Criminologie, week 1;
Criminal law(strafrecht) Criminology Criminal Etiology(het verklaren van criminaliteit)
Criminologie
Criminologie is door Garofalo in 1885 geïntroduceerd en heeft door de tijd heen steeds
een andere betekenis gekend. (Het is als een aparte wetenschap erkend)
De criminologie is een wetenschap, die zich bezighoudt met de bestudering van
menselijke gedragingen die door de wetgever strafbaar zijn gesteld en van de wijze waarop
de overheid en de rest van de maatschappij daarop reageert. (kaiser, 1988).
De criminologie is multidisciplinair en kent hierdoor een beïnvloeding van diverse andere
wetenschappen. (Criminologen stelen vanuit verschillende wetenschappen, je kan het zien
als een ontmoetingsplek waar verschillende disciplines samen komen.)
Overzicht;
1830 Filosofische benadering van het recht. Beccaria, Bentham, van Hamel etc;
(Als je straft, moet je niet meer straffen dan nodig is. Hij is een Utilist. Bij het utilisme weeg je,
liever een redden dan niemand. Denk aan het voorbeeld van de moeder waarbij 2 zonen
bijna van een berg af vallen, maar ze kan er maar eentje redden. Denk ook aan het
voorbeeld van de gijzeling waarbij je een persoon moet vermoorden ipv 10 anderen. Je moet
het ene leven afwegen tegen het andere).
1830 De statistiek doet dienst intrede (Quetelet);
(Deskundige formules in criminologie, op basis van cijfers, alles meetbaar maken).
1870 De biologische benadering (Lombroso);
(Uiterlijke kenmerken van een crimineel).
1885 De sociale pychologischie wint aan populariteit (Lacassagne);
(De sociale omgeving waarin iemand opgroeit is belangrijk. Sociale invloed vanuit
persoonlijke element)
Overzicht (2);
1905 De opkomst van de sociologie (Bonger);
(Hij keek na de economische postitie, hoe hoger de broodprijzen des te meer diefstal)
1920 Herbeleving van de psychologie, maar nu de psychoanalyse (Freud);
(Denk aan it, ego en superego. It is luste, ego is realiteit en superego is het ideaalbeeld dus
wat wil je zijn. Superego gaan minder snel over tot criminaliteit. Bij de it, wanneer je lusten
hebt ben je bv eerder geneigd om iemand te verkrachten).
1950 Doorwerking van de psychiatrie (Eysenck);
(Hij kijkt ook naar sociale omgeving. Hij gaat terug na de sociale benadeling, laag iq)
1980 De economie speelt een belangrijke rol (Cornish & Clarke)
(Mensen maken een relationele keuze. Keuzes die je maakt, kosten baten analyse,
gelegenheidsstructuur. Denk aan het voorbeeld van de vulkaanuitbarsting).
,Overzicht (3);
1990 De derde psychologische variant; de biospsychologie (Moffit, Loeber);
(Levensloop vanaf 0 tot 35, ze kijken na de levensloop van een persoon)
1995 De culturele antropologie wordt steeds invloedrijker (Katz);
(Cultureleen, normen en waarden kunnen een invloed hebben)
Anno 2014?
(Radicalisering en religie, daar wordt op gelet).
Betekenissen van criminaliteit;
Garofalo 1885: De natuurlijke misdaad wordt gezien als Bijbelse zonde en hangt hiermee
samen.
Durkheim 1895: Crimineel gedrag is normaal en functioneel gedrag.
(Het houdt elkaar in evenwicht. Soms gaat het over moslims, soms itilianen en soms
hooligans).
Bonger 1932: Immorele en schadelijke handelingen waartegen de overheid door middel
van straffen tegen optreedt.
(Proportioneel straffen, alle beginselen in de wet komen van hem. Hij zegt, niet meer straffen
dan nodig is).
Betekenissen van criminaliteit (2);
Sellin 1938: Regelovertredend gedrag;
(Als je de wet niet naleeft, ben je schuldig. Hij onderscheid dimante cultuur tegen
minderheid).
Sutherland 1940: Voor de maatschappij schadelijke handelingen waar met behulp van
juridische middelen op gereageerd moet worden.
(Criminaliteit is aangeleerd, je leert het aan. Denk aan je vriendengroep, je leert door hun).
Becker 1963: Deviant gedrag is van de norm afwijkend gedrag;
(Als je mensen labelt en zgt dat hij steeds een crimineel is, dan gaat hij er zich ook zo naar
gedragen. Denk aan de jongeren waarbij iedere keer een identiteitskaart wordt gevraagd, ze
worden ‘gestigmatiseert’).
Betekenissen van criminaliteit (3);
Kritische criminologie 1970: Crimineel gedrag als uitdrukking van machtsverschillen;
(Machtsverhoudingen leidt tot crimineel gedrag. Ze kijken na economische verschillen en
kritisch tegen de overheid).
Abolitionisme 2005: Het strafrecht en ons denken over crimineel gedrag is
contraproductief (Hulsman);
(Afschaffen van het strafrecht, het heeft geen zin).
Passas 2005: Gedrag dat vermijdbaar is en onnodige schade tot gevolg heeft;
(Zichtbare en onzichtbare criminaliteit. Hij zegt, we moeten het hebben over de echte schade
aan de maatschappij zoals witteboordencriminaliteit en geen diefstallen).
, Criminaliteit als Perpetuum Mobile (voorduurend in beweging)
Criminaliteit is geen natuurverschijnsel, maar een sociale constructie.
Criminalisering: Bepaalde handelingen/gedragingen worden onder het gebied van de
strafwet gebracht.
VB: Terrorisme
Decriminalisering: Bepaalde handelingen/gedragingen worden uit het bereik van het
strafrecht gehaald.
VB: Hekserij, eerwraak, gedoogdbeleid (sofdrugs is nu wel toegestaan).
Criminologie- objectwetenschap
De criminologie kenmerkt zich door het feit dat het een objectwetenschap is. Dit object is
dan de criminaliteit. Probleem hierbij is dan wat hieronder verstaan moet worden (kritische
criminologie).
Als wetenschappelijke doelen het beschrijven, verklaren en voorspellen van crimineel
gedrag.
Dit doen we door gebruik te maken van diverse onderzoeksmethoden als observaties,
enqueteren en interviewen.
VB:
- Beschrijven: Hoe die vrouwen het hebben ervaren
- Verklaren: Wat is hun ideologie en hun zienswijze
- Voorspellen: Hoe kunnen zij zich verder gedragen in Nederland
Ontstaansredenen:
Etiologie
Beccaria ------------- Positivisme
Vrije wil (relationeel) Determinisme (keuzes kunnen beinvloed worden door
sociale omgeving, maar ook andere factoren)
Italisaanse school Franse school
Biologie (uiterlijke kenmerken) Sociologie (de omgeving)
Ceasare lombroso Paul Vidal de La Blanche
(1835-1909) (1854-1918)
Verklaringsniveau
Mirco; genen, persoonlijkheid en rationale keuze, je iq etc.
Meso; opvoeding, buurt, subcultuur, labelling, sociale omgeving etc.
Macro; sekse, machtsverhoudingen, cultuur
Criminal law(strafrecht) Criminology Criminal Etiology(het verklaren van criminaliteit)
Criminologie
Criminologie is door Garofalo in 1885 geïntroduceerd en heeft door de tijd heen steeds
een andere betekenis gekend. (Het is als een aparte wetenschap erkend)
De criminologie is een wetenschap, die zich bezighoudt met de bestudering van
menselijke gedragingen die door de wetgever strafbaar zijn gesteld en van de wijze waarop
de overheid en de rest van de maatschappij daarop reageert. (kaiser, 1988).
De criminologie is multidisciplinair en kent hierdoor een beïnvloeding van diverse andere
wetenschappen. (Criminologen stelen vanuit verschillende wetenschappen, je kan het zien
als een ontmoetingsplek waar verschillende disciplines samen komen.)
Overzicht;
1830 Filosofische benadering van het recht. Beccaria, Bentham, van Hamel etc;
(Als je straft, moet je niet meer straffen dan nodig is. Hij is een Utilist. Bij het utilisme weeg je,
liever een redden dan niemand. Denk aan het voorbeeld van de moeder waarbij 2 zonen
bijna van een berg af vallen, maar ze kan er maar eentje redden. Denk ook aan het
voorbeeld van de gijzeling waarbij je een persoon moet vermoorden ipv 10 anderen. Je moet
het ene leven afwegen tegen het andere).
1830 De statistiek doet dienst intrede (Quetelet);
(Deskundige formules in criminologie, op basis van cijfers, alles meetbaar maken).
1870 De biologische benadering (Lombroso);
(Uiterlijke kenmerken van een crimineel).
1885 De sociale pychologischie wint aan populariteit (Lacassagne);
(De sociale omgeving waarin iemand opgroeit is belangrijk. Sociale invloed vanuit
persoonlijke element)
Overzicht (2);
1905 De opkomst van de sociologie (Bonger);
(Hij keek na de economische postitie, hoe hoger de broodprijzen des te meer diefstal)
1920 Herbeleving van de psychologie, maar nu de psychoanalyse (Freud);
(Denk aan it, ego en superego. It is luste, ego is realiteit en superego is het ideaalbeeld dus
wat wil je zijn. Superego gaan minder snel over tot criminaliteit. Bij de it, wanneer je lusten
hebt ben je bv eerder geneigd om iemand te verkrachten).
1950 Doorwerking van de psychiatrie (Eysenck);
(Hij kijkt ook naar sociale omgeving. Hij gaat terug na de sociale benadeling, laag iq)
1980 De economie speelt een belangrijke rol (Cornish & Clarke)
(Mensen maken een relationele keuze. Keuzes die je maakt, kosten baten analyse,
gelegenheidsstructuur. Denk aan het voorbeeld van de vulkaanuitbarsting).
,Overzicht (3);
1990 De derde psychologische variant; de biospsychologie (Moffit, Loeber);
(Levensloop vanaf 0 tot 35, ze kijken na de levensloop van een persoon)
1995 De culturele antropologie wordt steeds invloedrijker (Katz);
(Cultureleen, normen en waarden kunnen een invloed hebben)
Anno 2014?
(Radicalisering en religie, daar wordt op gelet).
Betekenissen van criminaliteit;
Garofalo 1885: De natuurlijke misdaad wordt gezien als Bijbelse zonde en hangt hiermee
samen.
Durkheim 1895: Crimineel gedrag is normaal en functioneel gedrag.
(Het houdt elkaar in evenwicht. Soms gaat het over moslims, soms itilianen en soms
hooligans).
Bonger 1932: Immorele en schadelijke handelingen waartegen de overheid door middel
van straffen tegen optreedt.
(Proportioneel straffen, alle beginselen in de wet komen van hem. Hij zegt, niet meer straffen
dan nodig is).
Betekenissen van criminaliteit (2);
Sellin 1938: Regelovertredend gedrag;
(Als je de wet niet naleeft, ben je schuldig. Hij onderscheid dimante cultuur tegen
minderheid).
Sutherland 1940: Voor de maatschappij schadelijke handelingen waar met behulp van
juridische middelen op gereageerd moet worden.
(Criminaliteit is aangeleerd, je leert het aan. Denk aan je vriendengroep, je leert door hun).
Becker 1963: Deviant gedrag is van de norm afwijkend gedrag;
(Als je mensen labelt en zgt dat hij steeds een crimineel is, dan gaat hij er zich ook zo naar
gedragen. Denk aan de jongeren waarbij iedere keer een identiteitskaart wordt gevraagd, ze
worden ‘gestigmatiseert’).
Betekenissen van criminaliteit (3);
Kritische criminologie 1970: Crimineel gedrag als uitdrukking van machtsverschillen;
(Machtsverhoudingen leidt tot crimineel gedrag. Ze kijken na economische verschillen en
kritisch tegen de overheid).
Abolitionisme 2005: Het strafrecht en ons denken over crimineel gedrag is
contraproductief (Hulsman);
(Afschaffen van het strafrecht, het heeft geen zin).
Passas 2005: Gedrag dat vermijdbaar is en onnodige schade tot gevolg heeft;
(Zichtbare en onzichtbare criminaliteit. Hij zegt, we moeten het hebben over de echte schade
aan de maatschappij zoals witteboordencriminaliteit en geen diefstallen).
, Criminaliteit als Perpetuum Mobile (voorduurend in beweging)
Criminaliteit is geen natuurverschijnsel, maar een sociale constructie.
Criminalisering: Bepaalde handelingen/gedragingen worden onder het gebied van de
strafwet gebracht.
VB: Terrorisme
Decriminalisering: Bepaalde handelingen/gedragingen worden uit het bereik van het
strafrecht gehaald.
VB: Hekserij, eerwraak, gedoogdbeleid (sofdrugs is nu wel toegestaan).
Criminologie- objectwetenschap
De criminologie kenmerkt zich door het feit dat het een objectwetenschap is. Dit object is
dan de criminaliteit. Probleem hierbij is dan wat hieronder verstaan moet worden (kritische
criminologie).
Als wetenschappelijke doelen het beschrijven, verklaren en voorspellen van crimineel
gedrag.
Dit doen we door gebruik te maken van diverse onderzoeksmethoden als observaties,
enqueteren en interviewen.
VB:
- Beschrijven: Hoe die vrouwen het hebben ervaren
- Verklaren: Wat is hun ideologie en hun zienswijze
- Voorspellen: Hoe kunnen zij zich verder gedragen in Nederland
Ontstaansredenen:
Etiologie
Beccaria ------------- Positivisme
Vrije wil (relationeel) Determinisme (keuzes kunnen beinvloed worden door
sociale omgeving, maar ook andere factoren)
Italisaanse school Franse school
Biologie (uiterlijke kenmerken) Sociologie (de omgeving)
Ceasare lombroso Paul Vidal de La Blanche
(1835-1909) (1854-1918)
Verklaringsniveau
Mirco; genen, persoonlijkheid en rationale keuze, je iq etc.
Meso; opvoeding, buurt, subcultuur, labelling, sociale omgeving etc.
Macro; sekse, machtsverhoudingen, cultuur