Uitwerking leerdoelen BMD Blok A
BMD.CO.1
- De student kan de begrippen neuropraxie, axonotmesis, en
neurotmesis uitleggen.
Neuropraxie= een lichte beschadiging (kneuzing) van de zenuw. Bij een
neuropraxie is de continuïteit van de zenuwvezel intact gebleven evenals
de zenuwschede. De zenuwbeschadiging geneest spontaan binnen
minuten tot enkele dagen na het ontstaan.
Axonotmesis= axon is beschadigd. Dit kan herstellen (ong 1 mm per dag).
Soms geen herstel.
Neurotmesis= zowel axon als omliggende bindweefselkern is beschadigd.
Er is beperkt herstel mogelijk. Soms chirurgisch herstel.
Van mens-en-gezondheid.infonu.nl:
Neuropraxie
De voortgeleiding is meestal sterk vertraagd of onderbroken. Gevoelsuitval
en/of verlamming van de aangedane spieren is slechts een tijdelijke zaak.
De zenuwfunctie keert door remyelinisatie in een aantal weken terug. Bij
axonotmesis en neurotmesis ligt dit aanzienlijk gecompliceerder.
Axonotmesis
Ook hier is de voortgeleiding veelal sterk verminderd of onderbroken. De
zenuwvezels zijn onderbroken en zenuwcellen zijn niet in staat om zoals bij
bot de uiteinden weer aan elkaar te laten groeien, terwijl de structuur van
het bindweefsel nog vrijwel intact is. Bewegen met de bijbehorende
spieren is dan niet meer mogelijk en het gevoel in een bepaald huidgebied
valt weg. Het herstel is meestal een langdurige zaak.
Neurotmesis
Bij verscheuring of doorsnijding zijn zowel de axonen als het bindweefsel
onderbroken, wat zonder chirurgische ingreep veelal leidt tot een blijvende
uitval van de zenuwfunctie. De beide zenuwuiteinden kunnen door een
neurochirurg aan elkaar worden gehecht om de zenuwfunctie te herstellen.
Echter zelfs bij de beste chirurgische hechting zal een deel van de
motorische vezels de oorspronkelijke spier niet bereiken en de spiervezels
in desbetreffende spier niet terugvinden. Een bijkomend probleem bij een
neurotmesis is dat het peri- en epineurale bindweefsel in een zenuw door
littekenvorming volledig wordt verstoord. Tegelijk met het uitgroeien van
de axonen beginnen de fibroblasten begeleid door ingroeiende capillairen
de zenuwnaad te overbruggen met collageen. Hierbij vormt zich
regelmatig zoveel littekenweefsel dat axonen de tegenoverliggende
fascikels niet kunnen vinden. Ze groeien dan willekeurig uit in het litteken
en omringende weefsels. Een dergelijke hoeveelheid volledig vervlochten
axonale neuroom veroorzaakt dikwijls veel pijn en heeft een slechte
prognose.
,- De student kan de mogelijke klinische symptomen van perifeer
zenuwletsel (pijn, prikkelings- en uitvalsverschijnselen) beschrijven en
verklaren.
Er zijn plus- en minverschijnselen.
Bij plusverschijnselen functioneren de beschadigde vezels nog, en zijn ze
verhoogd prikkelbaar. Dit geeft de volgende verschijnselen:
-Sensibel: verhoogde gevoeligheid, pijn, paresthesieën (bijv tintelingen)
-Motorisch: hypertonie, fasculaties (onwillekeurige contracties binnen een
spier)
-Vegetatief: zweten, bleke huid, reactief rood, kippenvel
Bij minverschijnselen geleiden de beschadigde vezels slechter, ze vallen
uit en degeneren)
-Sensibel: verminderde of uitgevallen sensibilieit
-Motorisch: verminderde spierkracht, verlamming, spieratrofie
-Vegetatief: rode droge huid, atrofie (in chronische fase), haargroei neemt
af, nageld brokkelen af enz.
