Economie samenvatting
H1
1.1/1.2
mensen die de taak op zich hebben genomen om ervoor te zorgen dat we in onze
behoeften kunnen voorzien zijn werkzaam in de handel.
Zelfvoorziening zelf dingen verbouwen of fabriceren wat je nodig hebt.
Overschotten overschot van het verbouwde of fabriceerde product, dit
werd geruild door producten die je zelf niet kan verbouwen of maken.
Ruilhandel het ruilen van overschotten met elkaar, er was een directe
ruilhandel
Mensen die hetzelfde beroep uitoefenden verenigden zich samen in
beroepsgroepen, ook wel gilden genoemd, dit noemen we maatschappelijke
arbeidsverdeling.
Het ontstaan van gespecialiseerde beroepen noemen we de technische
arbeidsverdeling.
Directe ruil goederen worden geruild tegen goederen.
Schaarste er is meer vraag naar producten dan aanbod.
Het ruilmiddel geld werd ingevoerd. Zo kon je goederen ruilen tegen geld
en kon je van dat geld weer andere goederen halen. Dit is indirecte ruil.
Indirecte ruil ruilen met behulp van een hulp middel: geld
1.3
Bedrijfskolom de aaneenschakeling van personen en/of ondernemingen
die zich bezighouden met producten om deze van de producent naar de
afnemers te brengen.
Directe of rechtstreekste levering product word geleverd van producent
naar particulieren (zijn afnemers)
Producten
↓
afnemer
Indirecte levering er zitten verschillende schakels in de distributieketen
(bedrijfskolom)
Producent
↓
Coöperatie
↓
Supermarkt
↓
Afnemer
1.4
Het nut van de handel is het vervullen van een brugfunctie tussen vraag en
aanbod in een bedrijfskolom. Er zijn allerlei nevenfuncties (iets wat je naast iets
doet) bij de handel:
Plaatsverschil de productie en consumptie van goederen kan
geografisch gezien op totaal verschillende plekken plaatsvinden.
, Tijdsverschil appels worden in de (na) zomer geoogst, maar kunnen
gedurende het gehele jaar geconsumeerd worden dankzij de mogelijkheid
ze op te slaan in speciale koelhuizen.
Hoeveelheidsverschil per keer schaffen we één paar schoenen aan,
terwijl in een winkel een ruim aanbod van verschillende maten voor een
bepaald model wordt aangehouden
Kwaliteitsverschil in een winkel voor geluidsapparatuur zullen
verscheidene merken in diverse kwaliteitsklassen worden aangehouden
Deskundigheidsverschil (kennis) de handelaren onderhouden direct
contact met de leveranciers waardoor zij goed geïnformeerd zijn over de
mogelijkheden en de beperkingen van de door hen aangeboden producten.
Zij kunnen mede dankzij hun opleiding, de afnemers van advies dienen.
Door de nevenfuncties die de handel op zich heeft genomen ontstaan de nodige
activiteiten:
Transporteren het vervoeren van producten
Voorraad houden zorgen voor voldoende voorraad zodat aan de vraag
kan worden voldaan
Collecteren verzamelen van goederen van leveranciers
Distribueren het verspreiden van goederen onder de afnemers
Selecteren het kiezen voor bepaalde kwaliteit uit het totale aanbod.
Denk hierbij aan een bloemenkoopman die op de veiling zijn handelswaar
komt uitzoeken.
Sorteren het bijeenbrengen van een aantal merken en typen zodat de
afnemers een zekere keus hebben
Krediet verlenen het toestaan dat de klant bijvoorbeeld twee weken
later betaald
Communiceren het geven van verkoopadvies en het maken van reclame
om de afnemer attent te maken op bepaalde producten. Daarbij wordt
informatie aan de afnemers verstrekt.
Het is logisch dat er voor de bovenstaande diensten een vergoeding word
gevraagd.
Toegevoegde waarde het verschil tussen de prijs die de producent voor zijn
product ontvangt en de prijs die de afnemer ervoor moet betalen.
Voorbeeld:
-Kostprijs fabrikant €2.00
-Winstopslag 40% van €2.00 €0.80
-Verkoopprijs fabrikant, tevens
Inkoop prijs groothandel €2.80
-Winstopslag 30% van €2.80 €0.84
-Verkooprijs groothandel, tevens
Inkoopprijs detailhandel €3.64
-Winstopslag 60% van €3.64 €2.18
-Verkoopprijs detailhandel €5.82
H1
1.1/1.2
mensen die de taak op zich hebben genomen om ervoor te zorgen dat we in onze
behoeften kunnen voorzien zijn werkzaam in de handel.
