Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting syntaxis deeltijd tentamen

Beoordeling
4.0
(1)
Verkocht
7
Pagina's
6
Geüpload op
28-11-2021
Geschreven in
2020/2021

Alle gevraagde onderdelen in het syntaxis deeltijd tentamen. Geschreven in de juiste volgorde als weergegeven in het tentamen. Ook worden de uitzonderingen en alle gevraagde onderdelen duidelijk uitgelegd.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Toetsonderdeel A – Bijzinnen
Stappenplan tentamen
Al deze woorden omcirkelen: die / dat (= bijzinnen) / om / om te (= beknopt) / er(in) (= plaatsonderwerp of vzvz).
Alle gezegdes markeren: 2 a 3 gezegde = bijzinnen. De persoonsvormen en onderwerpen naast elkaar markeren.

Hoofdzin herkennen
In hoofdzinnen kunnen onderwerp en persoonsvorm niet gescheiden worden door zinsdelen of het woord ‘niet’.
In hoofdzinnen staat de persoonsvorm vooraan en de rest van het gezegde achteraan.

Bijzin herkennen
Bijzinnen kunnen in principe niet zelfstandig voorkomen en zijn vervangbaar door één woord.
In bijzinnen staan het onderwerp en persoonsvorm niet naast elkaar of je kan er een woord (bv niet) tussen zetten.
In bijzinnen staat de persoonsvorm achteraan samen met de andere werkwoorden op een kluitje.
Sommige bijzinnen hebben de volgorde van een meedelende zin (‘…’) en andere de vorm van een vragende zin.
Bijzinnen die beginnen met ‘als, indien en (ook) al’ staan vaak vooraan met de hoofdzin achteraan.
Bij meerdere bijzinnen, dan benoem je eerst de hele bijzin en erna de bijzin in het midden van de bijzin.
Je kan een voegwoord plaatsen tussen de hoofd en bijzin. Let op: maximaal 1x in tentamen: geen hoofdzin (2
gezegdes), maar bv ‘Althans,’, ‘Geen idee,’ en erna bijzin i.v.m. onderwerp en persoonsvorm waar woord tussen kan.

Beknopte bijzin herkennen
Vaak ‘te’ of ‘om te’ in een zin. Geen persoonsvorm en onderwerp: de zinnen zijn beknopbaar, ivm info uit hoofdzin.
Let op: samentrekkingen waarbij het onderwerp verdwijnt en ‘te snel’ of ‘te veel’ zijn geen beknopte bijzinnen.
1x in tentamen: beknopte bijvoeglijke bijzin dat begint met voltooid deelwoord: haar boek, getiteld ‘taalhaat’.

1 Onderwerpszin
Zin fungeert als onderwerp. Begint vaak met: wie / wat. Deze bijzin komt vaak voor.

2 Gezegdezin
Zin fungeert als naamwoordelijk deel van het gezegde, het werkwoordelijk deel en het onderwerp staat in hoofdzin.
Je kan de zin vervangen door een bijvoeglijk naamwoord dat achter de persoonsvorm staat. Bv: dit is heel erg leuk.
Deze bijzin komt weinig voor. Begint vaak met: wie / wat / dat.

3 Lijdendvoorwerpszin
Zin die fungeert als lijdend voorwerp. Begint vaak met: dat / of. Deze bijzin komt erg vaak voor.

4 Meewerkendvoorwerpszin
Zin die fungeert als meewerkend voorwerp. Zinnen kan je vaak vervangen voor: aan / aan hem.
Deze bijzin is zeldzaam. Wordt in toets 1x gevraagd, dit is vaak een rare zin. Bv: ik geef een Mars aan wie het weet.

5 Voorzetselvoorwerpszin
Zin die fungeert als voorzetselvoorwerp. Begint met voorzetsel.
Zinnen kan je vaak vervangen voor: daarop/ erop/ernaar/van.
Je kan de zin vervangen voor iets, terwijl je ‘er’ uit de hoofdzin weghaalt. Er + dat constructie: We rekenen erop dat.

6 Bijwoordelijke bijzin
Zin die fungeert als bijwoordelijke bepaling die hoort bij de hoofdzin.
Vaak in deze zin: voordat. Vervangend woord: toen / in dat geval / daarom / daar.
Ook zinnen die een toevoeging of vergelijking zijn zijn. Bv: hij mag dan wel docent zijn / Zoals het klokje thuis tikt.

7 Bijvoeglijke bijzin
Zinsdeel die fungeert als bijvoeglijke bepaling die hoort bij een zelfstandig naamwoord.
Lijkt geregeld op een soort van tangconstructie mét werkwoord.
Altijd in de toets verwijzen naar het zelfstandig naamwoord (lidwoord en bijvoeglijk naamwoord weglaten hierbij).

