Meten & Diagnostiek 1
Hoorcollege 1: Introductie & Ethiek
Diagnostiek en testgebruik
Diagnostiek is het door en door leren en kennen van een situatie met als doel een beslissing te
kunnen nemen. Dus het zo goed mogelijk in kaart brengen van een situatie, zodat je een
beslissing kan nemen om bijvoorbeeld iemand te helpen
Psychodiagnostiek richt zich op onderzoek op het gebied van psychosociaal functioneren. Je wilt
hiervoor betrouwbare en valide beschrijvingen van een psychosociale werkelijkheid hebben.
Hiermee kan je een mogelijke verklaring geven voor het probleem en ook de verklaring toetsen.
Bijvoorbeeld als je denkt dat iemand een aandachtsprobleem heeft ga je dit testen. Als er
vervolgens uitkomt dat dit daadwerkelijk ook zo is, kan er hierop een op maat gemaakte
behandeling voor worden gegeven om iemand te helpen
De betrouwbaarheid geeft aan dat je meet wat je daadwerkelijk ook wilt meten. Bijvoorbeeld
het meten van het aantal kilometers dat je hebt gelopen en dat dit ook daadwerkelijk klopt met de
aantal kilometers die je in werkelijkheid hebt gelopen. En bij valide kijk je naar of het gene wat
je meet ook daadwerkelijk het gene is dat je in kaart wilt brengen
In de wetenschappelijke diagnostiek moet de diagnostiek herhaalbaar zijn (idealiter), maar ook de
werkelijkheid naderen (idealiter)
Als je kijkt naar een inter-rater betrouwbaarheid psychiatrische diagnose, dit betekend dus dat er
2 verschillende wetenschappers een persoon zullen observeren en hier vervolgens een diagnose
stellen, zie je dat er bij een niet-gestandaardiseerde interviews en test maar 0-50% overeenkomst
is in de diagnose die zij onafhankelijk van elkaar stellen. Dit komt omdat er bij niet-
gestandaardiseerde interviews of tests niet echt een soort handleiding is om dit af te nemen. Bij
gestandaardiseerde interviews of tests zie je dat 60-70% overeenkomt, omdat dit dus wel via een
soort handleiding gaat
,Bij het bedrijven van diagnostiek, richten wetenschappers zich vaak op moeilijke en vaak
complexe constructen. Hierdoor is het dus ook moeilijk om goed betrouwbaar/valide onderzoek
te doen. Ook heb je vaak maar beperkt de tijd om je onderzoek uit te voeren
Verder zie je in onderzoek steeds 2 belangrijke punten terugkeren, namelijk de confirmation bias
en de beschikbaarheidsheuristiek. De confirmation bias is de neiging om nieuw bewijs te
interpreteren als bevestiging van je eigen bestaande overtuiging of theorie. Alles wat
onderzoekers alleen nog maar zien is dingen die hun eigen theorie of overtuiging ondersteunt.
Denk aan het voorbeeld van de zwarte zwaan. Je staat dus ook niet meer open voor het feit dat je
theorie of overtuiging niet juist is. Bij de beschikbaarheidsheuristiek is het probleem dat je de
neiging hebt om je te focussen wat het meeste voor de hand ligt. Bijvoorbeeld dat ADHD heel
veel voorkomt in de samenleving en je hebt een kind die je moet diagnosticeren en die enige
symptomen hiervan heeft, je je niet meer focust op dat er misschien iets anders aan de hand kan
zijn maar denkt van, “oh dat zal het dan vast wel zijn”.
Het verschil tussen deze twee is dus dat je bij de confirmation bias dus alleen op zoek gaat naar
bewijs wat jouw theorie ondersteunt en bij de beschikbaarheidsheuristiek te snel van iets uitgaat
wat misschien het meest voor de hand liggend is
Een test is een wetenschappelijk verantwoorde, betrouwbare en objectieve informatie omtrent
een diagnostisch beeld om zo een zo goed mogelijke beslissing kunnen maken om iemand te
helpen. Een test neem je in de volgende stappen af:
1. Probleem analyse
2. Classificatie en diagnosestelling
3. Planning behandeling
4. Evaluatie van behandeling
5. Zelfkennis
6. Kennisvergaring wetenschappelijk onderzoek
De hoofddoelen die men in kaart gebracht wilt hebben (volgens het boek), zijn:
Intelligentie (IQ)
Aanleg, dus hoe goed iemand in iets is
Prestatie, hoe goed iemand nu op dit moment is
Creativiteit
Persoonlijkheidstest
Interesse
Gedrag, hoe verhoudt iemand zijn gedrag zich tot anderen in de maatschappij
Neuropsychologie/cognitie, dus gedrag koppelen aan het brein
Om al deze doelen goed in kaart te kunnen brengen is het van belang dat je op de hoogte bent van
de test die je gebruikt, dus de psychometrische waarde, en dat je deze op een ethische manier
inzet
,Wanneer er een kind wordt getest op gedragsproblemen is er een doorverwijzing naar de huisarts.
