Geschiedenis
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1
Paragraaf 1 : Onze kennis over de prehistorie is afhankelijk van ongeschreven bronnen. De naam
voor onderzoek doen naar ongeschreven bronnen is archeologie. De prehistorie duurde tot
ongeveer 3000 vc. Een andere naam voor prehistorie is tijd van jagers en boeren. Door de
bronnen weten we hoe ze leven maar niet hoe ze dachten. Dus weinig van de cultuur.
Mensachtigen die zich onderscheiden van apen leefde in groepen, in een samenleving van jagers
en verzamelaars. Na evoluties bleef er een menssoort over: de moderne mens. Die 200.000 jaar
geleden in Oost-Afrika ontstond. Mannen: jagers en vrouwen: verzamelaars. Het waren nomaden.
Ze gingen ook na denken over kunst. Ze maakte beeldjes ( omstreeks 30.000 vc) en
wandtekeningen. De prehistorische kunst laat zien dat de cultuur van jagers en verzamelaars
ingewikkelder werd. Mensen gingen denken in symbolen.
Paragraaf 2 : Rond 9000 vc ontstond landbouw, Omstreeks 8000 vc ontstond veeteelt. Het
ontstaan van landbouw was een revolutie, de landbouwrevolutie. Het begon ten Oosten van de
Middellandse zee dat vanwege zijn vorm de vruchtbare halvemaan wordt genoemd. Het werd
verspreid door migranten. Een belangrijke oorzaak van de landbouw is de klimaatverandering (
in het Midden-Oosten). Ook in Europa werd het milieu geschikter. Dieren en planten werden
gedomesticeerd. Omstreeks 5000 vc werden dieren ook gebruikt voor bewerking van land. De
landbouwsamenleving ontstond. Mensen trokken niet meer rond maar kregen een sedentaire
leefwijze. Er ontstonden dorpen ( die waren autarkisch/zelfvoorzienend). Rijke boeren hadden
macht en aanzien. Er ontstonden sociale ongelijkheden. Mensen lieten mensen voor zich werken
of werden zelf slaaf. De ongelijkheden kan je zien aan hoe ze begraaft zijn. Ze gaven doden
spullen mee voor in het hiernamaals. Ze geloofden ook in geoden. Er ontstonden rituelen met
dansen zingen en offeren.
Paragraaf 3 : Omstreeks 6500 vc was Catalhoyuk in Turkije met 10.000 inwoners de grootste
nederzetting ter wereld. De bewoners leefde van landbouw dus het was geen stad. Tussen 4000 en
2000 vc werden meer dorpen steden. De eerste steden lagen langs de kust van wegen de
landbouw. Er was een nieuwe samenleving: de landbouwstedelijke samenleving. Steden waren
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1
Paragraaf 1 : Onze kennis over de prehistorie is afhankelijk van ongeschreven bronnen. De naam
voor onderzoek doen naar ongeschreven bronnen is archeologie. De prehistorie duurde tot
ongeveer 3000 vc. Een andere naam voor prehistorie is tijd van jagers en boeren. Door de
bronnen weten we hoe ze leven maar niet hoe ze dachten. Dus weinig van de cultuur.
Mensachtigen die zich onderscheiden van apen leefde in groepen, in een samenleving van jagers
en verzamelaars. Na evoluties bleef er een menssoort over: de moderne mens. Die 200.000 jaar
geleden in Oost-Afrika ontstond. Mannen: jagers en vrouwen: verzamelaars. Het waren nomaden.
Ze gingen ook na denken over kunst. Ze maakte beeldjes ( omstreeks 30.000 vc) en
wandtekeningen. De prehistorische kunst laat zien dat de cultuur van jagers en verzamelaars
ingewikkelder werd. Mensen gingen denken in symbolen.
Paragraaf 2 : Rond 9000 vc ontstond landbouw, Omstreeks 8000 vc ontstond veeteelt. Het
ontstaan van landbouw was een revolutie, de landbouwrevolutie. Het begon ten Oosten van de
Middellandse zee dat vanwege zijn vorm de vruchtbare halvemaan wordt genoemd. Het werd
verspreid door migranten. Een belangrijke oorzaak van de landbouw is de klimaatverandering (
in het Midden-Oosten). Ook in Europa werd het milieu geschikter. Dieren en planten werden
gedomesticeerd. Omstreeks 5000 vc werden dieren ook gebruikt voor bewerking van land. De
landbouwsamenleving ontstond. Mensen trokken niet meer rond maar kregen een sedentaire
leefwijze. Er ontstonden dorpen ( die waren autarkisch/zelfvoorzienend). Rijke boeren hadden
macht en aanzien. Er ontstonden sociale ongelijkheden. Mensen lieten mensen voor zich werken
of werden zelf slaaf. De ongelijkheden kan je zien aan hoe ze begraaft zijn. Ze gaven doden
spullen mee voor in het hiernamaals. Ze geloofden ook in geoden. Er ontstonden rituelen met
dansen zingen en offeren.
Paragraaf 3 : Omstreeks 6500 vc was Catalhoyuk in Turkije met 10.000 inwoners de grootste
nederzetting ter wereld. De bewoners leefde van landbouw dus het was geen stad. Tussen 4000 en
2000 vc werden meer dorpen steden. De eerste steden lagen langs de kust van wegen de
landbouw. Er was een nieuwe samenleving: de landbouwstedelijke samenleving. Steden waren