Zelfvoorziening zelf dingen verbouwen of fabriceren wat je nodig hebt.
Overschotten overschot van het verbouwde of fabriceerde product, dit
werd geruild door producten die je zelf niet kan verbouwen of maken.
Ruilhandel het ruilen van overschotten met elkaar, er was een directe
ruilhandel
Mensen die hetzelfde beroep uitoefenden verenigden zich samen in
beroepsgroepen, ook wel gilden genoemd, dit noemen we maatschappelijke
arbeidsverdeling.
Het ontstaan van gespecialiseerde beroepen noemen we de technische
arbeidsverdeling.
Directe ruil goederen worden geruild tegen goederen.
Schaarste er is meer vraag naar producten dan aanbod.
Het ruilmiddel geld werd ingevoerd. Zo kon je goederen ruilen tegen geld
en kon je van dat geld weer andere goederen halen. Dit is indirecte ruil.
Indirecte ruil ruilen met behulp van een hulp middel: geld
1.3
Bedrijfskolom de aaneenschakeling van personen en/of ondernemingen
die zich bezighouden met producten om deze van de producent naar de
afnemers te brengen.
Directe of rechtstreekste levering product word geleverd van producent
naar particulieren (zijn afnemers)
Producten
↓
afnemer
Indirecte levering er zitten verschillende schakels in de distributieketen
(bedrijfskolom)
Producent
↓
Coöperatie
↓
Supermarkt
↓
Afnemer
1.4
Het nut van de handel is het vervullen van een brugfunctie tussen vraag en
aanbod in een bedrijfskolom. Er zijn allerlei nevenfuncties (iets wat je naast iets
doet) bij de handel:
Plaatsverschil de productie en consumptie van goederen kan
geografisch gezien op totaal verschillende plekken plaatsvinden.
, Tijdsverschil appels worden in de (na) zomer geoogst, maar kunnen
gedurende het gehele jaar geconsumeerd worden dankzij de mogelijkheid
ze op te slaan in speciale koelhuizen.
Hoeveelheidsverschil per keer schaffen we één paar schoenen aan,
terwijl in een winkel een ruim aanbod van verschillende maten voor een
bepaald model wordt aangehouden
Kwaliteitsverschil in een winkel voor geluidsapparatuur zullen
verscheidene merken in diverse kwaliteitsklassen worden aangehouden
Deskundigheidsverschil (kennis) de handelaren onderhouden direct
contact met de leveranciers waardoor zij goed geïnformeerd zijn over de
mogelijkheden en de beperkingen van de door hen aangeboden producten.
Zij kunnen mede dankzij hun opleiding, de afnemers van advies dienen.
Door de nevenfuncties die de handel op zich heeft genomen ontstaan de nodige
activiteiten:
Transporteren het vervoeren van producten
Voorraad houden zorgen voor voldoende voorraad zodat aan de vraag
kan worden voldaan
Collecteren verzamelen van goederen van leveranciers
Distribueren het verspreiden van goederen onder de afnemers
Selecteren het kiezen voor bepaalde kwaliteit uit het totale aanbod.
Denk hierbij aan een bloemenkoopman die op de veiling zijn handelswaar
komt uitzoeken.
Sorteren het bijeenbrengen van een aantal merken en typen zodat de
afnemers een zekere keus hebben
Krediet verlenen het toestaan dat de klant bijvoorbeeld twee weken
later betaald
Communiceren het geven van verkoopadvies en het maken van reclame
om de afnemer attent te maken op bepaalde producten. Daarbij wordt
informatie aan de afnemers verstrekt.
Het is logisch dat er voor de bovenstaande diensten een vergoeding word
gevraagd.
Toegevoegde waarde het verschil tussen de prijs die de producent voor zijn
product ontvangt en de prijs die de afnemer ervoor moet betalen.
Voorbeeld:
-Kostprijs fabrikant €2.00
-Winstopslag 40% van €2.00 €0.80
-Verkoopprijs fabrikant, tevens
Inkoop prijs groothandel €2.80
-Winstopslag 30% van €2.80 €0.84
-Verkooprijs groothandel, tevens
Inkoopprijs detailhandel €3.64
-Winstopslag 60% van €3.64 €2.18
-Verkoopprijs detailhandel €5.82