www.hanze.nl
,Inhoud
Week 1a
Blaauboer-Berlips
Week 1b
Aangereden hartpatiënt
Kelderluik
(Tilburgse) Tandartsen
Zeulende/ Verhuizende zusjes
Zwiepende tak
Natronloog
Taxusstruik
Week 2a
Plas-Valburg
Lindenboom-Amsterdam
Hofland-Hennis
Eelman-Hin
Week 3a
Baris-Riezenkamp
Booy-Wisman
Van der Beek-Van Dartel
Van Geest-Nederlof
Groentemarktcafé
Week 3b
Bunde-Erckens
Haviltex
Week 5a
Grensoverschrijdende Garage
Week 5b
Blaauboer/Berlips
Portacabin
, Blaauboer/Berlips
Feiten
Berlips verkoopt een stuk grond aan Blaauboer, echter was er nog een stuk grond van Berlips
op een naastgelegen stuk grond die Berlips in de voorwaarden had beloofd te bestraten en
er een weg van te maken. Echter, Berlips verkoopt zijn stuk grond aan een derde en legt de
weg niet meer aan. Blaauboer eist hierom een schadevergoeding uit wanprestatie. Berlips
stelt dat de verplichting tot het maken van een weg is overgedragen op de derde nu diegene
het stuk grond heeft gekocht van Berlips.
Rechtsregel
De Hoge Raad oordeelt dat er sprake is van een persoonlijke verbintenis tussen Berlips en
Blaauboer, en dat de verplichting tot het maken van een weg dus bij Berlips blijft liggen. De
nieuwe koper van de weg heeft dus niets te maken met de verplichtingen van zijn
voorganger. De Hoge Raad maakt hier dus onderscheidt tussen relatieve en absolute rechten
(persoonlijke en zakelijke rechten). Persoonlijke verplichtingen van een goed gaan dus niet
over op degene die dat goed onder titel verkrijgt.
Kelderluik
Feiten
Op 23 februari 1961 in Café De Munt te Amsterdam opent Sjouwerman, een medewerker
van de Coca-Cola Company, een kelderluik om frisdrank aan te leveren. Nadat hij enkele
flessen in de kelder heeft gezet, laat hij het luik openstaan en loopt vervolgens weg om
elders lege flessen op te halen. Wanneer cafébezoeker Duchateau besluit naar het toilet te
gaan, valt hij plots in het openstaande kelderluik. Hij wordt met ernstige letselschade
weggevoerd door een ambulance. Hierop vordert hij, uit onrechtmatige daad (art. 6:162
BW), de veroordeling van Coca-Cola tot vergoeding van de door hem geleden schade.
Rechtsregel
De Hoge Raad formuleert vier criteria om te beoordelen of er sprake is van gevaarzetting en
daarmee een onrechtmatige gedraging.
1) Hoe waarschijnlijk kan de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en
voorzichtigheid (van anderen) worden geacht?
2) Hoe groot is de kans dat door deze niet-inachtneming ongevallen staan?
3) Hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn?
4) Hoe bezwaarlijk zijn de te nemen veiligheidsmaatregelen?
Dit viertal komt op het volgende neer: de kans op onoplettendheid, op een daaropvolgend
ongeval en de mogelijke omvang van de schade, afgewogen tegen de bezwaarlijkheid van te
nemen voorzorgsmaatregelen.