Begrippenlijst chroniciteit en
complexiteit jaar 3
Inhoud
Week 1: Thema week interprofessioneel samenwerken........................................................................2
Week 2: Jeanette....................................................................................................................................2
Week 3: Corine.......................................................................................................................................3
Week 4: Karima......................................................................................................................................4
Week 5: Pieter........................................................................................................................................5
Week 6: Mevrouw de Groot...................................................................................................................8
Week 7: Dhr. Boretti...............................................................................................................................9
Week 8: Mevrouw ten Cate..................................................................................................................11
Week 9: Tim..........................................................................................................................................13
Week 10: Dhr. Coenders.......................................................................................................................14
, Week 1: Thema week interprofessioneel samenwerken
4D model = instrument om een overzicht te krijgen van een patiënt aan de hand van 4 onderwerpen
wat een mens vormt: lichaam, maatschappelijk, geest en sociaal.
Positieve gezondheidsmodel = Positieve Gezondheid is een bredere kijk op gezondheid, uitgewerkt
in zes dimensies. Met die bredere benadering draag je bij aan het vermogen van mensen om met de
fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Én om zo veel mogelijk eigen
regie te voeren. De componenten zijn: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit
van leven, meedoen en dagelijks functioneren.
Week 2: Jeanette
Capaciteit = vermogen / kracht / cardiovasculair
Capability = hoe je iemand capabel maakt om een doel te halen. Bijvoorbeeld: hoe wordt je minder
moe, terwijl er een goede saturatie is.
HOAC II = hypothesis-Oriental Algorithm for Clinicals. Het is een stappenplan terwijl je een patiënt in
behandeling hebt.
PIP’s = door patiënt geïdentificeerde problemen
NPIP’s = door andere geïdentificeerde problemen, denk hierbij aan familie of andere zorgverleners.
Burden of diseas = ziektelast. Hoeveel gezondheidsverlies in een populatie door ziekte. Uitgedrukt in
DALY.
DALY = Disability Adjusted Life Years. Het kwantificeerd gezondheidsverlies en is opgebouwd uit 2
componenten: Het aantal verloren levensjaren (door vroege sterfte) en het aantal jaar geleefd met
gezondheidsproblemen.
Cure = hoe ouder je wordt, hoe erger de pathologie. Kwaliteit van leven neemt toe
Care = alleen gericht op kwaliteit van leven in terminale fase. Zorgen voor gevolgen van de
aandoening.
Zelfregie = zelf bepalen. Wat wil ik?
Eigen kracht = zelf kunnen. Wat kan ik?
Zelfredzaamheid = zelfstandig me kunnen doen. Is compensatie mogelijke?
Eigen verantwoordelijkheid = zelf moeten of mogen. Wat moet of mag ik zelf doen?
SOFA-model = Het SOFA-model beschrijft de verschillende rollen die mantelzorgers vervullen en de
werkzaamheden van medewerkers die daarbij passen. De 4 rollen van een mantelzorger zijn
samenwerken, ondersteunen, faciliteren en afstemmen
complexiteit jaar 3
Inhoud
Week 1: Thema week interprofessioneel samenwerken........................................................................2
Week 2: Jeanette....................................................................................................................................2
Week 3: Corine.......................................................................................................................................3
Week 4: Karima......................................................................................................................................4
Week 5: Pieter........................................................................................................................................5
Week 6: Mevrouw de Groot...................................................................................................................8
Week 7: Dhr. Boretti...............................................................................................................................9
Week 8: Mevrouw ten Cate..................................................................................................................11
Week 9: Tim..........................................................................................................................................13
Week 10: Dhr. Coenders.......................................................................................................................14
, Week 1: Thema week interprofessioneel samenwerken
4D model = instrument om een overzicht te krijgen van een patiënt aan de hand van 4 onderwerpen
wat een mens vormt: lichaam, maatschappelijk, geest en sociaal.
Positieve gezondheidsmodel = Positieve Gezondheid is een bredere kijk op gezondheid, uitgewerkt
in zes dimensies. Met die bredere benadering draag je bij aan het vermogen van mensen om met de
fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Én om zo veel mogelijk eigen
regie te voeren. De componenten zijn: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit
van leven, meedoen en dagelijks functioneren.
Week 2: Jeanette
Capaciteit = vermogen / kracht / cardiovasculair
Capability = hoe je iemand capabel maakt om een doel te halen. Bijvoorbeeld: hoe wordt je minder
moe, terwijl er een goede saturatie is.
HOAC II = hypothesis-Oriental Algorithm for Clinicals. Het is een stappenplan terwijl je een patiënt in
behandeling hebt.
PIP’s = door patiënt geïdentificeerde problemen
NPIP’s = door andere geïdentificeerde problemen, denk hierbij aan familie of andere zorgverleners.
Burden of diseas = ziektelast. Hoeveel gezondheidsverlies in een populatie door ziekte. Uitgedrukt in
DALY.
DALY = Disability Adjusted Life Years. Het kwantificeerd gezondheidsverlies en is opgebouwd uit 2
componenten: Het aantal verloren levensjaren (door vroege sterfte) en het aantal jaar geleefd met
gezondheidsproblemen.
Cure = hoe ouder je wordt, hoe erger de pathologie. Kwaliteit van leven neemt toe
Care = alleen gericht op kwaliteit van leven in terminale fase. Zorgen voor gevolgen van de
aandoening.
Zelfregie = zelf bepalen. Wat wil ik?
Eigen kracht = zelf kunnen. Wat kan ik?
Zelfredzaamheid = zelfstandig me kunnen doen. Is compensatie mogelijke?
Eigen verantwoordelijkheid = zelf moeten of mogen. Wat moet of mag ik zelf doen?
SOFA-model = Het SOFA-model beschrijft de verschillende rollen die mantelzorgers vervullen en de
werkzaamheden van medewerkers die daarbij passen. De 4 rollen van een mantelzorger zijn
samenwerken, ondersteunen, faciliteren en afstemmen