Inhoudsopgave
, Handelen
Methodisch handelen: Je gaat professioneel en volgens een methodisch cyclus te werk.
Doel van methodisch handelen: In overleg met cliënt verzamel je informatie, formuleer je
problematische vragen en maak je een plan van aanpak.
Systematisch handelen: Je gaat ordelijk en volgens een systeem te werk.
Doel van systematisch handelen: Alle stappen en handelingen horen bij elkaar. De stappen
hebben een logische volgorde en horen bij een uitgewerkt plan.
Doelgericht handelen: Je richt je op het bereiken van een doel.
Doel van doelgericht handelen: Je gaat op zoek naar een oplossing voor een specifiek
probleem. Je richt je op het bereiken van een specifiek doel.
Fasen cyclisch proces
Begeleiden in een cirkelvormig proces noem je een cyclisch proces. Je werk houdt nooit op,
want na het bereiken van een doel vormt zich een ander doel.
Fase 1: Beginsituatie vaststellen
Je zoekt naar informatie om te kijken welk proces nodig is bij het begeleiden.
Je gebruikt de 5 w-vragen. Je kijkt naar sterke en zwakke punten.
Fase 2: Hulpvraag beschrijven
Nadat je de beginsituatie kent, kan je met de informatie die je hebt gekregen achterhalen
wat de hulpvraag is. Dit is een vraag waarin concreet wordt beschreven wat de cliënt nodig
heeft, hoe de cliënt het nodig heeft en binnen welke tijdslimiet.
Fase 3: Doel formuleren
Na het vormen van een hulpvraag, ga je het doel formuleren. Hierin staat wat de cliënt wilt
bereiken en hoe jij daarbij kan ondersteunen.
Fase 4: Plannen maken en uitvoeren
In een plan van aanpak staat hoe de cliënt aan het doel gaat werken. Je beschrijft welke
oplossingen er zijn en de cliënt deze kan gebruiken.
Fase 5: Evalueren en doelen bijstellen
Het einde van een cyclisch proces is de fase waarin je terugkijkt of het doel bereikt is. Als dit
niet het geval is, ga je de plan van aanpak aanpassen. Als er nieuwe problemen bij zijn
gekomen, begin je vanaf het begin opnieuw met een ander doel.
SMART-doel
Specifiek: Je schrijft duidelijk op wat je doel is en hoe je deze wilt bereiken.
Ik wil 10 kilo aankomen.
Meetbaar: Een doel moet zo geformuleerd zijn dat je kan meten of het bereikt is.
Fout: Ik wil aankomen. Goed: Ik wil 10 kilo aankomen.
Acceptabel: Het doel moet aansluiten bij de wensen van de cliënt.
Realistisch: Het doel moet haalbaar zijn.
Tijdsgebonden: De tijd die je neemt om het doel te behalen.
Binnen 2 maanden wil ik op gewicht zijn.