College 2
Taal is symbolic, rule-governed, gendered, betekenis van woorden zit in mensen,
het effect je kijk op de wereld, het beïnvloed identiteit, credibility, status,
affiliations (voorkeuren), attraction, power, sexisme en racisme.
Woorden zijn arbitraire symbolen, hebben zelf geen mening op zichzelf, alleen in
sociale overeenstemming, zijn denotative and connotative (dood; d = geen
hartslag, c = verlies), kunnen onymous.
Fonologische regels = hoe geluiden combineren tot woorden. Het zorgt voor
de uitspraak.
Syntactic rules = hoe woorden kunnen worden samengesteld om een zin te
maken.
Semantic rules = betekenis van woorden.
Pragmatische regels = interpretatie van een boodschap in de context.
Linguistic relativism = onze wereldkijk (attitudes en normen en waarden)
wordt beïnvloed door de soort taal die wespreken.
- Tweetaligen denken anders bij de ene en andere taal; veel veranderd. Taal en
culturele waarden zij gelinkt met geheugen.
Taal en identiteit
Namen vormen hoe anderen denken over ons, hoe we onszelf zien en hoe we ons
gedragen. Het geeft iemands cultuur aan en SES.
Accent en taalgebruik status, credibility, similarity, affiliation en attraction.
Powerful speech: statements, geen vragen, geen twijfeling, beleefdheidsvormen
en ontkenning.
Luisteren
Mindful, active process that requires attention and reflection (effort). Motivatie
vereist en open-minded (anderen kunnen een ander perspectief hebben). Zo kun
je ook relaties opbouwen, anderen helpen, leren van anderen en gepast
reageren. Dus luisteren is belangrijker dan praten bij interpersoonlijke
communicatie.
Luisteren is moeilijk:
- Effortful: tijd, concentratie en cognitieve inzet.
- Info overload: je kunt niet overal aandacht aan geven.
- Diveded attention/destraction: gedachte en attentie beconcurreren elkaar.
- Speed of toughts vs. speech: capaciteit = 600wpm, maar spreken =
100wpm.
- Noice: fysiek en psychologisch.
Slecht luisteren:
- Stage hogs (conversational narcissism and conterfeit questions)
- Insulated listening
, Onderdelen luisteren:
1. Horen
2. Aandacht voor verbale en nonverbale signalen
3. Begrijpen wat iemand zegt en bedoelt.
4. Onthouden
5. Reageren
Begin altijd met reflective: luisteren, vragen, parafraceren, etc. alleen derective
als de ander er om vraagt: adviseren, evalueren, analyseren, steunen,
empatiseren, etc. Voor derective/evaluative:
- Is het welkom?
- Wil de ander het accepteren?
- Is je respons accuraat?
- Is je advies wel correct? Wat zijn de consequenties?
Self-disclosure
Bestaat uit: breadth and depth.
Verhulling van persoonlijke info kan zorgen voor vriendschap doordat de
mogelijkheden voor identiteit en het tonen van vertrouwen en eerlijkheid zich
voordoet. Succes hiervan hangt af of de ander het ook doet, de timing en de
verwachtingen.
Perceived disclosure voorspelt de relatie tevredenheid meer dan de
daadwerkelijke disclosure.
Voordelen: katharsis, zelf-opheldering, zelf-validatie, wederkerigheid, Indruk
formatie (als de informatie is positief), relatie onderhoud, vermindert
misverstanden.
Risico’s: afwijzing, negatieve indruk, verminderd relatietevredenheid, loss of
influence and control en hurt the other person.
Eerlijkheid is niet de beste manier soms!
OP facebook vooral selfdisclosure bij narisme en need to belong.
Hoorcollege 3 Nonverbaal
93% van een boodschap is nonverbaal, vaak is dit onbewust. Dit is universeel,
maar cultuur heeft invloed. Het is continuous (altijd aanwezig), multi-channelled
en moeiteloos gecodeerd en gecommuniceerd naar een ander.
