1 Groepsdynamica tussen psychologie en sociologie
1.5 De groepen
De socioloog
Cooleymaakte al in 1902 een onderscheid tussen groepen. Daarbij worden primaire
groepen
volgens hem vooral gekenmerkt door persoonlijke en intieme relaties in directe contactsituaties en
secondaire groepenvooral door koele, onpersoonlijke, rationele en formele relaties.
3.2 Wat kenmerkt een groep: inleiding
Directe contactsituatie
“
Een verzameling individuen die een bepaalde context meer interactie met elkaar hebben dan met andere
”
daarbuiten. (Sprott 1958 ). Volgens Sprot zijn en
interactie context
de twee bepalende hoofdelementen.
Groepsbewustzijn
Leden zijn zich bewust van hun lidmaatschap. En als een aantal mensen zichzelf als eenheid waarneemt en
die de macht heeft om gezamenlijk tegenover de omgeving te handelen.
Groepsaspecten van Shaw (1971): wat kenmerkt een groep
- motivatie : belangen en of behoeftes
- doelstellingen : bereiken van doel levert positieve ervaring op
- structuur: zoals rollen, normen, statusaspecten
- interdependentie : wederzijdse betrokkenheid
- interactie: verbale interactie, lichamelijke en of emotioneel interactie
Groepstypen
- primaire en secundaire groepen (Cooley - 1902)
- formele en informele groepen
- sociogroepen (alleen in naam een lid) en psychegroup (affectieve verbinding)
- lidmaatschap en referentiegroepen
- ingroup en outgroup: wie bij ons hoort en de anderen
3.10 Primaire en secundaire groepen
Primaire
groepen worden gekenmerkt door persoonlijke, intieme relaties in directe contactsituaties en
door spontaan gedrag.
Secondaire groepen
zijn de relaties koele, onpersoonlijke, rationele en formeel.
3.11 Psychegroepen en sociogroepen
In een
psychegroupoverheersen de affectieve bindingen, vaak van de persoonlijke aard. In sociogroepen
overheersen de zakelijke en maatschappelijke relaties (daar overheerst her rationele element).
3.12 Informele en formele groepen
Binnen
informele
groepen blijven de doel, rollen en normen vaag en impliciet. Informele groepen zijn
autonoom omdat ze hun eigen activiteiten kunnen bepalen en vrij zijn van organisatorische beperkingen.
Formele groepen zijn in hoge mate georganiseerd door hun werk- of taakorganisatie. Deze groepen zijn
niet autonoom en in het lidmaatschap spelen veel onvrijwillige factoren mee.
, 3.13 Lidmaatschapsgroepen en referentiegroepen
Een
lidmaatschapsgroep is een groep waartoe je formeel behoort alleen in naam (nominaal).
Referentiegroepenzijn groepen waarin het individu echt als persoon participeert.
3.14 Ingroup en outgroep
De ingroup is de wij-groep en de outgroup is de zij-groep.
3.15 Samenvatting van groepstypen
Twee rode draden binnen de groepsdynamica
Thema lidmaatschap : waarom wordt je lid, wat definieert de groep en jouw betrokkenheid (belangen en
behoeftes)
Thema “taak versus proces”: het doel en of interactie definieert jouw lidmaatschap bij groep (verhouding
taak/sociaal-emotionele betrokkenheid).
4 Niveaus in groepen
De taakniveau kan opgedeeld worden in twee niveaus: het inhoudsniveauen het procedureniveau . Het
inhoudsniveau betreft alle gedrag waarmee de groep werkt aan de doelstelling en de taak (wat). Het
procedureniveau verwijst naar hoede groep aan de taak werkt.
De sociaal-emotionele niveau is ook op te delen in twee niveaus: het interactie niveau
en het
bestaansniveau . Interactie niveau verwijst naar groepsprocessen en dus naar wat er tussende
groepsleden gebeurt. Het bestaansniveau verwijst naar het individuele proces en naar wat er binnen de
afzonderlijke groepsleden gebeurt. Contextniveau is de invloed die in de groep doorklinken vanuit de
context (omgeving, buiten).
Gelaagdheid van groepsfunctioneren
contextniveau
inhoudsniveau
procedureniveau
interactie niveau
bestaansniveau
4.2 Inhoud en betrekking
Communicatie speelt zich af op verscheidene niveaus en communicatie is belangrijk aan betekenis verliest
door slechts aandacht te hebben voor één niveau. Het inhoudsniveau betreft de informatie, de inhoud en
het bericht. Op
betrekkingsniveauwordt aangegeven hoe de inhoud moet worden opgevat door degene
wie die bestemd is. Op het betrekkingsniveau geeft de zender tegelijk aan hoe hij zijn
relatie
tot de
ontvanger definieert
.