Hierna vindt er een intake gesprek plaats (bijvoorbeeld polikliniek ADHD). Vervolgens zal er
een psychologisch en pedagogisch onderzoek plaatsvinden. Ten slotte zal er een psychiatrisch
onderzoek plaatsvinden.
De gevaren van testgebruik in de maatschappij is dat deze een steeds grotere rol gaan spelen in de
maatschappij, omdat we mentale eigenschappen in kaart willen brengen en objectiveren. Dit is
best lastig als je een complex construct hebt waarvan de definitie ook niet helemaal precies is.
Verder moet je altijd de kennis over de psychometrische eigenschappen goed in je achterhoofd
hebben, omdat je dan goed weet hoe goed de test nou eigenlijk het construct meet en wat dus de
eventuele fouten kunnen zijn in je onderzoek.
Meten en testen
Een test is dus een gestandaardiseerde procedure voor het nemen van een steekproef van gedrag,
beschreven in categorieën of scores. Het is belangrijk dat je in je achterhoofd hebt dat elke
testscore meetfouten bevatten. De formule hiervoor is:
Waarin X de testscore is, T de werkelijke score en e de meetfout
Alle instrumenten bevatten meetfouten. Dit kan komen doordat nog niet alle psychologische of
pedagogische concepten perfect gedefinieerd zijn. Ook kunnen vragen gelezen worden of
geïnterpreteerd. Verder kan het zo zijn dat mensen sociaal wenselijk kunnen antwoorden op
sommige vragen en is de context ook belangrijk, omdat wat voor de een niet veel is, kan
verschillen met wat anderen veel vinden. Bij de onderzoeker zelf kan het zo zijn dat de
handleiding voor de test niet helemaal wordt gevolgd. Er zijn nog veel meer factoren die voor
meetfouten in je onderzoek kunnen veroorzaken
Om meetfouten zo goed mogelijk te voorkomen zijn de testeigenschappen zo goed mogelijk
houden, met name de standaardisatie. Dus zorgen dat iedereen zo goed mogelijk weet hoe de test
afgenomen moet worden en wat deze onderdelen inhouden.
Herhaalbaarheid betekent dus dat je steeds tot dezelfde score zou moeten komen die uit je test
komt, wanneer je deze opnieuw toepast. Het moet natuurlijk wel zo zijn dat het gemeten
construct gelijk blijft. Hiermee wordt dus de betrouwbaarheid genoemd
Je wilt natuurlijk ook dat je test zo volledig mogelijk is. Dat wanneer je bijvoorbeeld een
screeningslijst voor depressie af gaat leggen dat alle karakteristieken die bij depressie horen ook
alle items terugkomen in de screening en in kaart gaat brengen
, Uit de test krijg je een bepaalde score, die het construct wat je wilt meten uitdrukt in een getal.
Het is natuurlijk van groot belang dat je weet wat deze score nou precies betekent. De ruwe score
kan worden vergeleken met een normgroep of er kan een vergelijking gemaakt kunnen worden
met de afkapwaarde. De afkapwaarde houdt in dat je niet een hogere of lagere mate van iets hebt,
maar dat je iets hebt of je hebt het niet. Een ruwe score die met een normgroep worden
vergeleken, wordt er dus gekeken naar de score en deze wordt vergeleken met vergelijkbare
groepen
Het doel van deze score is dat we het gedrag van dit persoon willen beschrijven en voorspellen
(predictie non-test gedrag). Hierbij is de validiteit heel erg belangrijk, zegt de score die uit de
test komt daadwerkelijk ook wat over het construct waar je geïnteresseerd in bent
Testgebruik in Nederland
In Nederland heb je verschillende instituten, namelijk: Nederlands Instituut van Psychologen
(NIP) en de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO). Deze
instituten houden zich bezig met hoe men om moet gaan in casussen met de ethiek.