Het zorgt voor verschillende sociale functies; hand achter rug, hand bovenop bij
handshake is onderdanig. Afstand tot een ander:
- Intimate: < 45cm
- Personal: 45-120cm
- Social: 120-350cm
- Public: >350cm
Taal is symbolic, rule-governed, gendered, betekenis van woorden zit in mensen,
het effect je kijk op de wereld, het beïnvloed identiteit, credibility, status,
affiliations (voorkeuren), attraction, power, sexisme en racisme.
Woorden zijn arbitraire symbolen, hebben zelf geen mening op zichzelf, alleen in
sociale overeenstemming, zijn denotative and connotative (dood; d = geen
hartslag, c = verlies), kunnen onymous.
Fonologische regels = hoe geluiden combineren tot woorden. Het zorgt voor
de uitspraak.
Syntactic rules = hoe woorden kunnen worden samengesteld om een zin te
maken.
Semantic rules = betekenis van woorden.
Pragmatische regels = interpretatie van een boodschap in de context.
Linguistic relativism = onze wereldkijk (attitudes en normen en waarden)
wordt beïnvloed door de soort taal die wespreken.
- Tweetaligen denken anders bij de ene en andere taal; veel veranderd. Taal en
culturele waarden zij gelinkt met geheugen.
Taal en identiteit
Namen vormen hoe anderen denken over ons, hoe we onszelf zien en hoe we ons
gedragen. Het geeft iemands cultuur aan en SES.
Accent en taalgebruik status, credibility, similarity, affiliation en attraction.
Powerful speech: statements, geen vragen, geen twijfeling, beleefdheidsvormen
en ontkenning.
Luisteren
Mindful, active process that requires attention and reflection (effort). Motivatie
vereist en open-minded (anderen kunnen een ander perspectief hebben). Zo kun
je ook relaties opbouwen, anderen helpen, leren van anderen en gepast
reageren. Dus luisteren is belangrijker dan praten bij interpersoonlijke
communicatie.
Luisteren is moeilijk:
- Effortful: tijd, concentratie en cognitieve inzet.
- Info overload: je kunt niet overal aandacht aan geven.
- Diveded attention/destraction: gedachte en attentie beconcurreren elkaar.
- Speed of toughts vs. speech: capaciteit = 600wpm, maar spreken =
100wpm.
- Noice: fysiek en psychologisch.
Slecht luisteren:
- Stage hogs (conversational narcissism and conterfeit questions)
- Insulated listening
, Onderdelen luisteren:
1. Horen
2. Aandacht voor verbale en nonverbale signalen
3. Begrijpen wat iemand zegt en bedoelt.
4. Onthouden
5. Reageren
Begin altijd met reflective: luisteren, vragen, parafraceren, etc. alleen derective
als de ander er om vraagt: adviseren, evalueren, analyseren, steunen,
empatiseren, etc. Voor derective/evaluative:
- Is het welkom?
- Wil de ander het accepteren?
- Is je respons accuraat?
- Is je advies wel correct? Wat zijn de consequenties?
Self-disclosure
Bestaat uit: breadth and depth.
Verhulling van persoonlijke info kan zorgen voor vriendschap doordat de
mogelijkheden voor identiteit en het tonen van vertrouwen en eerlijkheid zich
voordoet. Succes hiervan hangt af of de ander het ook doet, de timing en de
verwachtingen.
Perceived disclosure voorspelt de relatie tevredenheid meer dan de
daadwerkelijke disclosure.
Voordelen: katharsis, zelf-opheldering, zelf-validatie, wederkerigheid, Indruk
formatie (als de informatie is positief), relatie onderhoud, vermindert
misverstanden.
Risico’s: afwijzing, negatieve indruk, verminderd relatietevredenheid, loss of
influence and control en hurt the other person.
Eerlijkheid is niet de beste manier soms!
OP facebook vooral selfdisclosure bij narisme en need to belong.
Hoorcollege 3 Nonverbaal
93% van een boodschap is nonverbaal, vaak is dit onbewust. Dit is universeel,
maar cultuur heeft invloed. Het is continuous (altijd aanwezig), multi-channelled
en moeiteloos gecodeerd en gecommuniceerd naar een ander.
Het zorgt voor verschillende sociale functies; hand achter rug, hand bovenop bij
handshake is onderdanig. Afstand tot een ander:
- Intimate: < 45cm
- Personal: 45-120cm
- Social: 120-350cm
- Public: >350cm