Workshop 1 - Het strategisch planningsproces
1. Wat is organisatieanalyse?
2. Wat is het verschil tussen organisatie, bedrijf en onderneming?
3. Wat is het strategisch planningsproces?
4. Wat is het Ashridge model?
5. Wat is het Ansoff model?
6. Wat is het Abell model?
7. Wat is Treacy & Wiersema?
8. Wat is het groeimodel van Greiner?
9. Wat is Herzberg?
10. Wat is cultuur?
11. Wat is Hofstede? (Niet voor het tentamen)
12. Wat is Harrison?
Workshop 2 - Het business model
13. Wat is een business model?
14. Wat is een verdienmodel?
15. Wat is missie, visie en strategie?
16. Wat is de waardeketen van Porter?
17. Wat is het INK/EFQM model?
18. Wat is het Canvas Model?
Workshop 3 - Organisatietypologie versus aansturing
19. Wat zijn coördinatiemechanismen?
20. Wat is het 7S-model van McKinsey?
21. Wat zijn de vijf oorspronkelijke organisatiestructuren/configuraties?
22. Wat zijn de twee bijkomende organisatiestructuren/configuraties?
23. Wat is de configuratietheorie van Mintzberg?
24. Wat zijn de vijf hoofdorganen van een configuratie?
25. Wat zijn de zes coördinatiemechanismen van Mintzberg?
26. De vijf oorspronkelijke organisatiestructuren/configuraties als systeem
27. Wat zijn overeenkomsten tussen Mintzberg en Harrison? Cultuurtypologie en
configuraties
Workshop 4 - Kwaliteit en Prestatie - Indicatoren
28. Wat zijn kwaliteitscriteria voor een organisatie?
29. Wat is de Balanced Scorecard?
30. Wat zijn KPI’s?
31. Wat is het INK/EFQM model?
32. Wat is het PDCA model?
33. Wat is kwaliteitszorg?
Workshop 5 - Samenhang in business model
34. Verdieping Canvas Model
Workshop 6 - Problematiek: oorzaak en gevolg
35. Wat is een knelpuntanalyse?
36. Wat is het Ishikawa/Fishboon/Visgraatmodel?
37. Wat is de werkwijze van het Ishikawa model?
Organisatieanalyse 2 – Workshop 1
Wat is organisatieanalyse?
Het doel van organisatieanalyse is het inrichten, beheersen en verbeteren van bedrijfs-
en organisatie processen. Met behulp van onder andere een organisatieanalyse kun je het
,jaarlijks business plan bijstellen of bepalen of het nodig is om te reageren op
veranderingen in de markt.
Wat is het verschil tussen organisatie, bedrijf en onderneming?
Organisatie
Zo gauw een samenwerking van mensen en middelen het doel heeft om iets te bereiken
noemen we dat een organisatie. Een organisatie wordt opgericht om een bepaald doel te
bereiken met de inzet van medewerkers. Dat doel kan van alles zijn. Een willekeurige
groep mensen die toevallig aanwezig is op een bepaalde plaats is dus geen organisatie.
Pas wanneer er sprake is van doelgerichte samenwerking spreken we van een
organisatie.
Bedrijf
Wanneer een organisatie producten en/of diensten levert waaraan behoefte bestaat in de
maatschappij spreken we van bedrijven. Een bedrijf heeft dus afnemers of klanten.
Onderwijs en medische zorg zijn bijvoorbeeld belangrijke maatschappelijke behoeften. Er
is immers veel vraag naar. Scholen en ziekenhuizen voorzien in die maatschappelijke
behoeften en zijn dan ook bedrijven. Het bestaan van een bedrijf valt of staat met de
vraag naar die maatschappelijke behoeften. Zou de behoefte wegvallen, dan maakt het
bedrijf zichzelf overbodig en is de kans levensgroot dat het voortbestaan van het bedrijf
gevaar loopt. Een bedrijf is dus een organisatie die goederen of diensten voortbrengt en
daarmee voorziet in een maatschappelijke behoefte.