De COTAN, commissie test aangelegenheden Nederland, kijken naar alle informatie over een
test en informeren / geven advies aan de testgebruikers over de kwaliteit van de instrumenten.
Ook geven zij feedback over het gebruik van de instrumenten. Dit is dus een onafhankelijke partij
die oordeelt over de kwaliteit van de testen. De criteria waar zij zich mee bezig houden zijn:
Uitgangspunten van de testconstructie: meetpretentie, doelgroep(en) en functie. Hierbij
gaan ze kijken wat de test precies in kaart gaat brengen, bij wie en wat de functie hier van
is, het doel
Standaardisatie: kwaliteit testmateriaal en handleiding. Hoe is de handleiding? Is deze
duidelijk? Wat is de kwaliteit van de test?
Normen: is er een representatieve vergelijkingsgroep? Het is hierbij heel belangrijk dat
het een representatieve groep is, zodat de uitspraken die je doet ook daadwerkelijk van
toepassing is op de persoon waarvan je de test afneemt
Betrouwbaarheid: het is belangrijk dat de testen die je afneemt consistent en herhaalbaar
zijn. Het moet dus zo zijn dat het niet uitmaakt wanneer je dezelfde test afneemt bij
dezelfde persoon en dat er dan dezelfde testscore uitkomt
Validiteit: meet de test ook daadwerkelijk het construct waarin je geïnteresseerd in bent
Er zijn ruim 800 bruikbare test in de klinische praktijk. Hiervan wordt maar 50% door 1% van de
gebruikers ingezet. Dit kan komen doordat de tests niet goed aangeschreven staan of omdat deze
nog niet goed onderzocht zijn op de kwaliteit
Het doel van de algemene standaard testgebruik (NIP) is: verantwoordelijk, integer, respectvol en
deskundig te handelen wanneer men een test afneemt. De test moet ook relevent zijn voor de
patiënt. Het is niet de bedoeling dat je zomaar allerlei testen afneemt als dit geen nut heeft, ook
omdat de belasting voor de patiënt zo laag mogelijk gehouden dient te worden. Verder dienen de
Hoorcollege 1: Introductie & Ethiek
Diagnostiek en testgebruik
Diagnostiek is het door en door leren en kennen van een situatie met als doel een beslissing te
kunnen nemen. Dus het zo goed mogelijk in kaart brengen van een situatie, zodat je een
beslissing kan nemen om bijvoorbeeld iemand te helpen
Psychodiagnostiek richt zich op onderzoek op het gebied van psychosociaal functioneren. Je wilt
hiervoor betrouwbare en valide beschrijvingen van een psychosociale werkelijkheid hebben.
Hiermee kan je een mogelijke verklaring geven voor het probleem en ook de verklaring toetsen.
Bijvoorbeeld als je denkt dat iemand een aandachtsprobleem heeft ga je dit testen. Als er
vervolgens uitkomt dat dit daadwerkelijk ook zo is, kan er hierop een op maat gemaakte
behandeling voor worden gegeven om iemand te helpen
De betrouwbaarheid geeft aan dat je meet wat je daadwerkelijk ook wilt meten. Bijvoorbeeld
het meten van het aantal kilometers dat je hebt gelopen en dat dit ook daadwerkelijk klopt met de
aantal kilometers die je in werkelijkheid hebt gelopen. En bij valide kijk je naar of het gene wat
je meet ook daadwerkelijk het gene is dat je in kaart wilt brengen
In de wetenschappelijke diagnostiek moet de diagnostiek herhaalbaar zijn (idealiter), maar ook de
werkelijkheid naderen (idealiter)
Als je kijkt naar een inter-rater betrouwbaarheid psychiatrische diagnose, dit betekend dus dat er
2 verschillende wetenschappers een persoon zullen observeren en hier vervolgens een diagnose
stellen, zie je dat er bij een niet-gestandaardiseerde interviews en test maar 0-50% overeenkomst
is in de diagnose die zij onafhankelijk van elkaar stellen. Dit komt omdat er bij niet-
gestandaardiseerde interviews of tests niet echt een soort handleiding is om dit af te nemen. Bij
gestandaardiseerde interviews of tests zie je dat 60-70% overeenkomt, omdat dit dus wel via een
soort handleiding gaat
,Bij het bedrijven van diagnostiek, richten wetenschappers zich vaak op moeilijke en vaak
complexe constructen. Hierdoor is het dus ook moeilijk om goed betrouwbaar/valide onderzoek
te doen. Ook heb je vaak maar beperkt de tijd om je onderzoek uit te voeren
Verder zie je in onderzoek steeds 2 belangrijke punten terugkeren, namelijk de confirmation bias
en de beschikbaarheidsheuristiek. De confirmation bias is de neiging om nieuw bewijs te
interpreteren als bevestiging van je eigen bestaande overtuiging of theorie. Alles wat
onderzoekers alleen nog maar zien is dingen die hun eigen theorie of overtuiging ondersteunt.
