Zorgweigering
Casus
Als sociaal werker krijg je wel eens te maken met een cliënt die geen zorg wil
aannemen. Soms wordt letterlijk de deur voor je dichtgehouden. Zo loop ik hier
ook tegenaan op mijn werk. Het gaat om een mannelijke cliënt van 33 jaar met
autisme. Hij woont beschermt binnen een instelling voor mensen met sociale en
psychische problematieken. Als leerdoel heeft hij o.a. zijn kamer netjes houden.
Normaal gesproken heeft hij minstens één keer per week zijn vaste
kameronderhoud moment. Wanneer ik op bezoek bij hem was en opmerkte dat
zijn kamer een troep is, bevestigd hij dat zelf ook. Het gaat dan ook om
bijvoorbeeld afval dat op zijn bureau ligt en vieze afwas in de wasbak. Vervolgens
wanneer ik aanbied om te helpen met opruimen en schoonmaken, wil hij dat ik
wegga. Af en toe begon ik uit mezelf een beginnetje te maken om hem te
motiveren om ook op te gaan ruimen. Dit accepteert hij niet en wijst me
vervolgens de deur. Als ik een afspraak met hem maak dat hij het de volgende
keer wel opgeruimd heeft komt hij deze afspraak niet na. Wanneer ik nu aan de
deur kom laat hij me niet altijd meer binnen omdat hij dan aangeeft dat zijn
kamer al een troep is en hij niet wil dat ik kom opruimen. Als hij me binnen laat
en ik een opmerking over zijn kamer maak kan ik de kamer direct verlaten.
In dit ethische dilemma zie ik twee waarden met elkaar botsen. Die waardes zijn
respect en verantwoordelijkheid. Namelijk het respecteren van de cliënt zijn
keuze mijn hulp te weigeren en de verantwoordelijkheid die je als sociaal werker
hebt om ervoor te zorgen dat de cliënt zich in goede leefomstandigheden
bevindt, dus niet in een onhygiënische kamer.
Casus
Als sociaal werker krijg je wel eens te maken met een cliënt die geen zorg wil
aannemen. Soms wordt letterlijk de deur voor je dichtgehouden. Zo loop ik hier
ook tegenaan op mijn werk. Het gaat om een mannelijke cliënt van 33 jaar met
autisme. Hij woont beschermt binnen een instelling voor mensen met sociale en
psychische problematieken. Als leerdoel heeft hij o.a. zijn kamer netjes houden.
Normaal gesproken heeft hij minstens één keer per week zijn vaste
kameronderhoud moment. Wanneer ik op bezoek bij hem was en opmerkte dat
zijn kamer een troep is, bevestigd hij dat zelf ook. Het gaat dan ook om
bijvoorbeeld afval dat op zijn bureau ligt en vieze afwas in de wasbak. Vervolgens
wanneer ik aanbied om te helpen met opruimen en schoonmaken, wil hij dat ik
wegga. Af en toe begon ik uit mezelf een beginnetje te maken om hem te
motiveren om ook op te gaan ruimen. Dit accepteert hij niet en wijst me
vervolgens de deur. Als ik een afspraak met hem maak dat hij het de volgende
keer wel opgeruimd heeft komt hij deze afspraak niet na. Wanneer ik nu aan de
deur kom laat hij me niet altijd meer binnen omdat hij dan aangeeft dat zijn
kamer al een troep is en hij niet wil dat ik kom opruimen. Als hij me binnen laat
en ik een opmerking over zijn kamer maak kan ik de kamer direct verlaten.
In dit ethische dilemma zie ik twee waarden met elkaar botsen. Die waardes zijn
respect en verantwoordelijkheid. Namelijk het respecteren van de cliënt zijn
keuze mijn hulp te weigeren en de verantwoordelijkheid die je als sociaal werker
hebt om ervoor te zorgen dat de cliënt zich in goede leefomstandigheden
bevindt, dus niet in een onhygiënische kamer.