Onderneming
Definitie onderneming: een bedrijf dat op eigen kracht een opbrengst realiseert voor hun
producten en/of diensten die hoger is dan de kosten van het maken of leveren ervan. In
een onderneming zien we de kenmerken van een organisatie terug. Er werken mensen
samen met bepaalde middelen om een doel te bereiken. Daarnaast zijn ook de
kenmerken van bedrijven goed te herkennen: er worden producten of diensten geleverd
die bestemd zijn voor anderen. Voor klanten, afnemers of consumenten. Ten slotte is er
het bijzondere kenmerk van ondernemingen, namelijk het streven naar winst. Dat streven
naar winst is het grote verschil tussen onderneming en een bedrijf. Ondernemingen
voorzien niet in een maatschappelijke behoefte uit sociale of idealistische motieven, maar
bestaan alleen omdat de leiding denkt winst te kunnen maken. Een onderneming wordt
gekenmerkt door een heel duidelijk commercieel standpunt.
Het strategisch plannings proces
De essentie van strategische planning is het ontwikkelen van een lange termijnplan om
de middelen van een organisatie optimaal in te zetten, binnen de grenzen van het
gekozen werkterrein (Abell) en de missie van het bedrijf (Ashridge). De meeste
marketingplannen gaan over producten en diensten die al op de markt zijn. Die producten
of diensten vormen het vertrekpunt voor de strategieontwikkeling. Eerst breng je in kaart
op welke markten je al concurreert en welke resultaten je met die producten en diensten
boekt voordat je een plan voor nieuwe activiteiten ontwikkeld (Ansoff). Uiteindelijk kun je
alleen met een juiste afbakening van de markt zinvolle marktanalyses maken, je eigen
marktaandeel berekenen en een koers uitstippelen die tot groei leidt.
,Wat is het Ashridge model?
Het Ashridge model is een model om missie vorm te geven. Het helpt om missie te
beschrijven en om een duurzaam concurrentievoordeel van een onderneming te bepalen.
De 4 vlakken van het Ashridge model zijn: Doel, Strategie, Waarden en Gedragsnormen
Doel: Waartoe is onze organisatie op aarde?
Strategie: De weg waarlangs het doel moet worden bereikt
Waarden: Overtuigingen en morel principes achter de cultuur van de organisatie
Gedragsnormen: Vertaling van doel en strategie naar beleid en richtlijnen voor dagelijks
gedrag
Wat is het Ansoff model?
Het Ansoff model is een strategisch hulpmiddel welke gebruikt wordt bij het formuleren
van groeistrategieën. Op de ene as wordt gekeken naar bestaande versus nieuwe
markten en op de andere as wordt gekeken naar bestaande producten versus nieuwe
producten.
1. Marktpenetratie groeistrategie: Het verkopen van bestaande producten op
bestaande markten.
2. Marktontwikkeling groeistrategie: Het verkopen van bestaande producten in
nieuwe markten.
3. Productontwikkeling groeistrategie: Het verkopen van totaal nieuwe
producten aan de huidige bestaande klanten.
4. Diversificatie groeistrategie: dit betekent het verkopen van nieuwe producten
in nieuwe markten. Diversificatie heeft de meeste impact op de organisatie en
levert het meeste risico
Wat is het Abell model?
Business Definition Model. Het Abell model is een model voor het beschrijven van de
marktdefinitie van een bedrijf en bestaat uit drie dimensies: technologieën,
afnemersgroepen en afnemersbehoeften
Wie: Welke klantengroep bedient u nu? (En welke klantengroep kunt u nog meer
bedienen?)
Wat: Op welke klantbehoeften speelt u nu in en op welke wilt u inspelen? (En welke
behoefte kunt u nog meer bedienen?)
Welke: Op welke manier voorziet u in die klantbehoeftes?