Denk aan het voorbeeld van de zwarte zwaan. Je staat dus ook niet meer open voor het feit dat je
theorie of overtuiging niet juist is. Bij de beschikbaarheidsheuristiek is het probleem dat je de
neiging hebt om je te focussen wat het meeste voor de hand ligt. Bijvoorbeeld dat ADHD heel
veel voorkomt in de samenleving en je hebt een kind die je moet diagnosticeren en die enige
symptomen hiervan heeft, je je niet meer focust op dat er misschien iets anders aan de hand kan
zijn maar denkt van, “oh dat zal het dan vast wel zijn”.
Het verschil tussen deze twee is dus dat je bij de confirmation bias dus alleen op zoek gaat naar
bewijs wat jouw theorie ondersteunt en bij de beschikbaarheidsheuristiek te snel van iets uitgaat
wat misschien het meest voor de hand liggend is
Een test is een wetenschappelijk verantwoorde, betrouwbare en objectieve informatie omtrent
een diagnostisch beeld om zo een zo goed mogelijke beslissing kunnen maken om iemand te
helpen. Een test neem je in de volgende stappen af:
1. Probleem analyse
2. Classificatie en diagnosestelling
3. Planning behandeling
4. Evaluatie van behandeling
5. Zelfkennis
6. Kennisvergaring wetenschappelijk onderzoek
De hoofddoelen die men in kaart gebracht wilt hebben (volgens het boek), zijn:
Intelligentie (IQ)
Aanleg, dus hoe goed iemand in iets is
Prestatie, hoe goed iemand nu op dit moment is
Creativiteit
Persoonlijkheidstest
Interesse
Gedrag, hoe verhoudt iemand zijn gedrag zich tot anderen in de maatschappij
Neuropsychologie/cognitie, dus gedrag koppelen aan het brein
Om al deze doelen goed in kaart te kunnen brengen is het van belang dat je op de hoogte bent van
de test die je gebruikt, dus de psychometrische waarde, en dat je deze op een ethische manier
inzet
,Wanneer er een kind wordt getest op gedragsproblemen is er een doorverwijzing naar de huisarts.
Hierna vindt er een intake gesprek plaats (bijvoorbeeld polikliniek ADHD). Vervolgens zal er
een psychologisch en pedagogisch onderzoek plaatsvinden. Ten slotte zal er een psychiatrisch
onderzoek plaatsvinden.
De gevaren van testgebruik in de maatschappij is dat deze een steeds grotere rol gaan spelen in de
maatschappij, omdat we mentale eigenschappen in kaart willen brengen en objectiveren. Dit is
best lastig als je een complex construct hebt waarvan de definitie ook niet helemaal precies is.
Verder moet je altijd de kennis over de psychometrische eigenschappen goed in je achterhoofd
hebben, omdat je dan goed weet hoe goed de test nou eigenlijk het construct meet en wat dus de
eventuele fouten kunnen zijn in je onderzoek.
Meten en testen
Een test is dus een gestandaardiseerde procedure voor het nemen van een steekproef van gedrag,
beschreven in categorieën of scores. Het is belangrijk dat je in je achterhoofd hebt dat elke
testscore meetfouten bevatten. De formule hiervoor is:
Waarin X de testscore is, T de werkelijke score en e de meetfout
Alle instrumenten bevatten meetfouten. Dit kan komen doordat nog niet alle psychologische of
pedagogische concepten perfect gedefinieerd zijn. Ook kunnen vragen gelezen worden of
geïnterpreteerd. Verder kan het zo zijn dat mensen sociaal wenselijk kunnen antwoorden op
sommige vragen en is de context ook belangrijk, omdat wat voor de een niet veel is, kan
verschillen met wat anderen veel vinden. Bij de onderzoeker zelf kan het zo zijn dat de
handleiding voor de test niet helemaal wordt gevolgd. Er zijn nog veel meer factoren die voor
meetfouten in je onderzoek kunnen veroorzaken
Om meetfouten zo goed mogelijk te voorkomen zijn de testeigenschappen zo goed mogelijk
houden, met name de standaardisatie. Dus zorgen dat iedereen zo goed mogelijk weet hoe de test
afgenomen moet worden en wat deze onderdelen inhouden.