-De student kan de belangrijkste pathologische processen die tot
zenuwschade kunnen leiden noemen.
Er kan sprake zijn van een stoornis in 1 zenuw of bundel zenuwen
(mononeuropathie). Dit wordt vaak veroorzaakt door een lokale oorzaak. Je
hebt vaak eerder sensibele verschijnselen dan motorische verschijnselen.
Oorzaken hiervoor kunnen zijn compressie (entrapment), ischemie
(vasculitis, “reuma”), trauma (verwonding; vooral glasverwonding of
overrekking waarbij zenuwletsel ontstaat) en ontstekingsproces (die door
virussen worden veroorzaakt, of ontstekingen van zenuwen zonder
duidelijke oorzaken). Carpaal tunnensyndroom is een voorbeeld van
mononeuropathie. Een zenuw loopt hierbij klem. Gordelroos (herpes zoster)
is een voorbeeld van een ontsteking waarbij mononeuropathie kan
ontstaan. Ook Trigeminus neuralgie (pijn in takje hersenzenuwen) en "Bell's
palsy" (gezichtsverlamming).
Je hebt ook allerlei zenuwnetwerken. Dit heet plexus brachialis.
Plexus letsels komen voor bij traumata. Maar het kan ook ontstaan door
entrapment, als de opening bijv. nauw is en er een zwelling ontstaat. Er is
sprake van een thoracic outlet sydrome als er klachten ontstaan in het
verloop van de zenuwen, het verloop van de plexus onderdelen. Rode vlag
is longen! Dit kan zelfde soort klachten geven in arm en schouder.
Polyneuropathie= stoornis in meerdere zenuwen. Symmetrisch in beide
lichaamshelften. Oorzaak is eigenlijk altijd systeemziekten, iets wat meer
ziekteverschijnselen veroozaakt, waaronder polyneuropathie.
Kenmerken is dat distaal erger is dan proximaal. Benen eerder dan armen.
Sensibel eerder dan motorisch. Als er motorische verschijnselen zijn,
extensoren eerder aangedaan dan flexoren.
Oorzaken polyneuropathie: infectieziekten (bijv lepra, lyme, guillain-barre
syndroom; leidt binnen paar weken tijd tot volledige verlamming),
stofwisselingsziekten (oa. diabetes mellitus omdat er kwaliteit bloedvaatjes
verminderen), deficienties (tekort aan vitamines), intoxicaties
, (vergiftigingen, zoals lood, alcohol en medicijnen), kanker (bloedkanker),
erfelijke aandoeningen (charcot-marie-tooth; ernstige atrofie).
-De student kan de verschillen in prognose tussen neuropraxie,
axonotmesis, en neurotmesis benoemen en verklaren
Bij neuropraxie alleen sprake van een kneuzing, herstel treedt op binnen 6
weken. Als letsel erg proximaal is sterft het cellichaam en treedt
regeneratie niet op.
Bij axonotmesis is het axon beschadigd. Axonale sprouting wordt geremd
door litteken-weefsel, infectie, grote gap en spanning. Axon groeit 1-3 mm
per dag. Er is dus wel herstel mogelijk. De geregenereerde zenuw is echter
smaller, minder gemyeliniseerd en dus trager.
Bij neurotmesis is beperkt herstel mogelijk. Soms chirurgisch herstel.
-De student kan mogelijke therapeutische interventies na perifeer
zenuwletsel of -schade beschrijven
Bij een continuïteitsverbreking van een perifere zenuw moet zo mogelijk
chirurgisch hersteld worden. Meestal gebeurt dit 3-6 weken na het letsel,
wanneer de primaire verwondingen in de omgeving zijn genezen, bij een
scherpe verwonding ook wel accuut. De beste kans op functioneel herstel
krijgt me door interpositie van een huidzenuw tussen de twee
zenuwuiteinden. Bij een compressiesyndroom is het nuttig om na te gaan
of er externe omstandigheden zijn die een ongunstige rol spelen
(gewoontehoudingen).
