bijvoorbeeld bij een auto-ongeluk)
- Groepsverantwoordelijkheid (bijvoorbeeld een groep supporters)
- Combinatie, beroeps- en bedrijfsverantwoordelijkheid
Voorwaarden voor verantwoordelijkheid:
- Vrijheid van handelen: er zijn gedragsalternatieven en je hebt iets te kiezen.
- Kennis hebben van een bepaalde zaak.
- Over vermogens en vaardigheden beschikken om invloed uit te kunnen oefenen.
Drogredenen= ongeldige argumenten waarbij je je verantwoordelijkheid ontloopt
Verantwoordelijkheid ontlopen: ‘drogredeneringen’
- Beroep doen op de ‘feiten’.
- Beroep doen op het subjectieve karakter van waarden en normen.
- Wijzen op culturele verschillen.
- Wijzen op de legaliteit (wetten) van de daad.
- Wijzen op economische of strategische voordelen.
- Wijzen op de hiërarchische kaders waarbinnen de daad plaats vond.
- Wijzen op de onwetendheid van de betrokkene (klanten?).
LESWEEK 3