1.5 De groepen
De socioloog
Cooleymaakte al in 1902 een onderscheid tussen groepen. Daarbij worden primaire
groepen
volgens hem vooral gekenmerkt door persoonlijke en intieme relaties in directe contactsituaties en
secondaire groepenvooral door koele, onpersoonlijke, rationele en formele relaties.
3.2 Wat kenmerkt een groep: inleiding
Directe contactsituatie
“
Een verzameling individuen die een bepaalde context meer interactie met elkaar hebben dan met andere
”
daarbuiten. (Sprott 1958 ). Volgens Sprot zijn en
interactie context
de twee bepalende hoofdelementen.
Groepsbewustzijn
Leden zijn zich bewust van hun lidmaatschap. En als een aantal mensen zichzelf als eenheid waarneemt en
die de macht heeft om gezamenlijk tegenover de omgeving te handelen.
Groepsaspecten van Shaw (1971): wat kenmerkt een groep
- motivatie : belangen en of behoeftes
- doelstellingen : bereiken van doel levert positieve ervaring op
- structuur: zoals rollen, normen, statusaspecten
- interdependentie : wederzijdse betrokkenheid
- interactie: verbale interactie, lichamelijke en of emotioneel interactie
Groepstypen
- primaire en secundaire groepen (Cooley - 1902)
- formele en informele groepen
- sociogroepen (alleen in naam een lid) en psychegroup (affectieve verbinding)
- lidmaatschap en referentiegroepen
- ingroup en outgroup: wie bij ons hoort en de anderen
3.10 Primaire en secundaire groepen
Primaire
groepen worden gekenmerkt door persoonlijke, intieme relaties in directe contactsituaties en
door spontaan gedrag.
Secondaire groepen
zijn de relaties koele, onpersoonlijke, rationele en formeel.
3.11 Psychegroepen en sociogroepen
In een
psychegroupoverheersen de affectieve bindingen, vaak van de persoonlijke aard. In sociogroepen
overheersen de zakelijke en maatschappelijke relaties (daar overheerst her rationele element).
3.12 Informele en formele groepen
Binnen
informele
groepen blijven de doel, rollen en normen vaag en impliciet. Informele groepen zijn
autonoom omdat ze hun eigen activiteiten kunnen bepalen en vrij zijn van organisatorische beperkingen.
Formele groepen zijn in hoge mate georganiseerd door hun werk- of taakorganisatie. Deze groepen zijn
niet autonoom en in het lidmaatschap spelen veel onvrijwillige factoren mee.
, 3.13 Lidmaatschapsgroepen en referentiegroepen
Een
lidmaatschapsgroep is een groep waartoe je formeel behoort alleen in naam (nominaal).
Referentiegroepenzijn groepen waarin het individu echt als persoon participeert.
3.14 Ingroup en outgroep
De ingroup is de wij-groep en de outgroup is de zij-groep.
3.15 Samenvatting van groepstypen
Twee rode draden binnen de groepsdynamica
Thema lidmaatschap : waarom wordt je lid, wat definieert de groep en jouw betrokkenheid (belangen en
behoeftes)
Thema “taak versus proces”: het doel en of interactie definieert jouw lidmaatschap bij groep (verhouding
taak/sociaal-emotionele betrokkenheid).
4 Niveaus in groepen
De taakniveau kan opgedeeld worden in twee niveaus: het inhoudsniveauen het procedureniveau . Het
inhoudsniveau betreft alle gedrag waarmee de groep werkt aan de doelstelling en de taak (wat). Het
procedureniveau verwijst naar hoede groep aan de taak werkt.
De sociaal-emotionele niveau is ook op te delen in twee niveaus: het interactie niveau
en het
bestaansniveau . Interactie niveau verwijst naar groepsprocessen en dus naar wat er tussende
groepsleden gebeurt. Het bestaansniveau verwijst naar het individuele proces en naar wat er binnen de
afzonderlijke groepsleden gebeurt. Contextniveau is de invloed die in de groep doorklinken vanuit de
context (omgeving, buiten).
Gelaagdheid van groepsfunctioneren
contextniveau
inhoudsniveau
procedureniveau
interactie niveau
bestaansniveau
4.2 Inhoud en betrekking
Communicatie speelt zich af op verscheidene niveaus en communicatie is belangrijk aan betekenis verliest
door slechts aandacht te hebben voor één niveau. Het inhoudsniveau betreft de informatie, de inhoud en
het bericht. Op
betrekkingsniveauwordt aangegeven hoe de inhoud moet worden opgevat door degene
wie die bestemd is. Op het betrekkingsniveau geeft de zender tegelijk aan hoe hij zijn
relatie
tot de
ontvanger definieert
.