College 1 Algemene Economie
BBP – Bruto binnenlands product. Veel dingen hebben effect op BBP.
Follow the money → Goeie site voor het vinden van de artikelen. (FD, NRC, Tegenlicht, De
correspondent).
Beursspel.iex.nl
Rente → Prijs van geld. Risico inschatting, inflatie correctie, winst maken.
Wanneer je loon minder stijgt dan de inflatie dan daalt je koopkracht.
Bruto binnenlands product: Hoeveel toegevoegde waarde er totaal geïnvesteerd wordt (er wordt
ingekocht in China en weer verkocht).
Kapitalisme/markteconomie → Adam Smith
Communisme/planeconomie → Karl Marx
Verschuiving van de curve is dat de lijn zelf verplaatst.
Verschuiving langs de curve is dat het punt op de lijn verplaatst.
Prijselasticiteit → Als de prijs om hoog gaat hoeveel wordt er dan meer of minder gevraagd.
%verschil vraag / %verschil prijs = prijs elasticiteit
Voorbeeld: q = -2p + 600
Prijs 1 % = hoeveelheid 398
-0.5% / 1% = -0.5
Prijs van 200.
Q = -2*200 + 600
Q = 200
Q = -2*202 + 600
Q = 196
Verschil in vraag = (196/200)-1 = -0.02 → Ofwel -2%
Verschil in prijs = (202/200)-1 = 0.01 → Ofwel 1%
Prijs elasticiteit van de vraag = -2% / 1% = -2
Prijs elasticiteit van de vraag is vaak negatief omdat er minder vraag is er als een product duurder
wordt.
, Prijs elasticiteit van het aanbod is vaak positief omdat het aanbod hoger wordt als de prijs duurder
wordt.
Kruislingse elasticiteit: Als je prijs van Y stijgt dan stijgt de vraag naar X
%verschil vraag X / %verschil prijs Y
< 0: Complementaire goederen.
> 0: Substitutie goederen.
= 0: Zelfstandige goederen.
Inkomens elasticiteit
%verschil vraag / %verschil inkomen
Ey < 0: Inferieure goederen.
0 <Ey < 1: Normale goederen.
Ey > 1: luxe goederen.
Minimum prijs = Prijs ligt hoog. De prijs mag niet lager liggen dan…. (Sigaretten)(Hierbij is de
bedoeling dat de vraag afneemt)
Maximum prijs = Prijs ligt laag. De prijs mag niet hoger liggen dan…. (Melk)
Consumenten surplus → Links boven → verschil tussen de betalingsbereidheid en de werkelijke prijs
Producenten surplus → Links onder → Verschil tussen wat de verkoper wil krijgen en wat hij
werkelijk krijgt.
Rechts van surplus is welvaartsverlies
MK → Kosten die je maakt voor elk extra product dat je maakt. (Curve die naar beneden en weer
omhoog gaat) (Marginale kosten)
GTK → gebogen lijn (Vaste kosten + variabele kosten)
VK → Meer gebogen lijn
BBP – Bruto binnenlands product. Veel dingen hebben effect op BBP.
Follow the money → Goeie site voor het vinden van de artikelen. (FD, NRC, Tegenlicht, De
correspondent).
Beursspel.iex.nl
Rente → Prijs van geld. Risico inschatting, inflatie correctie, winst maken.
Wanneer je loon minder stijgt dan de inflatie dan daalt je koopkracht.
Bruto binnenlands product: Hoeveel toegevoegde waarde er totaal geïnvesteerd wordt (er wordt
ingekocht in China en weer verkocht).
Kapitalisme/markteconomie → Adam Smith
Communisme/planeconomie → Karl Marx
Verschuiving van de curve is dat de lijn zelf verplaatst.
Verschuiving langs de curve is dat het punt op de lijn verplaatst.
Prijselasticiteit → Als de prijs om hoog gaat hoeveel wordt er dan meer of minder gevraagd.
%verschil vraag / %verschil prijs = prijs elasticiteit
Voorbeeld: q = -2p + 600
Prijs 1 % = hoeveelheid 398
-0.5% / 1% = -0.5
Prijs van 200.
Q = -2*200 + 600
Q = 200
Q = -2*202 + 600
Q = 196
Verschil in vraag = (196/200)-1 = -0.02 → Ofwel -2%
Verschil in prijs = (202/200)-1 = 0.01 → Ofwel 1%
Prijs elasticiteit van de vraag = -2% / 1% = -2
Prijs elasticiteit van de vraag is vaak negatief omdat er minder vraag is er als een product duurder
wordt.
, Prijs elasticiteit van het aanbod is vaak positief omdat het aanbod hoger wordt als de prijs duurder
wordt.
Kruislingse elasticiteit: Als je prijs van Y stijgt dan stijgt de vraag naar X
%verschil vraag X / %verschil prijs Y
< 0: Complementaire goederen.
> 0: Substitutie goederen.
= 0: Zelfstandige goederen.
Inkomens elasticiteit
%verschil vraag / %verschil inkomen
Ey < 0: Inferieure goederen.
0 <Ey < 1: Normale goederen.
Ey > 1: luxe goederen.
Minimum prijs = Prijs ligt hoog. De prijs mag niet lager liggen dan…. (Sigaretten)(Hierbij is de
bedoeling dat de vraag afneemt)
Maximum prijs = Prijs ligt laag. De prijs mag niet hoger liggen dan…. (Melk)
Consumenten surplus → Links boven → verschil tussen de betalingsbereidheid en de werkelijke prijs
Producenten surplus → Links onder → Verschil tussen wat de verkoper wil krijgen en wat hij
werkelijk krijgt.
Rechts van surplus is welvaartsverlies
MK → Kosten die je maakt voor elk extra product dat je maakt. (Curve die naar beneden en weer
omhoog gaat) (Marginale kosten)
GTK → gebogen lijn (Vaste kosten + variabele kosten)
VK → Meer gebogen lijn