IB
3 heffingsgrondslagen:
Box 1 (2.10 wet IB) Belastbaar inkomen uit werk en woning
Box 2 (2.12 wet IB) belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang
Box 3 (2.13 wet IB) Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen
Belastbare winst uit onderneming (art. 3.2 wet IB) winst uit één of meer
ondernemingen. Hier gaat de ondernemingsaftrek (art. 3.76 t/m 3.79a) en de
MKB-winstvrijstelling vanaf.
Er zijn 3 partijen die de winst uit een onderneming genieten (art. 3.3 wet IB):
Ondernemers(art. 3.4 IB)
Medegerechtigden (art. 3.3 lid 1 sub a IB) stille vennoten.
Schuldeisers (art. 3.3 lid 1 sub b IB) voordelen uit de
schuldvordering. Dit voordeel kan positief of negatief zijn. De lening moet
aan 2 eisen voldoen (lid 3). Zie blz. 51
Ondernemer (art. 3.4 IB) natuurlijk persoon die onder zijn rekening de
onderneming drijft en rechtstreeks verbonden is aan de verbintenissen van die
onderneming. er gelden 2 criteria:
Rekening-van criterium als de natuurlijk persoon recht heeft op de
opbrengsten uit de onderneming
Verbondenheidscriterium een ondernemer treedt duidelijk naar buiten
toen voor bestaande en nieuwe verbindingen. Ook is de ondernemer
aansprakelijk voor de schulden van de onderneming. de ondernemer drijft
de onderneming onder eigen rekening en risico.
Onderneming (jurisprudentie) Een duurzame organisatie (1) van
kapitaal en arbeid (2) die deelneemt in het economische verkeer (3) met
winstoogmerk (4) die redelijkerwijs kan worden verwacht (5).
Samenwerkingsvormen in de inkomstenbelasting
Maatschap 2 maten verbinden zich om in gemeenschap iets te
brengen. De voordelen worden verdeeld. Een stille maat treedt niet naar
buiten toe. De andere maten zijn ondernemer volgens de
inkomstenbelasting.
Vennootschap onder firma een maatschap onder gemeenschappelijke
naam. Iedere vennoot heeft zijn eigen onderneming.
Commanditaire vennootschap bestaat uit beherende vennoten en
stille vennoten. De beherende vennoten hebben winst uit onderneming en
worden in de IB belast. Stille vennoten hebben een bruto winstaandeel dat
wordt belast in de VPB en een netto winstaandeel dat wordt belast in de IB.
Zie blz. 57.
Urencriterium (art. 3.6 wet IB) dit geldt voor ondernemers die minimaal
1225 uur per jaar werken. 50% van deze tijd moet besteed worden aan de
onderneming (lid 1 sub b). bij een samenwerkingsverband moet hij ook voldoen
aan de gebruikelijkheidstoets (lid 2 sub a).
Als een ondernemer aan dit criterium voldoet, dan heeft hij recht op 2 zaken:
Toevoeging oudedagsreserve (art. 3.67 wet IB)
Ondernemersaftrek (art. 3.74 wet IB)
Zie blz. 58
, Maximumverlies (art. 3.9) verliezen kunnen door de ondernemer verrekend
worden door andere winsten. Voor andere winstgenieters geldt dit niet. Hiervoor
geldt een maximale verliescompensatie. Dit is maximaal het bedrag wat deze
winstgenieter aan de onderneming beschikbaar heeft gesteld.
3 heffingsgrondslagen:
Box 1 (2.10 wet IB) Belastbaar inkomen uit werk en woning
Box 2 (2.12 wet IB) belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang
Box 3 (2.13 wet IB) Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen
Belastbare winst uit onderneming (art. 3.2 wet IB) winst uit één of meer
ondernemingen. Hier gaat de ondernemingsaftrek (art. 3.76 t/m 3.79a) en de
MKB-winstvrijstelling vanaf.
Er zijn 3 partijen die de winst uit een onderneming genieten (art. 3.3 wet IB):
Ondernemers(art. 3.4 IB)
Medegerechtigden (art. 3.3 lid 1 sub a IB) stille vennoten.
Schuldeisers (art. 3.3 lid 1 sub b IB) voordelen uit de
schuldvordering. Dit voordeel kan positief of negatief zijn. De lening moet
aan 2 eisen voldoen (lid 3). Zie blz. 51
Ondernemer (art. 3.4 IB) natuurlijk persoon die onder zijn rekening de
onderneming drijft en rechtstreeks verbonden is aan de verbintenissen van die
onderneming. er gelden 2 criteria:
Rekening-van criterium als de natuurlijk persoon recht heeft op de
opbrengsten uit de onderneming
Verbondenheidscriterium een ondernemer treedt duidelijk naar buiten
toen voor bestaande en nieuwe verbindingen. Ook is de ondernemer
aansprakelijk voor de schulden van de onderneming. de ondernemer drijft
de onderneming onder eigen rekening en risico.
Onderneming (jurisprudentie) Een duurzame organisatie (1) van
kapitaal en arbeid (2) die deelneemt in het economische verkeer (3) met
winstoogmerk (4) die redelijkerwijs kan worden verwacht (5).
Samenwerkingsvormen in de inkomstenbelasting
Maatschap 2 maten verbinden zich om in gemeenschap iets te
brengen. De voordelen worden verdeeld. Een stille maat treedt niet naar
buiten toe. De andere maten zijn ondernemer volgens de
inkomstenbelasting.
Vennootschap onder firma een maatschap onder gemeenschappelijke
naam. Iedere vennoot heeft zijn eigen onderneming.
Commanditaire vennootschap bestaat uit beherende vennoten en
stille vennoten. De beherende vennoten hebben winst uit onderneming en
worden in de IB belast. Stille vennoten hebben een bruto winstaandeel dat
wordt belast in de VPB en een netto winstaandeel dat wordt belast in de IB.
Zie blz. 57.
Urencriterium (art. 3.6 wet IB) dit geldt voor ondernemers die minimaal
1225 uur per jaar werken. 50% van deze tijd moet besteed worden aan de
onderneming (lid 1 sub b). bij een samenwerkingsverband moet hij ook voldoen
aan de gebruikelijkheidstoets (lid 2 sub a).
Als een ondernemer aan dit criterium voldoet, dan heeft hij recht op 2 zaken:
Toevoeging oudedagsreserve (art. 3.67 wet IB)
Ondernemersaftrek (art. 3.74 wet IB)
Zie blz. 58
, Maximumverlies (art. 3.9) verliezen kunnen door de ondernemer verrekend
worden door andere winsten. Voor andere winstgenieters geldt dit niet. Hiervoor
geldt een maximale verliescompensatie. Dit is maximaal het bedrag wat deze
winstgenieter aan de onderneming beschikbaar heeft gesteld.