Begrippenlijst Hoorcollege 4
Genotype
Hoe bepaalde eigenschappen in je DNA staat vermeld. Bv. Of je blauwe/bruine oog hebt.
Fenotype
Hoe je eruitziet, maar is afhankelijk van omgevingsfactoren. Je kan bv genetisch krullen
hebben, maar het stijlmaken met een stijltang. Fenotype = genotype + omgevings
factoren.
Dominant
Dominant betekent dat bij aanwezigheid van dit allel, ongeacht wat het andere gen is, de
bijbehorende eigenschap tot uiting komt in het fenotype van het organisme. Bruin is
dominanter dan blauw.
Recessief
Een recessief allel is een gen dat alleen tot uiting komt wanneer er geen dominant allel
aanwezig is. Een voorbeeld voor een recessief allel is het allel voor een blauwe oogkleur.
Je kan dus eigenlijk zeggen dat een dominant allel de baas is over een recessief allel.
Heterozygoot
Verschillende eigenschappen zijn samengevoegd. De eigenschappen van de ouders
worden samengevoegd tijdens de bevruchting.
Homozygoot
Dezelfde eigenschappen die samen worden gevoegd tijdens de bevruchting.
Homologe chromosomen
Autosomale chromosomen
In elke cel van het lichaam van de mens zitten 46 chromosomen. 23 hiervan komen van
de vader en 23 chromosomen komen van de moeder. Gezamenlijk vormen ze 23 paar
chromosomen. Chromosomen komen voor in paren. De zogenaamde homologe
chromosomen. 22 paar van de 23 paar chromosomen noemen we autosomen. Er is een
bijzonder paar. Dit paar chromosomen bepaalt het geslacht. Deze chromosomen
noemen we de geslachtschromosomen. Een vrouw heeft in elke cel een echt paar
geslachtschromosomen. XX. Een man heeft niet echt een paar. Hij heeft een X
chromosoom en een Y chromosoom. X en Y lijken helemaal niet op elkaar. Er is geen
sprake van homologie.
Karyotypering
Chromosomen van een bloedcel worden gekleurd en afzonderlijk onderzocht en geteld
onder een microscoop.
Allelen
Stukjes DNA die coderen voor een erfelijke eigenschap, verdeeld onder 46
chromosomen. Een erfelijke eigenschap (gen) is opgebouwd uit twee allelen. Een allel
Genotype
Hoe bepaalde eigenschappen in je DNA staat vermeld. Bv. Of je blauwe/bruine oog hebt.
Fenotype
Hoe je eruitziet, maar is afhankelijk van omgevingsfactoren. Je kan bv genetisch krullen
hebben, maar het stijlmaken met een stijltang. Fenotype = genotype + omgevings
factoren.
Dominant
Dominant betekent dat bij aanwezigheid van dit allel, ongeacht wat het andere gen is, de
bijbehorende eigenschap tot uiting komt in het fenotype van het organisme. Bruin is
dominanter dan blauw.
Recessief
Een recessief allel is een gen dat alleen tot uiting komt wanneer er geen dominant allel
aanwezig is. Een voorbeeld voor een recessief allel is het allel voor een blauwe oogkleur.
Je kan dus eigenlijk zeggen dat een dominant allel de baas is over een recessief allel.
Heterozygoot
Verschillende eigenschappen zijn samengevoegd. De eigenschappen van de ouders
worden samengevoegd tijdens de bevruchting.
Homozygoot
Dezelfde eigenschappen die samen worden gevoegd tijdens de bevruchting.
Homologe chromosomen
Autosomale chromosomen
In elke cel van het lichaam van de mens zitten 46 chromosomen. 23 hiervan komen van
de vader en 23 chromosomen komen van de moeder. Gezamenlijk vormen ze 23 paar
chromosomen. Chromosomen komen voor in paren. De zogenaamde homologe
chromosomen. 22 paar van de 23 paar chromosomen noemen we autosomen. Er is een
bijzonder paar. Dit paar chromosomen bepaalt het geslacht. Deze chromosomen
noemen we de geslachtschromosomen. Een vrouw heeft in elke cel een echt paar
geslachtschromosomen. XX. Een man heeft niet echt een paar. Hij heeft een X
chromosoom en een Y chromosoom. X en Y lijken helemaal niet op elkaar. Er is geen
sprake van homologie.
Karyotypering
Chromosomen van een bloedcel worden gekleurd en afzonderlijk onderzocht en geteld
onder een microscoop.
Allelen
Stukjes DNA die coderen voor een erfelijke eigenschap, verdeeld onder 46
chromosomen. Een erfelijke eigenschap (gen) is opgebouwd uit twee allelen. Een allel