Hoofdstuk 1 – Beroepsmatige confrontaties met verlies:
praktisch overzicht
1.1 Inleiding
Hoewel iedereen geregeld met verlies te maken heeft, is het soms erg moeilijk
met verlies om te gaan. Dat geldt niet alleen voor de verwerking van een
persoonlijk verlies, maar ook voor het omgaan met verlies dat een ander lijdt.
Ongewild kun je als beroepskracht het leed van de ander vergroten.
1.2 De lege handen van de beroepskracht
Om uiteenlopende redenen kun je als beroepskracht in je werk worden
geconfronteerd met mensen die verlies ondervinden. Hoewel je als beroepskracht
hebt leren omgaan met de gevoelens van onmacht die hierbij optreden, kun je
jezelf en je doelgroep onbedoeld ernstig tekortdoen. Beroepskrachten kunnen
door de onherstelbaarheid van een verlies onmacht ervaren, zoals:
- Arts
- Verpleegkundige
- Politieagent
- Maatschappelijk werkeer
- Personeelsconsulent
- Uitvaartondernemer en uitvaartleider
- Rouwtherapeut
- Inrichtingswerker
- Ouderenwerker
- Vrandweerman
- Vrijwilliger
- Onderwijsgevende
- Telefonist van 112
- Arbeidsdeskundige
- Creatief therapuet
- Leerkracht
De onmachtgevoelens die een beroepskracht ervaart, kunnen voortkomen uit het
overslaan van de onmacht van de betrokkenen op de beroepskracht. Aan het
verlies dat de ander ondervindt, is feitelijk niets te doen. Ook als beroepskracht
ben je machteloos. Het onvermogen om vanuit je beroep iets op te lossen, kan je
het gevoel geven dat je faalt als beroepskracht.
1.3 De beroepsmatige confrontatie met verlies
1.3.1 De verschillende beroepsgroepen
Artsen, verpleegkundigen
Artsen en verpleegkundigen worden in hun werk vaak geconfronteerd met
patiënten die verlies ervaren. Voor de arts in opleiding is het gedrag van de
mentor het voorbeeld, artsen leren niet over verlies. Dit gedrag is een continue
en belangrijke bron van informatie over hoe kan worden omgegaan met verlies.
Hooguit wordt aangestipt hoe artsen kunnen omgaan met stervenden en worden
enige communicatieve vaardigheden geoefend.
Maatschappelijk werkers
Maatschappelijk werkers komen in aanraking met mensen die hulp van derden
nodig hebben bij hun worsteling met een breed scala van verliessituaties. Er
wordt nogal eens gesteld dat ‘verlies’ op allerelei plaatsen in de opleiding tot
, maatschappelijk werk aan de onder komt. Toch wordt er minder aandacht aan
besteed.
Politie, brandweer, ambulancedienst
Politiemensen, brandweerlieden en medewerkers van een ambulancedienst
worden vaak geconfronteerd met schokkende gebeurtenissen. Voor de omgang
met nabestaanden worden steeds meer handreikingen gedaan in de vorm van
cursuswerk en samenwerking met slachtofferhulp.
Theologen, pastoraal werkers
Theologen en pastoraal werkers die geestelijke bijstand verlenen aan mensen die
met allerlei levensproblematiek worstelen, hebben vaak contact met mensen die
verliesgebeurtenissen moeten verwerken. Er zijn geen gegevens bekend over de
aandacht hiervoor.
Leerkrachten
Aangezien verlieservaringen de basis vormen voor het omgaan met verlies op
latere leeftijd, is de bijdrage van de leerkracht van groot belang. Er komt steeds
meer aandacht voor het leren omgaan van kinderen met verlies.
Jeugdhulpverleners, inrichtingswerkers
Jeugdhulpverleners en inrichtingswerkers komen zeer diverse vormen van verlies
tegen. Enkele opleidingen voor SPH hebben een specifieke verlieskundemodule.
Uitvaartwezen
Werknemers in crematoria en in het uyitvaartwezen hebben dagelijks contact
met mensen die een dierbare zijn verloren. Er wordt tegenwoordig meer
aandacht aan besteed om de mensen die hier werken te ondersteunen. Dit is
namelijk een baan met een zware geestelijke belasting.
Journalisten
Journalisten komen in hun werk in aanraking met mensen die verlies
odnervinden. Bij de uitoefening van hun beroep kunne zij niet om de treurige
omstandigheden heen waarin burgers zich veelal bevinden en ook niet om de
eigen reacties op de gruwelijke situaties waarmee zij worden geconfronteerd.
Het taboe rondom dood, verlies en emoties verdwijnt langzaam omdat hier
steeds meer aandacht voor komt.
1.3.2 De reactivering van eigen oud zeer
De confrontatie met verlies van anderen kan bij de beroepskracht eigen oud zeer
naar boven brengen. Parallel aan de cliënt kan de beroepskracht zich kwetsbaar
voelen. Dit parallelproces noemen we ook wel de reactivering van eigen
emotioneel materiaal. Het is onmogelijk in het algemeen te voorspellen welke
elementen uit de confrontatie met verlies van anderen de beroepskracht zelf
zullen raken. Dit kan leiden tot een vorm van tegenoverdracht. Bij
tegenoverdracht worden ongewerkte gevoelens en gedachten die horen bij een
belangrijk persoon uit het eigen verleden van de beroepskracht, geprojecteerd op
de cliënt die in een bepaald opzicht aan die persoon doet denken.
1.3.2 Overlevingspatronen
De beroepskracht kan zich in de confrontatie met dood, verlies en emotionaliteit
zo onthand voelen dat hij zich afvraagt hoe hij zich staaande kan houden in die
situatie. Als hij op zichxzelf wordt teruggeworpen, kunnen bij de beroepskracht