-De student kan de gevolgen van zenuwschade op de sensomotoriek en
pijn uitleggen, in het bijzonder bij diabetes mellitus en chronisch
alcoholmisbruik.
Diabetische neuropathie is een aandoening die ontstaat wanneer het
zenuwstelsel verslechtert als gevolg van verhoogde bloedsuikerwaarden.
De aandoening kan ook ontstaan door fysieke beschadiging van het
zenuwstelsel in combinatie met hoge bloedsuikerwaarden. De klachten bij
diabetische neuropathie zijn heel verschillend en afhankelijk van de
getroffen zenuwen. Symptomen zijn onder andere lage bloeddruk,
stoelgangproblemen, pijn, gevoelloosheid, verlies van tastzin en
onbeheerste bewegingen. De beste manier om deze aandoening te
voorkomen en/of te behandelen is een gezonde levensstijl en nauwkeurige
controle van de bloedsuikerwaarden.
Door overmatig gebruik van alcohol worden de zenuwbanen aangetast. Dit
komt door een gebrek aan vitamine B1 (thiamine). Een tekort aan vitamine
B1 leidt tot polyneuropathie. Dat is te herkennen aan een verdoofd gevoel
aan de vingertoppen en de voetzolen. In het ergste geval sterven de
zenuwen af. Hierdoor raakt men verlamd. Een ander gevolg kan zijn dat de
patient de ziekte van Wernicke oploopt. Deze kan dodelijk zijn! Verdere
klachten:
Spierspanningshoofdpijn, stemmingsstoornissen, somberheid, chronische
, voorhoofdholteontsteking, afname potentie, geboorteafwijkingingen
(hersenafwijkingen, groeiachterstand, hyperactief in de kinderjaren
typische gelaatsuitdrukking).
BMD.CO.2
- Het leren hanteren van theoretische modellen die de ontwikkeling en
het functioneren van het centrale zenuwstelsel beschrijven.
- Drie functionele units van Luria: unit voor actie, waarneming en activatie.
- Neurotransmittersystemen (vanuit de hersenstam):
*Noradrenaline (voor- en kleine achterhersenen, hypothalamus>
activatie/attentie, arousel, vegetatieve reacties, “stress”)
* Acetylcholine (thalamus, hippocampus, fronto-basale cortex>
zintuigfunctie, geheugen/leren, concentratie, kan leiden tot
Alzheimer)
* Dopamine (stratium/basale kernen, limbisch systeem, frontale
cortex >automatische bewegingen, motivatie/beloning, kan leiden
tot Parkinson, verslaving)
* Serotonine (cortex, basale kernen, limbisch systeem> slaap/waak,
cognitie (eet)lust, stemming, emotie/gedrag, agressie, kan leiden tot
depressie, psychose)
-Kabels en banen: banen voor vitale sensibiliteit (tractus spinothalamicus
medialis en lateralis), voor gnostische sensibiliteit (achterstrengbaan), voor
willekeurige motoriek (tractus corticospinalis)
- Reflexmodel: stimulus respons
- Hiërarchisch (fylogenitsch) model
- De student kan de essenties van het reflexmodel, het kabels-en-banen
model en het hiërarchisch model van het zenuwstelsel uitleggen.
Het reflexmodel is een van de oudste manieren
om de werking van het zenuwstelsel te
beschrijven. De kerngedachte van dit model is
dat een prikkel (stimulus of input) leidt tot een
stereotype reactie (respons of output). Deze
prikkel wordt opgevangen door zintuigen
(sensoren), die vervolgens door het centrale
zenuwstelsel worden verwerkt en door spieren in reacties worden omgezet.
Men noemt het reflexmodel soms ook wel het stimulusresponsmodel.
Enkele unieke eigenschappen van het zenuwstelsel maken een actieve
wisselwerking tussen de mens en zijn omgeving mogelijk. De basisfuncties die
een cruciale rol spelen zijn o.a.:
-Waarneming: de verwerking en bewustwording van prikkels
-Actie: intentie omzetten naar eigenlijke handelen
BMD.CO.1
- De student kan de begrippen neuropraxie, axonotmesis, en
neurotmesis uitleggen.
Neuropraxie= een lichte beschadiging (kneuzing) van de zenuw. Bij een
neuropraxie is de continuïteit van de zenuwvezel intact gebleven evenals
de zenuwschede. De zenuwbeschadiging geneest spontaan binnen
minuten tot enkele dagen na het ontstaan.
Axonotmesis= axon is beschadigd. Dit kan herstellen (ong 1 mm per dag).
Soms geen herstel.
Neurotmesis= zowel axon als omliggende bindweefselkern is beschadigd.
Er is beperkt herstel mogelijk. Soms chirurgisch herstel.
Van mens-en-gezondheid.infonu.nl:
Neuropraxie
De voortgeleiding is meestal sterk vertraagd of onderbroken. Gevoelsuitval
en/of verlamming van de aangedane spieren is slechts een tijdelijke zaak.
De zenuwfunctie keert door remyelinisatie in een aantal weken terug. Bij
axonotmesis en neurotmesis ligt dit aanzienlijk gecompliceerder.
Axonotmesis
Ook hier is de voortgeleiding veelal sterk verminderd of onderbroken. De
zenuwvezels zijn onderbroken en zenuwcellen zijn niet in staat om zoals bij
bot de uiteinden weer aan elkaar te laten groeien, terwijl de structuur van
het bindweefsel nog vrijwel intact is. Bewegen met de bijbehorende
spieren is dan niet meer mogelijk en het gevoel in een bepaald huidgebied
valt weg. Het herstel is meestal een langdurige zaak.
Neurotmesis
Bij verscheuring of doorsnijding zijn zowel de axonen als het bindweefsel
onderbroken, wat zonder chirurgische ingreep veelal leidt tot een blijvende
uitval van de zenuwfunctie. De beide zenuwuiteinden kunnen door een
neurochirurg aan elkaar worden gehecht om de zenuwfunctie te herstellen.
Echter zelfs bij de beste chirurgische hechting zal een deel van de
motorische vezels de oorspronkelijke spier niet bereiken en de spiervezels
in desbetreffende spier niet terugvinden. Een bijkomend probleem bij een
neurotmesis is dat het peri- en epineurale bindweefsel in een zenuw door
littekenvorming volledig wordt verstoord. Tegelijk met het uitgroeien van
de axonen beginnen de fibroblasten begeleid door ingroeiende capillairen
de zenuwnaad te overbruggen met collageen. Hierbij vormt zich
regelmatig zoveel littekenweefsel dat axonen de tegenoverliggende
fascikels niet kunnen vinden. Ze groeien dan willekeurig uit in het litteken
en omringende weefsels. Een dergelijke hoeveelheid volledig vervlochten
axonale neuroom veroorzaakt dikwijls veel pijn en heeft een slechte
prognose.
,- De student kan de mogelijke klinische symptomen van perifeer
zenuwletsel (pijn, prikkelings- en uitvalsverschijnselen) beschrijven en
verklaren.
Er zijn plus- en minverschijnselen.
Bij plusverschijnselen functioneren de beschadigde vezels nog, en zijn ze
verhoogd prikkelbaar. Dit geeft de volgende verschijnselen:
-Sensibel: verhoogde gevoeligheid, pijn, paresthesieën (bijv tintelingen)
-Motorisch: hypertonie, fasculaties (onwillekeurige contracties binnen een
spier)
-Vegetatief: zweten, bleke huid, reactief rood, kippenvel
Bij minverschijnselen geleiden de beschadigde vezels slechter, ze vallen
uit en degeneren)
-Sensibel: verminderde of uitgevallen sensibilieit
-Motorisch: verminderde spierkracht, verlamming, spieratrofie
-Vegetatief: rode droge huid, atrofie (in chronische fase), haargroei neemt
af, nageld brokkelen af enz.
-De student kan de belangrijkste pathologische processen die tot
zenuwschade kunnen leiden noemen.
Er kan sprake zijn van een stoornis in 1 zenuw of bundel zenuwen
(mononeuropathie). Dit wordt vaak veroorzaakt door een lokale oorzaak. Je
hebt vaak eerder sensibele verschijnselen dan motorische verschijnselen.
Oorzaken hiervoor kunnen zijn compressie (entrapment), ischemie
(vasculitis, “reuma”), trauma (verwonding; vooral glasverwonding of
overrekking waarbij zenuwletsel ontstaat) en ontstekingsproces (die door
virussen worden veroorzaakt, of ontstekingen van zenuwen zonder
duidelijke oorzaken). Carpaal tunnensyndroom is een voorbeeld van
mononeuropathie. Een zenuw loopt hierbij klem. Gordelroos (herpes zoster)
is een voorbeeld van een ontsteking waarbij mononeuropathie kan
ontstaan. Ook Trigeminus neuralgie (pijn in takje hersenzenuwen) en "Bell's
palsy" (gezichtsverlamming).
Je hebt ook allerlei zenuwnetwerken. Dit heet plexus brachialis.
Plexus letsels komen voor bij traumata. Maar het kan ook ontstaan door
entrapment, als de opening bijv. nauw is en er een zwelling ontstaat. Er is
sprake van een thoracic outlet sydrome als er klachten ontstaan in het
verloop van de zenuwen, het verloop van de plexus onderdelen. Rode vlag
is longen! Dit kan zelfde soort klachten geven in arm en schouder.
Polyneuropathie= stoornis in meerdere zenuwen. Symmetrisch in beide
lichaamshelften. Oorzaak is eigenlijk altijd systeemziekten, iets wat meer
ziekteverschijnselen veroozaakt, waaronder polyneuropathie.
Kenmerken is dat distaal erger is dan proximaal. Benen eerder dan armen.
Sensibel eerder dan motorisch. Als er motorische verschijnselen zijn,
extensoren eerder aangedaan dan flexoren.
Oorzaken polyneuropathie: infectieziekten (bijv lepra, lyme, guillain-barre
syndroom; leidt binnen paar weken tijd tot volledige verlamming),
stofwisselingsziekten (oa. diabetes mellitus omdat er kwaliteit bloedvaatjes
verminderen), deficienties (tekort aan vitamines), intoxicaties
, (vergiftigingen, zoals lood, alcohol en medicijnen), kanker (bloedkanker),
erfelijke aandoeningen (charcot-marie-tooth; ernstige atrofie).
-De student kan de verschillen in prognose tussen neuropraxie,
axonotmesis, en neurotmesis benoemen en verklaren
Bij neuropraxie alleen sprake van een kneuzing, herstel treedt op binnen 6
weken. Als letsel erg proximaal is sterft het cellichaam en treedt
regeneratie niet op.
Bij axonotmesis is het axon beschadigd. Axonale sprouting wordt geremd
door litteken-weefsel, infectie, grote gap en spanning. Axon groeit 1-3 mm
per dag. Er is dus wel herstel mogelijk. De geregenereerde zenuw is echter
smaller, minder gemyeliniseerd en dus trager.
Bij neurotmesis is beperkt herstel mogelijk. Soms chirurgisch herstel.
-De student kan mogelijke therapeutische interventies na perifeer
zenuwletsel of -schade beschrijven
Bij een continuïteitsverbreking van een perifere zenuw moet zo mogelijk
chirurgisch hersteld worden. Meestal gebeurt dit 3-6 weken na het letsel,
wanneer de primaire verwondingen in de omgeving zijn genezen, bij een
scherpe verwonding ook wel accuut. De beste kans op functioneel herstel
krijgt me door interpositie van een huidzenuw tussen de twee
zenuwuiteinden. Bij een compressiesyndroom is het nuttig om na te gaan
of er externe omstandigheden zijn die een ongunstige rol spelen
(gewoontehoudingen).
-De student kan de gevolgen van zenuwschade op de sensomotoriek en
pijn uitleggen, in het bijzonder bij diabetes mellitus en chronisch
alcoholmisbruik.
Diabetische neuropathie is een aandoening die ontstaat wanneer het
zenuwstelsel verslechtert als gevolg van verhoogde bloedsuikerwaarden.
De aandoening kan ook ontstaan door fysieke beschadiging van het
zenuwstelsel in combinatie met hoge bloedsuikerwaarden. De klachten bij
diabetische neuropathie zijn heel verschillend en afhankelijk van de
getroffen zenuwen. Symptomen zijn onder andere lage bloeddruk,
stoelgangproblemen, pijn, gevoelloosheid, verlies van tastzin en
onbeheerste bewegingen. De beste manier om deze aandoening te
voorkomen en/of te behandelen is een gezonde levensstijl en nauwkeurige
controle van de bloedsuikerwaarden.
Door overmatig gebruik van alcohol worden de zenuwbanen aangetast. Dit
komt door een gebrek aan vitamine B1 (thiamine). Een tekort aan vitamine
B1 leidt tot polyneuropathie. Dat is te herkennen aan een verdoofd gevoel
aan de vingertoppen en de voetzolen. In het ergste geval sterven de
zenuwen af. Hierdoor raakt men verlamd. Een ander gevolg kan zijn dat de
patient de ziekte van Wernicke oploopt. Deze kan dodelijk zijn! Verdere
klachten:
Spierspanningshoofdpijn, stemmingsstoornissen, somberheid, chronische
, voorhoofdholteontsteking, afname potentie, geboorteafwijkingingen
(hersenafwijkingen, groeiachterstand, hyperactief in de kinderjaren
typische gelaatsuitdrukking).
BMD.CO.2
- Het leren hanteren van theoretische modellen die de ontwikkeling en
het functioneren van het centrale zenuwstelsel beschrijven.
- Drie functionele units van Luria: unit voor actie, waarneming en activatie.
- Neurotransmittersystemen (vanuit de hersenstam):
*Noradrenaline (voor- en kleine achterhersenen, hypothalamus>
activatie/attentie, arousel, vegetatieve reacties, “stress”)
* Acetylcholine (thalamus, hippocampus, fronto-basale cortex>
zintuigfunctie, geheugen/leren, concentratie, kan leiden tot
Alzheimer)
* Dopamine (stratium/basale kernen, limbisch systeem, frontale
cortex >automatische bewegingen, motivatie/beloning, kan leiden
tot Parkinson, verslaving)
* Serotonine (cortex, basale kernen, limbisch systeem> slaap/waak,
cognitie (eet)lust, stemming, emotie/gedrag, agressie, kan leiden tot
depressie, psychose)
-Kabels en banen: banen voor vitale sensibiliteit (tractus spinothalamicus
medialis en lateralis), voor gnostische sensibiliteit (achterstrengbaan), voor
willekeurige motoriek (tractus corticospinalis)
- Reflexmodel: stimulus respons
- Hiërarchisch (fylogenitsch) model
- De student kan de essenties van het reflexmodel, het kabels-en-banen
model en het hiërarchisch model van het zenuwstelsel uitleggen.
Het reflexmodel is een van de oudste manieren
om de werking van het zenuwstelsel te
beschrijven. De kerngedachte van dit model is
dat een prikkel (stimulus of input) leidt tot een
stereotype reactie (respons of output). Deze
prikkel wordt opgevangen door zintuigen
(sensoren), die vervolgens door het centrale
zenuwstelsel worden verwerkt en door spieren in reacties worden omgezet.
Men noemt het reflexmodel soms ook wel het stimulusresponsmodel.
Enkele unieke eigenschappen van het zenuwstelsel maken een actieve
wisselwerking tussen de mens en zijn omgeving mogelijk. De basisfuncties die
een cruciale rol spelen zijn o.a.:
-Waarneming: de verwerking en bewustwording van prikkels
-Actie: intentie omzetten naar eigenlijke handelen