, Toetsonderdeel C – Redekundig benoemen
1 Onderwerp
Onderwerp van de hoofdzin. In het onderwerp zit nooit een tijd en voorzetsel in.
 Herhalend onderwerp – mijn zus (onderwerp), die (herhalend onderwerp)
 Loos onderwerp – het regent (wat precies is niet duidelijk)
 Voorlopig onderwerp – Het is vervelend, dat je dat niet weet.
 Plaats/getal onderwerp – er (plaats onderwerp) stond een agent (getal onderwerp)

2 Werkwoordelijk gezegde
Het onderwerp doet iets (actie/handeling). Alle werkwoorden inclusief het werkwoordelijk deel van het gezegde:
te / zich / je / aan het / woorden die bij het werkwoord horen als ‘in’ van ‘inhalen’. Zich ergeren, je vergissen.
Ook werkwoordelijke uitdrukkingen: de pijp geven, hoofd verliezen. Ook: om het leven komen en geboren worden.
Bij één werkwoord in de zin, vaak naamwoordelijk gezegde. Echter als het een plaats aangeeft, dan werkwoordelijk.

3 Naamwoordelijk gezegde
Het onderwerp is iets (toestand). Ook ‘te’ hierbij. Bv: te zien (=zichtbaar), te vinden (=vindbaar), te doen (doenbaar).
Noodzakelijke aanvulling op het hoofdwerkwoord. Geen werkwoorden maar naamwoorden.
Je hebt het werkwoordelijk deel van het gezegde en het naamwoordelijk deel van het gezegde.
Vaak erin: ZWoBBeLS + HDVideo -> Zijn, Worden, O, Blijven, Blijken, E, Lijken, Schijnen, Heten, Dunken en
Voorkomen, of vervangbaar, naar deze woorden. Als ze verdwijnen is het een ww gez. nw.gez ww.gez

Controle: het hoofdwerkwoord kan je op de plaats van het koppelwerkwoord zetten: ‘x zijn getrouwd’→’x trouwden’


4 Lijdend voorwerp
Zinsdeel dat de handeling ondergaat. ‘Hij maakt zijn huiswerk.’ -> ‘wat maakt hij?’ -> ‘zijn huiswerk’. Komt alleen
voor bij werkwoordelijk gezegde. Loos lijdend voorwerp: ik krijg ‘het’ warm. Voorlopig lijdend voorwerp: dat.

5 Meewerkend voorwerp
Zinsdeel dat meewerkt om de handeling mogelijk te maken. Toevoegen of weglaten: aan / voor.

6 Voorzetselvoorwerp
Vaste combinatie van werkwoord en voorzetsel (hiermee begint een zinsdeel) zónder plaats of tijdaanduiding.
Vaak: erop / ernaar (kan ook los). Bv: te wijten aan / verliefd op. Voorlopig voorzetselvoorwerp: ‘erover, dat…’

7 Bijwoordelijke bepaling
Geeft meer informatie over het gezegde, dus ‘wat overblijft’. Dit dus als laatste ontleden bij de zinnen.
‘Ernstig zieke man.’ of 'Ik vertrek om 5 uur van huis’. ‘Niet’ is altijd een bijwoordelijke bepaling.

8 Bijvoeglijke bepaling
Specificatie van het zelfstandig (voor)naamwoord. Deel van een zinsdeel -> ‘Die drie kleine kleutertjes.’
Altijd in de toets verwijzen naar het zelfstandig naamwoord (lidwoord en bijvoeglijk naamwoord weglaten hierbij).

9 Bepaling van gesteldheid
Woorden tijdens de handeling of ten gevolge / resultaat van een handeling
Het is verbonden aan het gezegde en onderwerp / lijdend voorwerp.
Controle: hoe + gezegde + onderwerp / lijdend voorwerp? Komt alleen voor bij werkwoordelijk gezegde.
Bv: hongerig, koud, kapot maken en aardig vinden. Vaak een deel van het zinsdeel.
Maak ook bv: ‘als leraar, heeft Lisanne’, ‘de dochter heet Lisanne’ en ‘Hij verft het hek groen’ (gevolg van handeling)
Komt amper voor bij een naamwoordelijk gezegde, dus staat geen koppelwerkwoord (ZWoBBeLS + HDVideo) bij.

Hoe naamwoordelijk gezegde, bepaling van gesteldheid en bijvoeglijke bepaling onderscheiden
Primair – Brenda is leuk - naamwoordelijk gezegde

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
28 november 2021
Aantal pagina's
6
Geschreven in
2020/2021
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$6.57
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
1 jaar geleden

4.0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
lisannebex Fontys Hogeschool
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
101
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
82
Documenten
11
Laatst verkocht
3 weken geleden

3.8

13 beoordelingen

5
1
4
8
3
4
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen