Cijfer: 8.0
Assignment I
Noa Bax
De Vrije Universiteit van Amsterdam
2695561
Groep 29
Filosofie & Psychologie
04-10-2021
Totaal aantal woorden: 933
A)
, In 2017 had Hoogman et al. (2017) onderzoek gedaan naar de verschillen in
breinstructuren van mensen met en zonder ADHD. Onderzoekers hebben dit gedaan aan de hand
van MRI-scans. Hierin zijn er twee bevindingen gedaan die de onderzoekers verkeerd hebben
overgebracht naar het algemene publiek. De eerste bevinding die de onderzoekers claimen te
hebben gevonden is, dat mensen met ADHD kleinere hersenen hadden dan zonder ADHD. Op
basis van de resultaten had deze conclusie echter niet getrokken kunnen worden (Corrigan &
Whitaker, 2017).
Hoogman et al. (2017) had voor verschillende specifieke breinregio’s het gemiddelde
volume bepaald en deze data met elkaar vergeleken. Hier werd gevonden dat enkel de accumbens
bij 58% van het ADHD-cohort gemiddeld kleiner was dan bij de controlegroep (Corrigan &
Whitaker, 2017). Dit betekent dus dat 42% van het ADHD-cohort een hoger gemiddelde had dan
de controlegroep. Hoogman et al. (2017) hadden het grootste verschil in het gemiddelde volume
gevonden bij de accumbens en dit naar buiten hebben gebracht alsof dit gold voor het gehele
breinvolume. Daarnaast hadden de onderzoekers de gemiddelden van de gehele groep
gegeneraliseerd naar alle individuen terwijl uit hun onderzoek bleek dat de daadwerkelijke
resultaten hierin erg uiteenliepen en werd er een kleine effectgrootte gevonden (Corrigan &
Whitaker, 2017).
Ten tweede hadden de onderzoekers belangrijke data niet vermeld in hun onderzoek.
Naast onderzoek te hebben gedaan naar de verschillen in de breinstructuren, hadden zij ook
onderzoek gedaan naar het verschil in IQ-score tussen mensen met en zonder ADHD. Hierin
werd gevonden dat de meeste mensen met ADHD een gemiddelde IQ-score hadden die gelijk
was aan of hoger was dan de gemiddelde IQ-score voor de mensen zonder ADHD (Corrigan &
Whitaker, 2017). Hoogman et al. (2017) had dit weggelaten uit het onderzoek en dus geen
verklaring gegeven voor deze bevinding. Wellicht had deze informatie een ander beeld over
mensen met ADHD geschetst dan dat zij nu hebben gedaan.
B)
In het blog van Robinson (2013) beschrijft hij wat neurodiversiteit volgens hem is. Het
concept neurodiversiteit houdt in dat neurologische verschillen, zoals autisme of ADHD, het
resultaat zijn van normale, natuurlijke variatie in het menselijk genoom, de complete genetische
samenstelling van een organisme. Het begrip neurodiversiteit benadert een mental disorder op
Assignment I
Noa Bax
De Vrije Universiteit van Amsterdam
2695561
Groep 29
Filosofie & Psychologie
04-10-2021
Totaal aantal woorden: 933
A)
, In 2017 had Hoogman et al. (2017) onderzoek gedaan naar de verschillen in
breinstructuren van mensen met en zonder ADHD. Onderzoekers hebben dit gedaan aan de hand
van MRI-scans. Hierin zijn er twee bevindingen gedaan die de onderzoekers verkeerd hebben
overgebracht naar het algemene publiek. De eerste bevinding die de onderzoekers claimen te
hebben gevonden is, dat mensen met ADHD kleinere hersenen hadden dan zonder ADHD. Op
basis van de resultaten had deze conclusie echter niet getrokken kunnen worden (Corrigan &
Whitaker, 2017).
Hoogman et al. (2017) had voor verschillende specifieke breinregio’s het gemiddelde
volume bepaald en deze data met elkaar vergeleken. Hier werd gevonden dat enkel de accumbens
bij 58% van het ADHD-cohort gemiddeld kleiner was dan bij de controlegroep (Corrigan &
Whitaker, 2017). Dit betekent dus dat 42% van het ADHD-cohort een hoger gemiddelde had dan
de controlegroep. Hoogman et al. (2017) hadden het grootste verschil in het gemiddelde volume
gevonden bij de accumbens en dit naar buiten hebben gebracht alsof dit gold voor het gehele
breinvolume. Daarnaast hadden de onderzoekers de gemiddelden van de gehele groep
gegeneraliseerd naar alle individuen terwijl uit hun onderzoek bleek dat de daadwerkelijke
resultaten hierin erg uiteenliepen en werd er een kleine effectgrootte gevonden (Corrigan &
Whitaker, 2017).
Ten tweede hadden de onderzoekers belangrijke data niet vermeld in hun onderzoek.
Naast onderzoek te hebben gedaan naar de verschillen in de breinstructuren, hadden zij ook
onderzoek gedaan naar het verschil in IQ-score tussen mensen met en zonder ADHD. Hierin
werd gevonden dat de meeste mensen met ADHD een gemiddelde IQ-score hadden die gelijk
was aan of hoger was dan de gemiddelde IQ-score voor de mensen zonder ADHD (Corrigan &
Whitaker, 2017). Hoogman et al. (2017) had dit weggelaten uit het onderzoek en dus geen
verklaring gegeven voor deze bevinding. Wellicht had deze informatie een ander beeld over
mensen met ADHD geschetst dan dat zij nu hebben gedaan.
B)
In het blog van Robinson (2013) beschrijft hij wat neurodiversiteit volgens hem is. Het
concept neurodiversiteit houdt in dat neurologische verschillen, zoals autisme of ADHD, het
resultaat zijn van normale, natuurlijke variatie in het menselijk genoom, de complete genetische
samenstelling van een organisme. Het begrip neurodiversiteit benadert een mental disorder op