Herhaalbaarheid betekent dus dat je steeds tot dezelfde score zou moeten komen die uit je test
komt, wanneer je deze opnieuw toepast. Het moet natuurlijk wel zo zijn dat het gemeten
construct gelijk blijft. Hiermee wordt dus de betrouwbaarheid genoemd
Je wilt natuurlijk ook dat je test zo volledig mogelijk is. Dat wanneer je bijvoorbeeld een
screeningslijst voor depressie af gaat leggen dat alle karakteristieken die bij depressie horen ook
alle items terugkomen in de screening en in kaart gaat brengen
, Uit de test krijg je een bepaalde score, die het construct wat je wilt meten uitdrukt in een getal.
Het is natuurlijk van groot belang dat je weet wat deze score nou precies betekent. De ruwe score
kan worden vergeleken met een normgroep of er kan een vergelijking gemaakt kunnen worden
met de afkapwaarde. De afkapwaarde houdt in dat je niet een hogere of lagere mate van iets hebt,
maar dat je iets hebt of je hebt het niet. Een ruwe score die met een normgroep worden
vergeleken, wordt er dus gekeken naar de score en deze wordt vergeleken met vergelijkbare
groepen
Het doel van deze score is dat we het gedrag van dit persoon willen beschrijven en voorspellen
(predictie non-test gedrag). Hierbij is de validiteit heel erg belangrijk, zegt de score die uit de
test komt daadwerkelijk ook wat over het construct waar je geïnteresseerd in bent
Testgebruik in Nederland
In Nederland heb je verschillende instituten, namelijk: Nederlands Instituut van Psychologen
(NIP) en de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO). Deze
instituten houden zich bezig met hoe men om moet gaan in casussen met de ethiek.
De COTAN, commissie test aangelegenheden Nederland, kijken naar alle informatie over een
test en informeren / geven advies aan de testgebruikers over de kwaliteit van de instrumenten.
Ook geven zij feedback over het gebruik van de instrumenten. Dit is dus een onafhankelijke partij
die oordeelt over de kwaliteit van de testen. De criteria waar zij zich mee bezig houden zijn:
Uitgangspunten van de testconstructie: meetpretentie, doelgroep(en) en functie. Hierbij
gaan ze kijken wat de test precies in kaart gaat brengen, bij wie en wat de functie hier van
is, het doel
Standaardisatie: kwaliteit testmateriaal en handleiding. Hoe is de handleiding? Is deze
duidelijk? Wat is de kwaliteit van de test?
Normen: is er een representatieve vergelijkingsgroep? Het is hierbij heel belangrijk dat
het een representatieve groep is, zodat de uitspraken die je doet ook daadwerkelijk van
toepassing is op de persoon waarvan je de test afneemt
Betrouwbaarheid: het is belangrijk dat de testen die je afneemt consistent en herhaalbaar
zijn. Het moet dus zo zijn dat het niet uitmaakt wanneer je dezelfde test afneemt bij
dezelfde persoon en dat er dan dezelfde testscore uitkomt
Validiteit: meet de test ook daadwerkelijk het construct waarin je geïnteresseerd in bent
Er zijn ruim 800 bruikbare test in de klinische praktijk. Hiervan wordt maar 50% door 1% van de
gebruikers ingezet. Dit kan komen doordat de tests niet goed aangeschreven staan of omdat deze
nog niet goed onderzocht zijn op de kwaliteit
Het doel van de algemene standaard testgebruik (NIP) is: verantwoordelijk, integer, respectvol en
deskundig te handelen wanneer men een test afneemt. De test moet ook relevent zijn voor de
patiënt. Het is niet de bedoeling dat je zomaar allerlei testen afneemt als dit geen nut heeft, ook
omdat de belasting voor de patiënt zo laag mogelijk gehouden dient te worden. Verder dienen de