Samenvatting Methoden Reflecteren & Observeren blok 1
Hoofdstuk 2 Reflecteren
Reflecteren = terugblikken op een ervaring (handelen, denken, voelen, willen),
evenals op de context waarin deze plaatsvindt, en deze ervaring in het
bewustzijn brengen, er betekenis aan verlenen en van daaruit keuzes maken
voor nieuwe perspectieven.(leren van je ervaringen door erop terug te blikken)
Reflecteren helpt je als SPH’er om:
x Je beter in te leven in anderen
x Te zien waar jouw verantwoordelijkheid ligt
x Een kritische, onderzoekende houding te ontwikkelen
x Een ethische houding te ontwikkelen
x Weloverwogen keuzes te leren maken
x Jezelf beter te leren kennen, vakmanschap te vergroten
3 subdoelen van reflecteren Westberg en Jason
1. Kennis construeren:
verborgen kennis ontdekken, tekorten in kennis ontdekken, kennis uit
ene ervaring leren toepassen in andere situatie, nieuwe kennis
integreren in professioneel handelen.
2. Ontwikkelen van adequate attitude en vaardigheden:
beter inleven in anderen, mogelijkheden (beter) leren benutten, meer
verbinden met wat je leert, zelfvertrouwen ontwikkelen, bewuster en
sneller leren, leerdoelen ontdekken, zien waar jouw
verantwoordelijkheid ligt, ontwikkelen kritische en onderzoekende
houding, ontwikkelen ethische houding, afgewogen keuzes leren
maken.
3. Zelfkennis vergroten:
je normen, overtuigingen en vooronderstellingen ontdekken, je
drijfveren leren kennen, je denkpatronen leren kennen, je gevoelens
leren kennen.
Functies van feedback
x Jezelf zien door de ogen van een ander
x Ontdekken wat zichtbaar wordt in je handelen
x Handvatten ontvangen om je handelen bij te stellen
x Sneller, efficiënter en beter leren
Feedback geven (beginnen met situatie omschrijven, daarna pas gevoel)
1. Positief beginnen
2. Ik zie
3. Ik denk / ik vind
4. Ik voel
5. Afsluiting
Als afsluiting kun je gebruiken:
- dat wilde ik je even laten weten
- dat wilde ik graag even zeggen
- begrijp je (dat) ?
, Hoofdstuk 3 Reflectiemodellen
Spiraalmodel van Korthagen
Fase 1: Handelen / ervaren
Het kiezen van een ervaring
Fase 2: Terugblikken
Zo concreet mogelijk de ervaring beschrijven.
Wat waren de omstandigheden? Wat deed, dacht, voelde, wilde je in
die situatie? Wat de ander deed, dacht, voelde, wilde.
Fase 3: Je bewust worden van essentiële aspecten
Verbinding leggen tussen de vragen over jezelf en de ander.
Heeft het invloed op elkaar gehad? En reflecteren.
Fase 4: Alternatieven ontwikkelen en daaruit kiezen
Voordat je actie onderneemt, eerst de alternatieven bekijken en
overweeg je de verschillende elementen uit het gestelde leerdoel.
Daarna maak je een keuze.
Fase 5: Doelgericht uitproberen – ervaren
Doelgericht uitproberen ervan. Dit levert nieuwe ervaringen op die
weer nieuwe onderwerpen van reflectie kunnen worden.
Het spiraalmodel helpt om de fases in het reflecteren te onderscheiden en helpt om
systematisch terug te blikken op ervaringen en er leerdoelen uit te halen.
Hoofdstuk 2 Reflecteren
Reflecteren = terugblikken op een ervaring (handelen, denken, voelen, willen),
evenals op de context waarin deze plaatsvindt, en deze ervaring in het
bewustzijn brengen, er betekenis aan verlenen en van daaruit keuzes maken
voor nieuwe perspectieven.(leren van je ervaringen door erop terug te blikken)
Reflecteren helpt je als SPH’er om:
x Je beter in te leven in anderen
x Te zien waar jouw verantwoordelijkheid ligt
x Een kritische, onderzoekende houding te ontwikkelen
x Een ethische houding te ontwikkelen
x Weloverwogen keuzes te leren maken
x Jezelf beter te leren kennen, vakmanschap te vergroten
3 subdoelen van reflecteren Westberg en Jason
1. Kennis construeren:
verborgen kennis ontdekken, tekorten in kennis ontdekken, kennis uit
ene ervaring leren toepassen in andere situatie, nieuwe kennis
integreren in professioneel handelen.
2. Ontwikkelen van adequate attitude en vaardigheden:
beter inleven in anderen, mogelijkheden (beter) leren benutten, meer
verbinden met wat je leert, zelfvertrouwen ontwikkelen, bewuster en
sneller leren, leerdoelen ontdekken, zien waar jouw
verantwoordelijkheid ligt, ontwikkelen kritische en onderzoekende
houding, ontwikkelen ethische houding, afgewogen keuzes leren
maken.
3. Zelfkennis vergroten:
je normen, overtuigingen en vooronderstellingen ontdekken, je
drijfveren leren kennen, je denkpatronen leren kennen, je gevoelens
leren kennen.
Functies van feedback
x Jezelf zien door de ogen van een ander
x Ontdekken wat zichtbaar wordt in je handelen
x Handvatten ontvangen om je handelen bij te stellen
x Sneller, efficiënter en beter leren
Feedback geven (beginnen met situatie omschrijven, daarna pas gevoel)
1. Positief beginnen
2. Ik zie
3. Ik denk / ik vind
4. Ik voel
5. Afsluiting
Als afsluiting kun je gebruiken:
- dat wilde ik je even laten weten
- dat wilde ik graag even zeggen
- begrijp je (dat) ?
, Hoofdstuk 3 Reflectiemodellen
Spiraalmodel van Korthagen
Fase 1: Handelen / ervaren
Het kiezen van een ervaring
Fase 2: Terugblikken
Zo concreet mogelijk de ervaring beschrijven.
Wat waren de omstandigheden? Wat deed, dacht, voelde, wilde je in
die situatie? Wat de ander deed, dacht, voelde, wilde.
Fase 3: Je bewust worden van essentiële aspecten
Verbinding leggen tussen de vragen over jezelf en de ander.
Heeft het invloed op elkaar gehad? En reflecteren.
Fase 4: Alternatieven ontwikkelen en daaruit kiezen
Voordat je actie onderneemt, eerst de alternatieven bekijken en
overweeg je de verschillende elementen uit het gestelde leerdoel.
Daarna maak je een keuze.
Fase 5: Doelgericht uitproberen – ervaren
Doelgericht uitproberen ervan. Dit levert nieuwe ervaringen op die
weer nieuwe onderwerpen van reflectie kunnen worden.
Het spiraalmodel helpt om de fases in het reflecteren te onderscheiden en helpt om
systematisch terug te blikken op ervaringen en er leerdoelen uit te halen.