Doelstellingen
Aan het einde van de les kan de student:
1. De maatregelen die worden genomen om verspreiding en overdracht van
ziektekiemen tegen te gaan benoemen en de beginselen van aseptisch werken
toepassen.
2. De infectieketen toepassen op een casus.
3. De verschillende vormen van isolatie benoemen en ondersteunen met een voorbeeld
(ziektebeeld, bijvoorbeeld MRSA).
4. Voor de verschillende isolatievormen toelichten welke principes je in acht neemt
tijdens de verpleging.
5. Toelichten wat het voor zorgvragers betekent om geïsoleerd verpleegd te worden.
6. Voor een aantal infectieziekten vertellen hoe de besmetting plaatsvindt en welke
consequenties dit heeft voor het verplegen.
7. Motiveren aan welke voorwaarden moet worden voldaan om zorgvragers met
besmettelijke ziektes in de verschillende zorgsituaties te verplegen. (thuiszorg,
psychiatrie, ziekenhuis).
8. Het verschil uitleggen tussen steriliseren en desinfecteren en dit met een voorbeeld
ondersteunen.
9. Uitleggen wanneer kan worden volstaan met desinfecteren en wanneer je moet
werken met steriele materialen.
10. Het begrip contaminatie uitleggen aan de hand van een voorbeeld.
Je kan de verschillen vormen van isolatie benoemen en ondersteunen met een met een
voorbeeld (ziektebeeld);
- Aerogene isolatie Wordt toegepast om de overdracht van bepaalde bacteriën of
virussen, bijvoorbeeld tuberculose of waterpokken, naar andere patiënten,
bezoekers en medewerkers te voorkomen. Deze overdracht vindt plaats via de lucht
door aanhoesten. De patiënt wordt daarom op een eenpersoonskamer met een sluis
(dubbele deur) verpleegd.
- Beschermende isolatie wordt toegepast om de overdracht van bepaalde bacteriën
of virussen naar patiënten met een verminderde weerstand te voorkomen. Deze
overdracht vindt vaak plaats via handcontact, via druppeltjes in de lucht of besmette
voorwerpen. De patiënt wordt daarom op een eenpersoonskamer verpleegd met een
sluis (dubbele deur).
- Contactisolatie wordt toegepast om de overdracht van bepaalde bacteriën of
virussen naar andere patiënten, bezoekers en medewerkers te voorkomen. Deze
overdracht vindt vaak plaats via handcontact of besmette voorwerpen. De patiënt
wordt daarom op een eenpersoonskamer verpleegd met een eigen badkamer en
toilet.
- Druppelisolatie wordt toegepast om de overdracht van bepaalde bacteriën of
virussen, bijvoorbeeld griep of kinkhoest, naar andere patiënten, bezoekers en
medewerkers te voorkomen. Deze overdracht vindt plaats via druppeltjes in de lucht.
De patiënt wordt daarom op een eenpersoonskamer verpleegd. (griep)
- Druppel-contact isolatie wordt toegepast om de overdracht van bepaalde
bacteriën of virussen naar andere patiënten, bezoekers en medewerkers te
voorkomen. Deze overdracht vindt plaats via druppeltjes in de lucht, via de handen of