Wat is Treacy & Wiersema?
Volgens Treacy & Wiersema zijn er drie verschillende waardestrategieën die organisaties
kunnen hanteren om toegevoegde waarde en onderscheidend vermogen t.o.v. haar
concurrenten te creëren. De theorie van Treacy & Wiersema is een handig hulpmiddel in
het strategisch plannings proces. Organisaties kunnen slechts op één van de disciplines
kunnen excelleren. Op de andere disciplines moet de basis gehanteerd worden.
Succesvolle bedrijven onderscheiden zich van hun concurrenten door superieure
klantwaarden te leveren op één van de volgende drie waardedisciplines:
1. Operational Excellence (focus op proces): De strategie van operational
excellence is gericht op klanten die veel waarde hechten aan lage prijzen,
betrouwbaarheid en gemak. Men doet dit door de verschillende bedrijfsprocessen
slim en efficiënt in te richten en standaardprocedures te hanteren. Voorbeeld is de
, Aldi. Uitmuntende prestaties van operationele processen. Voorbeelden zijn hoge
betrouwbaarheid, beperkt assortiment, lage productiekosten, effectief
productieproces, logistiek – just in time principe.
Hoge betrouwbaarheid
Beperkt assortiment
Lage kosten (Total cost of ownership)
2. Product Leadership/Productleiderschap (focus op product): Bedrijven die
excelleren in product leadership hebben een expliciete missie om consumenten te
inspireren met hun producten en diensten. Product leaders verzorgen een continue
stroom van nieuwe en verbeterde producten en diensten. Zij doen dit door hun
innovaties veel efficiënter en effectiever als hun concurrenten te patenteren,
produceren en te vermarkten. Voorbeeld zijn de productintroducties van Apple. De
kwaliteit van het product staat centraal. Het ontwikkelen van innovatieve
producten is het uitgangspunt van de organisatie. De R&D afdeling is erg
belangrijk en er is vaak sprake van een relatief jonge markt.
Technologische innovatie
Superieur merkimago
Snelle ontwikkeling (time-to-market)
3. Customer Intimacy/Klantenpartnerschap (focus op klantrelatie): Customer
intimacy experts passen continue hun producten en diensten aan, aan de wensen
van de klanten. Zij gaan verder in het doen van maatwerk dan concurrenten. De
relatie met de klant staat centraal. De organisatie blinkt uit in relatiemarketing.
Een Customer Relationship Management (CRM) programma speelt hier een
belangrijke rol in. De organisaties die een klantenpartnerschap nastreven, geloven
niet in eenmalige transacties maar in langdurige relaties: Life time Value.
Voorbeeld is de AH.
Hoge klanttevredenheid
Optimale dienstverlening
Integratie klantsystemen
Wat is het groeimodel van Greiner?
Volgens Greiner doorloopt een organisatie vijf opeenvolgende langdurige fasen welke
afgewisseld worden door een korte crisis tijdens haar groei. Inzicht in de fasen van groei
en crisis helpt organisaties hierop in te spelen. Het model wordt vaak toegepast op
relatief jonge en snelgroeiende ondernemingen. Door inzicht te krijgen in de problemen
van de fase waarin een onderneming zich bevindt, kan de ondernemer hierop inspelen. Er
zijn verschillende manieren om dit te bewerkstelligen. Er zijn namelijk verschillende
managementstijlen en organisatiestructuren effectief tijdens de verschillende fasen.
Fase 1. Groei door creativiteit – Leiderschapscrisis: Ontwikkeling van Product en
Markt. Oprichters werken hard, hebben de leiding en verdienen weinig. Groei →
Organisatie complexer → Crisis → Eigenaren kunnen het niet meer leiden
Fase 2. Groei door leidinggeven – Autonomiecrisis: Er is een nieuwe leiding. Vaak is
er sprake van directe, top-down management. Groei organisatie complexer → Crisis →
Directie kan het niet meer leiden, teveel activiteiten